OpiniePassend onderwijs

Opinie: Baken eens goed af wat passend onderwijs is

Om te voorkomen dat het draagvlak onder leraren afkalft, moet minister Slob het passend onderwijs beter begrenzen, betoogt Sietske Waslander met een aantal collega-wetenschappers. En Sara Stegen pleit voor een fonds voor leerlingen die zijn uitgevallen.

Leerlingen op de basisschool aan het schilderen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Maak een einde aan de onbegrensdheid van passend onderwijs

Met 25 maatregelen wil minister Arie Slob (Onderwijs) passend onderwijs verbeteren en stapsgewijs toewerken naar inclusiever onderwijs. De Tweede Kamer steunt die koers. Maar deze plannen hebben alleen kans van slagen als er voldoende draagvlak is bij leraren. Precies dat hebben we de afgelopen jaren zien afkalven in het basis- en voortgezet onderwijs.

In 2014 trad de Wet passend onderwijs in werking. Vanaf dat moment volgden wij, een consortium van onderzoekers, de invoering. Onze conclusie is dat veel doelen van passend onderwijs op stelselniveau zijn bereikt. Zoals kostenbeheersing en decentralisering.

Binnen scholen is de impact veel kleiner: de maatregelen hebben strikt genomen het dagelijks werk van leraren nauwelijks geraakt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat grote groepen leerlingen die voorheen naar het speciaal onderwijs zouden gaan, nu naar een reguliere school gaan. De laatste jaren neemt het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs juist toe.

Het is ook niet zo dat er nu veel meer thuiszitters naar school gaan: ook het aantal thuiszitters is gegroeid. Veel scholen hebben de ondersteuning wel uitgebreid, maar op een manier die voor leraren vaak niet direct zichtbaar is. De intern begeleider of de ondersteuningscoördinator kreeg bijvoorbeeld meer uren. Op basisscholen zijn er weliswaar meer onderwijsassistenten gekomen, maar niet zoveel dat elke leraar daar ook van kan profiteren.

Dat passend onderwijs het dagelijkse werk van leraren nauwelijks heeft bereikt, wil niet zeggen dat er niets veranderd is voor leraren. Uit ons onderzoek blijkt dat leraren zich zwaarder belast zijn gaan voelen door leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Leraren hebben ook toenemend het gevoel dat ze tekortschieten. Leraren vragen veel van zichzelf, omdat ze het beste willen voor leerlingen. Ze willen meer doen dan ze kunnen waarmaken. Dat leidt tot frustratie. Leraren hebben dan ook steeds meer het gevoel dat ze tegen hun grenzen aanlopen.

Hoe kan dat? Er is geen hard bewijs dat het aantal ‘zorgleerlingen’ op reguliere scholen is toegenomen. Er zijn wel indicaties, vooral in het basisonderwijs, dat de complexiteit van de problematiek bij leerlingen toeneemt. Niettemin voelen leraren zich meer belast en neemt het draagvlak voor passend onderwijs af. Volgens ons heeft dat alles te maken met het onbegrensde karakter van passend onderwijs. Ten eerste is niet duidelijk voor wie passend onderwijs wel en niet bedoeld is. Voor leraren vallen alle leerlingen die ‘iets extra’s’ nodig hebben onder passend onderwijs.

Ten tweede is het onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften niet los te zien van wat er verder allemaal in scholen speelt. Vanuit het beleid bekeken zijn het lerarentekort, hoge werkdruk of groepsgrootte andere ‘dossiers’.

De dagelijkse praktijk in scholen trekt zich daar weinig van aan. Als de intern begeleider zelf voor de klas staat, omdat er niemand anders is, heeft dat direct consequenties. Die begeleider heeft dan immers minder tijd om met een leraar te bespreken hoe een specifieke leerling het best ondersteund kan worden. En ten derde is het de vraag wanneer onderwijs voldoende ‘passend’ is. Het woord suggereert maatwerk en een aanpak die precies op de individuele leerling is toegesneden. Dat schuurt met de manier waarop onderwijs is ingericht, namelijk als groepsproces.

Minister en Kamer willen stapsgewijs toewerken naar inclusiever onderwijs. Dat is ambitieuzer dan passend onderwijs. Op de weg daar naartoe heeft het beleid voor leraren een aantal maatregelen in petto. Er komt een landelijke basisnorm voor wat scholen minimaal moeten bieden bij het ondersteunen van leerlingen. Leraren krijgen meer inzicht in de financiële middelen en meer inspraak bij de verdeling daarvan. En er komt meer aandacht voor passend onderwijs in lerarenopleidingen.

Deze maatregelen doen weinig om de onbegrensdheid van passend onderwijs beter in toom te houden. Een basisnorm geeft wel een minimum aan, maar dat geeft leraren nog weinig houvast om te bepalen wanneer het onderwijs voldoende ‘passend’ is. Onderwerpen die voor leraren direct verbonden zijn met passend onderwijs, zoals het lerarentekort en de werkdruk, blijven in het beleid gescheiden trajecten.

En met de ambitie van inclusiever onderwijs, gaan de verwachtingen alleen maar verder omhoog. Dit gaat de scepsis onder leraren niet verdrijven. En zonder leraren gaat het niet.

Sietske Waslander, Guuske Ledoux, Ton Eimers, Anke de Boer, José van der Hoeven, Ed Smeets en Miriam Walraven behoren tot een groep van wetenschappers die het passend onderwijs sinds de invoering in 2014 onderzoekt.

Richt een herstelfonds op voor slachtoffers van passend onderwijs 

Er was eens een evaluatie van passend onderwijs. Een onderwijsminister kwam met een lijst met 25 verbetervoorstellen. Alles om een lekkend dak in het sprookje te repareren. Waarom repareer je het dak als de constructie niet deugt? Het project passend onderwijs startte in 2014 en nog steeds groeit het aantal thuiszitters jaarlijks. Allemaal kinderen die wij als samenleving in de kou laten staan.

Wat zeggen we tegen deze slachtoffers van passend onderwijs? Tegen kinderen die voor hun 7de verjaardag al vijf scholen hebben ‘versleten’, kinderen die op hun 18de niet verder zijn gekomen dan 2 mavo of 3 havo? Kinderen die ten diepste voelen dat ze er niet bij horen. Van wie ouders en kind zich afvragen hoe het straks moet als ze 18 zijn en nog steeds te beschadigd om een opleiding te volgen of een baan te zoeken. Waar vinden zij een baan zonder diploma? Hoeveel pijn doet het als je ziet dat leeftijdgenoten hun middelbareschooldiploma halen en een vervolgstudie gaan doen? En jij stilstaat? 

Voor deze kinderen voldoet een reparatie van het systeem niet. Voor hen is een herstelfonds nodig waarmee zij alsnog hun onderwijs kunnen vormgeven, een bedrijf starten of een coach inhuren om aan perspectief te werken. 

Wat zeggen we tegen kinderen die er nu middenin zitten en slachtoffer worden van een niet-dekkend aanbod? Onze zoon viel in 2014 definitief uit in de tweede klas van het speciaal voortgezet onderwijs. Wat ik onverteerbaar vind, is dat ik nu in 2020 ouders tegenkom die exact hetzelfde meemaken als wij destijds. 

Wat nodig is leerrecht, inclusief onderwijs en een herstelfonds. Dat hoort de opdracht te zijn die wij als samenleving aan de minister van Onderwijs geven. Geen doorbraakfunctionaris, experimenteerbudget, geschillencommissie of meer informatie voor ouders zoals de minister nu voorstelt in zijn 25 aanpassingen. Maar echt wettelijk geborgd leerrecht met financiering, voor als je als kind niet past in het onderwijssysteem. En een herstelfonds voor alle kinderen die slachtoffer werden van een experiment zonder vangnet.

Sara Stegen is moderator van twee Facebook-platforms voor ouders van ‘thuiszitters’ in basis- en voortgezet onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden