Opinie

Opinie: Amerikaanse troepen uitzonderen van onderzoek is niet gerechtvaardigd. En zet de legitimiteit van het Internationaal Strafhof op het spel

Met de val van Kabul zet de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof het onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden voort. Maar met een beperking.

Amerikaanse militairen vliegen over Kabul, mei 2021.	 Beeld JIM HUYLEBROEK / The New York Times /HH
Amerikaanse militairen vliegen over Kabul, mei 2021.Beeld JIM HUYLEBROEK / The New York Times /HH

Op 27 september jl. vroeg de onlangs benoemde hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, Karim Khan, toestemming het onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdrijven in Afghanistan voort te zetten. Dat onderzoek was opgeschort, omdat de Afghaanse regering hier zelf het voortouw in had willen nemen, maar na de val van Kabul was dat geen reële optie meer.

Opmerkelijk is dat de aanvraag van de aanklager dit keer is beperkt tot gedragingen van de Taliban en de terroristische organisatie IS-K. Khan ziet ervan af ook de daden gepleegd door het Afghaanse leger en Amerikaanse troepen te onderzoeken, die eerder wel deel uitmaakten van het onderzoek.

Die aanpak vormt een forse breuk met het beleid van zijn voorganger, Fatou Bensouda, die nu juist haar uiterste best had gedaan om de strijdkrachten van de VS en zelfs de CIA in het onderzoek te betrekken. De regering-Trump probeerde haar daarvan af te houden door met sancties jegens het Hof te dreigen en door haar visum voor de VS in te trekken; Bensouda zwichtte daar niet voor.

Voor het ‘de-prioriteren’ van de rol van de VS voert Khan twee redenen aan. In de eerste plaats beschikt hij over een beperkt budget en dat noodzaakt tot het maken van keuzen. Dit probleem had de aanklager kunnen ondervangen door zich te beperken tot de ernstigste kwesties, in plaats van één partij in het conflict te vrijwaren van onderzoek.

In de tweede plaats verwijst hij naar de recente aanslag van IS-K op de luchthaven van Kabul toen het evacuatieproces in volle gang was. Maar die werd enkele dagen later gevolgd door een Amerikaanse drone-aanval op een onschuldige medewerker van een ngo, waarbij tien dodelijke slachtoffers vielen. Kortom, de VS uitzonderen van het onderzoek is niet nodig en ook niet gerechtvaardigd.

Maar die vrijwaring kan wel serieuze gevolgen hebben voor de legitimiteit van de aanklager en die van het Hof. Het Hof is destijds opgericht om te bewerkstelligen dat ernstige misdrijven niet ongestraft blijven, ook niet als zij mogelijk zijn begaan door machtige landen. Het politieke gewicht van de dader mag geen reden zijn om haar of hem van onderzoek en vervolging te vrijwaren.

Veel zuidelijke landen, vooral islamitische, zullen in het besluit van de aanklager dan ook het zoveelste bewijs zien van hun vermoeden dat machtige landen die mogelijk betrokken zijn bij oorlogsmisdrijven, de dans ontspringen: het Hof richt zich vooral op minder belangrijke landen.

Veel Afrikaanse staten trokken die conclusie al eerder. Zij waren van mening dat het Hof onevenredig veel aandacht had voor oorlogsmisdrijven die op hun continent zouden zijn gepleegd.

Het feit dat verreweg de meeste zaken waren aangebracht tegen Afrikaanse verdachten, sterkte hen in die opvatting. Ook al zagen de meeste Afrikaanse landen er uiteindelijk van af om hun partijschap op te zeggen, in feite zijn zij afgehaakt: zij verlenen geen medewerking meer aan het Hof en zij uiten openlijke kritiek.

De beslissing van de aanklager is door een aantal ngo’s bekritiseerd, maar de noordelijke partijstaten doen er het zwijgen toe. Juist door dat stilzwijgen zal de legitimiteit van het Hof verder eroderen. Het is belangrijk dat dit tij wordt gekeerd. De Vergadering van Partijstaten die begin december in Den Haag zal plaatsvinden, biedt hiertoe een goede gelegenheid. De delegaties kunnen de hoofdaanklager bij die gelegenheid wijzen op de schadelijke gevolgen van deze beslissing.

Nederland dient hierin het voortouw te nemen, want kritiekloos gastvrijheid bieden aan een instelling die in het globale zuiden bezwaren oproept, doet afbreuk aan onze reputatie als centrum van internationale gerechtigheid.

Geert-Jan Alexander Knoops is advocaat en hoogleraar Politics of International Law aan de Universiteit van Amsterdam.

Tom Zwart is hoogleraar Crosscultureel Recht aan de Universiteit Utrecht en Directeur van het Cross-cultural Human Rights Centre aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden