opiniekindermishandeling

Opinie: Als een kind bang is voor de ouder, moet hij het recht hebben te spreken, en om het contact te weigeren

Rechters en hulpverleners moeten in kindermishandelingszaken meer tegemoet kunnen komen aan de rechten en emotionele noden van het kind, betoogt kinder- en jeugdpsycholoog Paulien Kuipers.

In een psychologiepraktijk in Amsterdam worden kinderen geobserveerd met behulp van speelgoed bij vermoeden van kindermishandeling.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Stel je de volgende situatie voor: je wordt als volwassen vrouw (of man) een tijdlang regelmatig in elkaar geslagen door je partner. Je besluit te scheiden en na een periode van relatieve stilte (scheiding, straatverbod) besluit de rechter dat jij ‘onder begeleiding’ verplicht bent je ex weer te ontmoeten voor een spelletje Scrabble of Pim Pam Pet. Tijdens die bijeenkomst is er niemand die met je praat over wat er is gebeurd. Zeker je ex niet, want die maakt er geen woord meer aan vuil.

Duizenden mishandelde kinderen maken regelmatig iets vergelijkbaars mee. Weliswaar niet met partners, maar wel met ouders. Natuurlijk is er wettelijk gezien een verschil: kinderen zijn afhankelijk van hun ouders. En wettelijk is het zo geregeld dat mishandelende ouders het recht houden om hun kinderen te zien. Maar waar het bij het uitvoeren van de wet vaak aan ontbreekt is de juiste psychologische begeleiding. Als de angsten van het kind voor de mishandelende ouder niet heel serieus worden genomen, bestaat het risico dat het recht van de ouder zwaarder gaat wegen en de mishandeling doorgaat.

Stofzuigerstang

Neem Charles van 8 jaar, die jarenlang getuige was van de mishandelingen van zijn moeder door zijn vader en er zelf ook van langs kreeg met de stofzuigerstang toen hij het opnam voor zijn moeder. Charles plast in zijn broek, kan niet slapen en komt niet meer goed mee op school. Na de scheiding van zijn ouders gaat hij in therapie. Eindelijk kan hij onder woorden brengen wat in zijn leven gebeurd is. Zijn vader sloeg zijn moeder vooral in de avond en nacht, nadat hij gedronken had. Vaak verliet de vader daarna de woning. Charles zelf zat tijdens het geweld boven aan de trap. Hij ging pas naar beneden ‘als de kust veilig was’. Dan haalde hij pleisters en verband en troostte zijn huilende moeder. Charles had nooit met een woord over deze dingen met zijn vader gesproken. Hij was veel te bang dat zijn vader weer in woede zou ontsteken als hij erover begon.

Enkele maanden na de scheiding start de vader een gerechtelijk procedure; hij wil zijn zoon zien. Charles zegt tegen de therapeut dat hij zijn vader pas wil zien als deze sorry zegt tegen hem en zijn moeder. Hij wil ook nooit meer bij zijn vader slapen. ‘In de nacht wordt mijn vader pas echt boos.’ De therapeut maakt dat kenbaar tijdens de rechtszitting. De rechtbank besluit toch een ‘Begeleide Omgangsregeling’ in te zetten. Dat betekent dat de ouder het kind ziet in bijzijn van een begeleider. Deze moet het fysieke welzijn van het kind waarborgen tijdens de ontmoetingen.

Oppasser

Het woord begeleider is in dit verband eigenlijk onjuist gekozen. ‘Oppasser’ zou een betere naam zijn, omdat de ‘begeleider’ meestal slechts aanwezig is en vanuit een hoekje toekijkt. De Begeleide Omgangsregeling heeft zijn waarde. Ze komt tegemoet aan het verlangen van een ouder zijn of haar kind weer te zien. Ze kan ook tegemoet komen aan het verlangen van een kind om weer in contact te komen met een afwezige ouder. Maar als het over kindermishandeling gaat, is de situatie anders. Als je als rechter stomweg blijft vasthouden aan het recht van ouders om hun kind te zien, ga je volledig voorbij aan de aard van de situatie en de emotionele noden van het kind. Sterker: zo’n verplichte ontmoeting kan uitpakken als een vorm van emotioneel geweld.

Op de eerste plaats gaat zo’n verplichte ontmoeting voorbij aan de wens van het kind zélf om zijn of haar ouder te zien. Het kind krijgt in de besluitvorming geen stem. Dat is nog tot daar aan toe als er sprake is van een conflict tussen de ouders, maar dit is een andere situatie: hier is sprake van geweld. Zo’n situatie vraagt om een hele andere benadering dan een (vecht)scheiding waarbij de rechter ouders de kans moet geven om hun kinderen te blijven zien. Als een kind nog steeds bang is voor de ouder, moet hij het recht hebben te spreken. En om het contact te weigeren – het is immers mishandeld.

Bagatelliseren

Wat mij daarnaast opvalt, is dat ouders de gevolgen van geweld vaak sterk bagatelliseren. Ze schuiven de schuld weg of stellen dat het maar weinig is voorgekomen. Wat deze situatie nog moeilijker te verkroppen maakt voor kinderen is dat rechters of hulpverleners de ouder die zich schuldig heeft gemaakt aan kindermishandeling zelden oproept om hier verantwoording over af te leggen. Als dit niet gebeurt, zal de Begeleide Omgang alleen in het voordeel van de ouder uitpakken. Mensen die kunnen luisteren naar kinderen én er (gerechtelijk) naar handelen is een essentiële stap naar heling.

Ik kom weer even terug op Charles. Hoe is het met hem afgelopen?

De omgang met zijn vader werd begeleid door een jonge en niet zo ervaren medewerker van een hulpverleningsorganisatie. De vader spreekt tijdens die bijeenkomsten met geen woord over het verleden. Hij noemt zijn ex-vrouw nog steeds ‘een hoer’, die de schuld is van het feit dat hij zijn kind niet meer ziet. Tijdens de omgangsuurtjes zet hij zich bovenmatig in bij de spelletjes. Charles gedraagt zich gereserveerd. Na de eerste omgangssessies met zijn vader gaat het op school weer slechter en komen het broekplassen en de slaapproblemen terug. Hij heeft opnieuw een periode (dure) therapie nodig, waardoor de jeugdzorg op hoge kosten wordt gejaagd.

Doodsbang

Na tien sessies schrijft de begeleidster aan de rechtbank dat de vader zich ten volle heeft ingezet, maar dat Charles niet echt meewerkt. De begeleidster ziet bij het halen en brengen een overbezorgde moeder. Ze vindt dat de moeder de omgang onvoldoende steunt. Mede op grond van haar verslag besluit de rechtbank dat de omgang zonder begeleiding kan worden voortgezet met in de toekomst ook een overnachting bij de vader. Charles blijft doodsbang. Voor hem is er niets veranderd. Niemand kan zijn veiligheid bij zijn vader garanderen.

Rondom een kindermishandelingszaak verschijnen in no time veel hulpverleners. Ieder is korter of langer bij de zaak betrokken of heeft er een mening over. Maar slechts door een enkeling wordt serieus met het kind gesproken.

Van cruciaal belang wordt het hoe rechters en hulpverleners in kindermishandelingszaken meer tegemoet kunnen komen aan de rechten en emotionele noden van het kind.

Paulien Kuipers, Directeur Stichting Kinderleven, GZ-psycholoog / Kinder- en jeugdpsycholoog

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden