Sander Donkers in 150 woorden

Opgroeien, stoer zijn, logeren – wie had die onzin ooit bedacht?

‘Hij heeft het een beetje moeilijk’, sprak een jonge, blonde moeder in haar mobieltje. ‘Maar hij komt wel logeren. Toch, Luuk?’ Ze stond naast haar fiets, zorgvuldig opgedoft. Er was sprake van een dinertje met ene Ernst. Maar ook van Luuk dus, die een jaar of zeven was, en zich vanuit zijn kinderstoeltje als een aapje aan haar vastklampte, worstelend met de voorbode van zijn heimwee.

Ze hing op om de omhelzing te beantwoorden. ‘Even knuffelen!’, zei ze geforceerd blijmoedig. ‘Want vanávond zie ik je niet. Hè, lieverd?’ Hierop liet Luuk zich kermend in een rechte hoek voorover vallen, tot zijn wang het zadel raakte en zijn armpjes machteloos omlaag bungelden. Opgroeien, stoer zijn, logeren – wie had die onzin ooit bedacht?

Zijn moeder zweeg. Het verlangen naar een kinderloos avondje uit was hevig, maar alles wees erop dat er nog vóór het dessert een telefoontje zou komen, en dat Luuk die nacht gewoon in zijn eigen bedje ging slapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.