Operaregisseur Sjaron Minailo: ‘Poets de tijdgeest van Die Zauberflöte niet schoon’

Regisseurs hoeven met identificeerbare personages de tijdgeest niet schoon te poetsen, meent de operaregisseur.

Scènefoto van Die Zauberflöte onder regie van Minailo. Beeld Bartek Barczyk

Mozarts Die Zauberflöte staat vol met seksistische en racistische uitspraken en handelingen. Dit betoogde regisseuse Lotte de Beer (V, 18 april) en dat kan zowat iedereen die ooit aan het stuk heeft gewerkt beamen. Talloze boeken en artikelen zijn hierover geschreven. De Beer kiest samen met het CT Collective er daarom voor het libretto te herschrijven. Het nadenken over het operarepertoire in hedendaagse context vind ik essentieel en ik wil me door middel van dit artikel in de discussie mengen.

Ik wil eerst vermelden dat ik geen purist ben. Het tegenovergestelde: nog geen jaar geleden heb ik Die Zauberflöte geregisseerd in Poznan. Samen met dramaturg Krystian Lada hebben wij alle recitatieven geschrapt en vervangen door drie nieuwe teksten. Het adapteren biedt mogelijkheden om nieuwe geheimen in oude werken te ontdekken. Maar ik ben niet enthousiast over het herschrijven als middel om problemen weg te werken om de hedendaagse toeschouwer op zijn gemak te stellen. Kunst hoeft ons sowieso niet per se op ons gemak te stellen – de mooiste kunstwerken die ik ken, zijn juist de werken die mij ontregelen. Maar het klakkeloos uitvoeren van de opera zonder bewust te zijn van hoe het op hedendaags publiek overkomt is óók een vorm van op gemak stellen, dus ook hier wil ik niet voor pleiten.

Die Zauberflöte staat vol met zinnen als ‘En ik moet de liefde vermijden omdat Zwart lelijk is’ dat door de Moorse slaaf Monostatos wordt gezongen. Dit is geen voorbeeld van wat de opera problematisch maakt, maar juist een voorbeeld van wat de opera relevant maakt. In mijn ogen is dit geen opera met racistische en seksistische trekjes, maar een over racisme en seksisme. De thema’s van macht, schijn en blind geloof zijn veel boeiender dan het kinderlijke sprookje of het zoveelste liefdesverhaal.

Net als in het ‘echte’ leven, hangt ook in kunst de betekenis van wat er gezegd wordt af van hoe het gezegd wordt en door wie. Daarom vind ik dat representatie in kunst essentieel is voor emancipatie en vooruitgang. Belangrijker dan wat een personage zegt, is hoe het personage gerepresenteerd wordt. Dit vormt het kader waaruit de toeschouwer de woorden en handelingen van het personage kan interpreteren.

Maak je van Monostatos een stereotype of een karikatuur van een slaaf, dan is de toeschouwer minder geneigd om de tekst vanuit het perspectief van het personage te begrijpen en ziet hij het als een algemene uitspraak. Maak je van Monostatos een menselijke en identificeerbare gevangene, dan gaat de toeschouwer de uitspraak over ‘Zwart is lelijk’ niet als objectief zien, maar als subjectief. Het personage zegt dit niet omdat hij daarin gelooft (of omdat Mozart daarin gelooft) maar omdat hij dat van zijn onderdrukker heeft geleerd. Dit toont de ware tragiek van het personage en drukt de brutale krachten van onderdrukking en ontmenselijking uit.

Sarastro, het mannelijke personage dat het zogenaamde ‘goede’ vertegenwoordigt, is een misogyne slavenhouder die zinnen als ‘een vrouw kletst veel, maar zegt weinig’ uitkraamt. Dit maakt niet de opera, maar hém ‘verkeerd’. We kunnen dit schrappen en ons alleen maar concentreren op zijn ‘goede’ boodschap. Maar we kunnen het ook gebruiken om aan te tonen dat wat hij als ‘goed’ en ‘verlicht’ ervaart slechts een wereldbeeld is waar noch de toeschouwer noch de andere personages het mee eens hoeven te zijn. Hiermee ontbloot Mozart wederom het gevaarlijke van absolute macht en een blind geloof in een wereldbeeld of paradigma.

In plaats van het publiek te beschermen door dit soort zinnen te schrappen, liet ik bijvoorbeeld Pamina (die in mijn ogen de heldin van de opera is) haar mening zelf duidelijk maken door Sarastro op dat moment een klap te verkopen. Zij hoort wat hij zegt, en reageert erop. Door haar reactie kan de toeschouwer zelf beoordelen wat hij van zijn woorden en karakter vindt. Daar zit de crux van de opera: het kamp van het ‘licht’ is ook het kamp met de meeste seksistische en racistische denkbeelden.

Door personages en relaties in opera niet als platte stereotypen of symbolen te zien maar als driedimensionale personages waarmee het publiek zich kan identificeren en empathie voor kan tonen, kunnen zangers en regisseurs veel bereiken zonder de tijdgeest schoon te wissen. Door diepe personages neer te zetten is het mogelijk om een stervende heldin niet voor de toeschouwer te laten doodgaan, maar voor zichzelf en om zichzelf. Dan zal ook dat niet meer zo seksistisch overkomen. Geconfronteerd worden met kwaadaardige wereldbeelden is een belangrijk instrument om veranderingen teweeg te brengen, zolang we onthouden dat het dit doel dient en niet ter verheerlijking ervan.

Onlangs won Kendrick Lamar de Pulitzer Prize voor muziek. Zijn rapsongs en video’s lopen over van bitches en geldverheerlijking. Willen wij ook zijn raps schoonpoetsen of herinneren wij dat hij die gebruikt om de luisteraar over vrouwenrechten en materialisme aan het denken te zetten?

Historische teksten zijn vaak minder problematisch dan de manier waarop wij kiezen om deze te representeren. Het is makkelijker om de geschiedenis te veranderen dan de confrontatie ermee aan te gaan. 

Sjaron Minailo is operaregisseur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.