'Openbaarheid stuit bij overheid op onwil'

De Wet openbaarheid bestuur (Wob) staat in Nederland ten dienste van een gezonde journalistieke praktijk. Anno 2011 mag openbaarheid van bestuur niet meer stuiten op een onwillige overheid.

Minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken. Beeld anp

Zelden heeft een minister zich zo negatief uitgelaten over een transparante overheid, als minister Donner op de Dag van de Persvrijheid afgelopen 3 mei. In zijn visie zijn 'overheidsbesluiten als worstjes: je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn'. Morgen houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Inperken
Uitgevers en journalisten maken zich zorgen over de stappen die minister Donner wil zetten. In de beleidsbrief die volgde op zijn uitspraken, beschrijft de minister hoe hij de reikwijdte van de Wob wil inperken. In de voorstellen wil de minister ambtenaren bevoegdheden geven om oneigenlijke Wob-verzoeken af te kunnen wijzen en omvangrijke verzoeken te beperken. De huidige Wob-praktijk staat volgens hem een efficiënte overheid in de weg.

Met bezuinigingsretoriek suggereert minister Donner dat openbaarheid van bestuur slechts een service is die de overheid aan haar burgers verleent, waarop bezuinigd kan worden in tijden dat de overheid haar ambtenarenapparaat verkleint. Maar openbaarheid van bestuur is veel meer dan dat.

De minister lijkt te willen ontkennen dat er ambtelijke fouten worden gemaakt en dat politici soms verkeerde beslissingen nemen, met maatschappelijke en financiële schade tot gevolg. Ook in het openbaar bestuur gaan er nu eenmaal zaken mis. De journalistiek vervult haar taak als zij daarover bericht. Openbaarheid van bestuur is daarom noodzakelijk.

Geheimhouding

Openbaarheid doet geen afbreuk aan de effectiviteit van de overheid, maar bevordert die juist. Geheimhouding dient in een democratie uitzondering te zijn. Dat zou het uitgangspunt moeten zijn bij wijzigingen aan de Wob. Daarvan is minister Donner echter nog niet overtuigd.

Op basis van onderzoek concludeert de minister dat oneigenlijk gebruik van de Wob in omvang lijkt mee te vallen, maar dat oneigenlijk gebruik als thema wel sterk leeft bij bestuursorganen. De minister raakt daarmee een fundamenteel probleem van de Wob. Zijn constatering bevestigt het beeld van journalisten dat ambtenaren de Wob als hinderlijk en belemmerend beschouwen. Bestuursorganen geven er daarmee blijk van dat zij zich het publieke karakter van hun taak onvoldoende realiseren. Dit bemoeilijkt een efficiënte en effectieve werking van de Wob. Maatregelen die ambtenaren op deze verantwoordelijkheid wijzen, zouden op hun plaats zijn.

De minister stelt voor aan de Wob een bepaling toe te voegen waarop ambtenaren zich kunnen beroepen als de inspanning van het beantwoorden van het Wob-verzoek niet in verhouding staat tot het belang dat de openbaarmaking dient, zulks ter beoordeling van de ambtenaren zelf. Ambtenaren zijn dan bevoegd het Wob-verzoek te 'faseren' en zelfs te reduceren. Als dit zou gebeuren bergt elk Wob-verzoek van enige omvang het gevaar in zich van een onzuivere, door de belangen van het bestuursorgaan ingegeven, besluit.

Moeilijk vindbaar
Om in de metafoor van de minister te blijven: dan keurt de slager zijn eigen vlees. Een hoogst onwenselijke situatie. De Wob heeft juist mede tot doel om openbaar te maken wat door de overheid zelf niet openbaar gemaakt is, óók als openbaarmaking diezelfde overheid onwelgevallig is. Als ambtenaren bevoegd worden zelf deze belangenafweging te maken, betekent dit een fundamentele, aanvechtbare omkering van de werking van de Wob. Donner benadrukt in zijn brief dat bestuursorganen onvoldoende zijn toegerust op het afhandelen van Wob-verzoeken. De informatie waar journalisten om vragen, is er wel, maar is soms moeilijk vindbaar.

Betere archivering, duidelijkere procedures, vaste contactpersonen en bredere bekendheid met de Wob binnen de organisatie zouden de uitvoeringspraktijk volgens de minister verbeteren. Het ligt voor de hand dat bestuursorganen daarom eerst de hand in eigen boezem steken, voordat de overheid overgaat tot het inperken van de mogelijkheden voor het gebruik van de Wob door de journalist. Het verbeteren van de interne afhandeling draagt tevens bij aan een efficiëntere overheid. De voorgestelde beperkingen kunnen niet aan de orde zijn als de afhandeling van Wob-verzoeken voor verbetering vatbaar is.

Nederland liep in 1980 internationaal voorop toen de Tweede Kamer openbaarheid van bestuur bij wet vastlegde. De Wob staat in Nederland ten dienste van een gezonde journalistieke praktijk. Anno 2011 mag openbaarheid van bestuur niet meer stuiten op een onwillige overheid. Daar is de burger niet mee gediend.

Pieter Sijpersma en Jacques Kuyf zijn voorzitters van respectievelijk het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.