ColumnSylvia Witteman

Opeens deed Pippi me denken aan een type mens waar ik niet zo goed tegen kan

Deze week wordt Pippi Langkous 75 jaar. Het is uiteraard de bedoeling dat wij vol vertedering terugdenken aan het vrijgevochten, beresterke meisje met haar ruwe bolster en blanke pit, haar brave vriendjes Tommy en Annika, haar paard, haar aapje en haar dikke vader, de piratenhoofdman en schatrijke (neger)koning (de eerste helft van dat woord is vijf jaar geleden om even begrijpelijke als controversiële redenen uit zowel het boek als de serie geschrapt) van Taka-Tukaland.

Ik weet niet meer wat ik het eerst leerde kennen, het boek of de serie. Waarschijnlijk kreeg ik ze min of meer tegelijk voorgeschoteld, namelijk in de vroege jaren zeventig. Dat was nogal verwarrend, want de Pippi, Tommy en Annika in de serie zagen er heel anders uit dan die op de plaatjes in het boek.

Die plaatjes werden getekend door Carl Hollander en ik vond ze een beetje eng. Bij herlezing zie ik wel waarom: Carls personages hebben vaak nogal een lege, stonede oogopslag. Vooral Annika. In combinatie met haar stijve, geelblonde poedelkrullen en die lange zwarte poppenwimpers geeft dat haar de aanblik van een aan heroïne verslaafd kindhoertje. Nee, dan zag ik haar liever als dat tuttige brunetje in de serie.

Ik was dol op die serie. Fascinerend en charmant vond ik ook de mondbewegingen van die kinderen, die niet overeenkwamen met de gesproken tekst. Het waren Zweedse kinderen, legde mijn moeder uit. Die hadden natuurlijk wat meer moeite met het Nederlands, begreep ik, vandaar die grimassen.

Pas jaren later kwam ik erachter wat nasynchronisatie was. Zoals er wel meer was waar ik later met spijt achter zou komen: de jonge acteurs kregen niet betaald voor hun werk, het paard werd gedrogeerd om rustig te blijven en dat aapje was een etterbak, die met een riempje aan Pippi’s schouders werd vastgebonden zodat hij niet kon weglopen: uit wraakzucht krabde hij de kinderen en trok aan hun haren.

Nee, dan kon ik beter het boek nog eens herlezen. Dat was leuk. Astrid Lindgren heeft de magie van de kinderwereld perfect onder woorden gebracht, met al die koekjes, limonade, toffees, die villa vol snuisterijtjes, dat feestelijke tropische eiland en die kinderlijk eigenzinnige manier van denken. Zoals wanneer Pippi een roestig blik van straat opraapt en Tommy vraagt wat ze daar nou mee moet:

‘‘O, dat kun je overal voor gebruiken’, zei Pippi. ‘Bijvoorbeeld om koekjes in te doen. Dan wordt het zo’n fijn Blik Met Koekjes. Je kunt er ook geen koekjes in doen. Dan wordt het een Blik Zonder Koekjes, en dat is wel niet zó fijn, maar het is beter dan niets.’ Ze bekeek het blik, dat echt heel roestig was en bovendien een gat in de bodem had. ‘Het ziet er eigenlijk uit als een Blik Zonder Koekjes’, zei ze. ‘Maar je kunt er ook je hoofd in steken en spelen dat het nacht is.’’

Raak. Met een kanttekening: ik begon me allengs toch een beetje te ergeren aan Pippi. Ze denkt wel érg nadrukkelijk out of the box, de hele tijd. Slapen met je voeten op het kussen: dat ligt toch helemaal niet prettig? Ik begrijp dat ik me nu op glad ijs begeef, maar Pippi deed me opeens denken aan een type mens waar ik niet zo goed tegen kan.

Je ziet ze veel in films: excentrieke, aantrekkelijke kindvrouwtjes met raar haar en rare kleren en quasidiepzinnige meninkjes. Clementine in Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Summer Finn in 500 Days of Summer. Claire in Elizabethtown.

Geen twijfel mogelijk: Pippi Langkous is een ‘manic pixie dream girl’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden