COLUMNSylvia Witteman

Opeens bezag ik de schaakrubriek met een nieuwe, ontwaakte blik. Schaken is racistisch!

Afgelopen weekend ging bijna de hele krant over racisme. Bijna, maar niet helemaal. De schaakrubriek ging gewoon nog steeds alleen maar over schaken. En omdat ik net tientallen stukken over racisme had gelezen bezag ik opeens ook die schaakrubriek met een nieuwe, ontwaakte blik. Schaken is racistisch!

Waarom mag wit altijd beginnen, en nooit eens zwart? ‘Dat maakt niet uit’, zegt u nu, ‘Het zijn maar kleuren’. (Grappig in dit verband is trouwens dat men bij het schaken van ‘wit’ en ‘zwart’ spreekt, terwijl het schaakbord dat zelden is: ik ken het eigenlijk niet anders dan beige en bruin. Datzelfde geldt voor de schaakstukken, al is het contrast daarbij vaak wat groter dan bij de vakjes op het bord. Echt witte schaakstukken zie je zelden, echt zwarte wat vaker.)

Ja, het zijn maar kleuren, maar intussen mag wit wel altijd beginnen. Dat maakt wel degelijk uit, zo blijkt; wit wint vaker dan zwart. Dat komt uiteraard niet door de kleur, maar door de zogeheten ‘voorzet’. Wit mag altijd de eerste zet doen, en heeft daarmee een voorsprong. Dat is niet eerlijk. Daar moet een eind aan komen.

De oplossing is eenvoudig: bepaal voortaan bij loting wie er begint, zwart of wit. Gewoon een muntje opgooien. (Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen: ‘Nee, nu gaan we eerst maar eens een hele tijd zwart laten beginnen, om die eeuwenlange misstand een beetje goed te maken’, maar dat neigt toch naar wraakzucht, en daar schiet niemand iets mee op.)

Voor het spel maakt het niets uit wie er begint. Toch? Ja, toch wel, bedacht ik, want de opstelling van de schaakstukken is niet symmetrisch. Als zwart begint, speelt men de klassieke openingen dan in spiegelbeeld? Of verwissel je bij aanvang de dame en de koning, zodat die laatste op het vak van zijn eigen kleur komt te staan? Of verander je niets, onder het motto ‘het went wel’? Ik schaak zelf zelden, en bovendien uiterst matig, dus ik kon de eventuele consequenties van de zwarte voorzet niet helemaal overzien.

Ik zou het aan mijn vader kunnen vragen, die houdt veel van schaken. Hij is er ook best goed in, althans, dat denkt hij zelf. Waarschijnlijk zou hij me uitlachen om mijn vraag, en eraan toevoegen dat ik maar gewoon lekkere gehaktballen moet gaan braden. Ook zou hij de gelegenheid te baat nemen om mij nog eens voor de zoveelste keer treiterig te vragen waarom er zo weinig vrouwelijke grootmeesters bestaan. En zo weinig zwarte.

En dan zou ik, vanuit de keuken, een grote, rauwe gehaktbal naar zijn hoofd smijten.

Ja, dat is misschien wel een heel goed idee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden