Op zoek naar je eigen blinde vlekken

Wikipedia is geen acceptabele bron voor werkstukken van studenten, en al helemaal niet voor journalisten. Dat leidt maar tot misverstanden en nepnieuws.

Logo van Wikipedia Beeld ANP

‘De bijnaam van Josef Mengele’, twitterde journalist Marcia Luyten afgelopen week. Eronder stond een screenshot van Wikipedia: ‘Mengele kreeg onder meer de bijnamen “Todesengel”, “borealisches Wunderkind” en “Judenkuenstler” [bron?]’ Het was Luyten te doen om het woord ‘borealisches’, maar al snel bleek het venijn – niet heel verborgen – juist in dat laatste woord tussen vierkante haken te schuilen: een grapjas had de bijnaam een paar dagen geleden aan de pagina over Mengele toegevoegd, ongetwijfeld in de wetenschap dat sommige mensen deze dagen naarstig op zoek zijn naar voorbeelden van het B-woord in nazi-verband. Het feit dat Le Pen gek op de term is, is hen blijkbaar nog niet dubieus genoeg.

Wikipedia is, zo zal iedere scholier je vertellen, geen acceptabele bron voor je werkstuk omdat iedereen de informatie aan kan passen. Het bericht mag dan ook gerust een blunder heten, zeker uit de koker van een journalist, voor wie het wegen van bronnen een essentieel deel van haar vak is. Honderden reacties op de flater varieerden vervolgens op hun beurt weer van overdreven fel (‘Wat mij betreft is je geloofwaardigheid in het riool beland’) tot wanstaltig en eng (‘Vuil smerig wezen’) – zoals dat op het anonieme internet helaas de norm is geworden.

‘Fake news’

Luyten reageerde daarop niet bijster handig door weliswaar te erkennen dat het fake news was, maar daar meteen aan toe te voegen dat de bijnaam ‘had gekund’. Het incident deed me denken aan de online-hysterie die anderhalf jaar geleden rondom kerst uitbrak. Toen circuleerde juist onder de zelfbenoemde hoeders van de zogenaamde B-cultuur een nepbericht over een hogeschool die kerstbomen in de ban zou doen ‘uit ideologische overwegingen’. FvD’er Yernaz Ramautarsing had het nepnieuws gretig rondgebazuind en wreef na afloop nog eens in de vlek door te zeggen dat het ‘waar had kunnen zijn’.

Tot zover de internetpolemiek. Dat discussiëren via internet het slechtste in mensen naar boven haalt, zelfs als ze doorgaans best redelijk en verstandig zijn, is geen verrassende conclusie. Maar sociale media maken nu eenmaal onderdeel uit van onze politieke cultuur en dat zal vermoedelijk zo blijven, of we dat nu leuk vinden of niet. Daarom is het de hoogste tijd dat publieke figuren – journalisten, academici, politici – hun werking en risico’s beter gaan begrijpen. Natuurlijk kennen we allemaal de term ‘filterbubbel’; de algoritmen schotelen ons voor wat wij en onze vrienden graag lezen (en dus ook dingen waar we samen lekker kwaad op kunnen worden) zodat we zoveel mogelijk klikken en zolang mogelijk kijken, want dat levert uiteindelijk de meeste advertentie-inkomsten op.

Maar terwijl we ons best bewust zijn van de bubbel waar die nare algoritmen ons in opsluiten, lijken we veel minder stil te staan bij onze eigen rol in dat proces. Om precies te zijn; bij de beperkingen van onze hersenen, die het heerlijk comfortabel vinden in zo’n bubbel en de wanden liever wat verstevigen dan doorprikken. Een van de mechanismen die op sociale media hoogtij vieren is confirmation bias, een bekend fenomeen uit de cognitieve psychologie dat ook bij Luyten en Ramautarsing meespeelde: je bent op zoek naar onderbouwing voor een bepaalde stelling waar je al van overtuigd bent. Daarom grijp je ieder bewijs zo gretig aan dat je onvoldoende kritisch bent op de betrouwbaarheid ervan. Denk ook aan hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk die als overtuigd vegetariër ontdekte dat vleeseters ‘hufteriger’ waren, naar later bleek op basis van door Diederik Stapel aangeleverde frauduleuze data.

Complottheorie

Confirmation bias is de motor achter nepnieuws, de grote plaag van het internet. Hoaxes over migranten voeden latente vreemdelingenangst, complottheorieën over 9/11 of MH17 wakkeren een sluimerend wantrouwen tegen de overheid aan, anti-vaxxers doen hetzelfde maar dan ook tegen de medische wetenschap. Zulke blinde vlekken bij anderen aanwijzen is makkelijk en desondanks belangrijk, maar blijft alleen geloofwaardig als de aanwijzers tegelijkertijd ook hun best doen voor de veel moeilijkere zoektocht; naar de eigen blinde vlekken. Een keer een fout maken is (zeker buiten het kleine maar o zo gespannen Twitter-universum) geen ramp, heel menselijk zelfs. Maar het is wel zaak om vervolgens lessen uit zo’n vergissing te trekken. ‘Het had waar kunnen zijn’, is daar niet een van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.