Opinie

Op universiteiten wordt onbekommerd gediscrimineerd

Nergens wordt zo onbekommerd gediscrimineerd uit naam van diversiteit als op universiteiten. Oneerlijk en slecht voor de kwaliteit, meent Sebastien Valkenberg.

Hoogleraren lopen langs de Hofvijver in Den Haag, 21 januari 2011. Beeld Martijn Beekman

Waar was de verontwaardiging toen Gloria Wekker vorige week haar plannen voor de UvA bekendmaakte? Toen Pim Fortuyn in 2002 aan het gelijkheidsbeginsel dreigde te morrelen, ontplofte het land van withete woede. Maar nu heeft de voorzitster van de UvA-diversiteitscommisie, een broertje dood aan het eerste Grondwetsartikel en... stilte.

De hoofdstedelijke universiteit is Wekker te homogeen, maar ze weet raad. Stel diversiteitsquota in, zowel voor medewerkers als voor studenten. Een diversiteitspolitie moet toezicht houden. Nou ja, ze zegt het iets deftiger: een Diversity Unit. Je had gehoopt op stevig weerwoord tijdens 'de feedbacksessies' die gaande zijn. Dat bleef echter uit, wat Wekker soepeltjes claimt als overwinning: 'Dat niemand er vragen over heeft, zie ik als instemming.'

Kennelijk heeft zich de afgelopen vijftien jaar een verandering voltrokken. Het gelijkheidsbeginsel zegt dat je niemand op zijn achtergrond beoordeelt. Dit principe legt het steeds vaker af tegen een nieuwe richtlijn: 'Gij zult diversiteit nastreven.' Let wel, men bepleit hier geen veelheid aan opvattingen, maar aan achtergronden. Hoe meer, hoe beter. Anders dan artikel 1 van de Grondwet betreft het hier geen wetsartikel, maar een moreel gebod. Maar denk niet dat het daardoor zeggingskracht ontbeert.

Het omgekeerde is waar. Er wordt danig geselecteerd op achtergrond en, misschien nog veelzeggender, dat gebeurt doelbewust en zonder gêne. Toen De Correspondent vorig jaar een nieuwe redacteur zocht, zou het opinieplatform rekening houden met alles waarvan artikel 1 zegt dat het irrelevant dient te zijn, want 'iemands achtergrond, afkomst en wereldbeeld is een kwaliteit'. De Wereld Draait Door liet eerder al zien haar vacaturebeleid op deze manier vorm te geven als dat zo uitkwam.

Maar nergens, zo lijkt het, wordt zo onbekommerd gediscrimineerd uit naam van het diversiteitsideaal als op universiteiten. Want het plan-Wekker is geen incident. Wat dat betreft duurt de lange mars door de instituties voort. De wereld verbeter je door te beginnen met sleutelposities in de samenleving, was de strategie in de jaren zestig. De jaren zestig mogen voorbij zijn, de sixties zijn dat niet. Nog steeds is de universiteit een vehikel om de maatschappij te herscheppen.

Alleen de idealen zijn veranderd. De spreiding van kennis, werk en inkomen, zoals het doel was in de rode jaren van weleer, heeft plaatsgemaakt voor diversiteit. Tegenwoordig zou dit principe de maatschappelijke ordening moeten bepalen.

'Agents of change'

Soms leidt dat tot scènes die uit een roman van Michel Houellebecq of de tekenfilmserie South Park hadden kunnen komen. Even denk je naar superieure satire te kijken, maar nee. Het wervingsfilmpje dat Gender Studies (Universiteit Utrecht) aanprijst, is doodernstig. Een jongen vertelt hoe leuk hij de studie vindt - en het werken met de 'feminist toolbox' in het bijzonder. Wat er in deze gereedschapskist zit, wordt niet duidelijk. Maar ongetwijfeld moet de inhoud studenten, eenmaal afgestudeerd, helpen om 'diversity management' te implementeren, zoals op de website van de opleiding staat.

Waar is de tijd gebleven dat een universiteit tot taak had om studenten kritisch te leren denken? Of een tikkeltje pompeuzer: in aanraking te laten komen met het allerbeste dat de mensheid heeft voortgebracht? In plaats daarvan wil Gender Studies succesvolle 'agents of change' afleveren. Politiek activisme, dat is het oogmerk.

Van Martin Luther King naar Malcolm X - zo valt deze ontwikkeling, die zich overal in de westerse wereld voltrekt, in één zin te typeren. De beide boegbeelden van de burgerrechtenbeweging belanden doorgaans op één hoop, maar dat is onterecht. King wilde dat het uitgangspunt van de Amerikaanse Founding Fathers - all men are created equal - nu eindelijk ook eens ging gelden voor de zwarte bevolking. Malcolm X moest niets hebben van gelijkheid, maar hamerde juist op de eigenheid van het smaldeel waarvoor hij zei op te komen.

Wat hem betreft diende er zelfs een apart land te komen voor zwarte burgers. Zover is het nooit gekomen maar verder geldt wel degelijk: iemands achtergrond is zo'n speciaal goedje dat je daarmee op allerlei manieren rekening hebt te houden. Ofwel: identity politics als oplossing voor een multiculturele samenleving. Deze benadering heeft geresulteerd in maatregelen die moesten fungeren als duwtje in de rug voor minderheden.

Heel leerzaam, deze historie, aangezien identiteitspolitiek ook hier wortel schiet. Zo hield de voorzitster van de deftige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, José van Dijck, onlangs haar jaarrede. Daarin mijmerde ze over een nieuw soort wetenschapsprijs voor Wetenschap, Impact en Nieuwsgierigheid. Die zou moeten gaan naar een team 'waarin jong en oud, man en vrouw, en onderzoekers uit verschillende disciplines en culturen samenwerken aan de oplossing van een urgent probleem'.

Dus niet het beste onderzoek verdient het om beloond te worden, maar de variatie binnen het team dat onderzoek verricht. U herkent het onderliggende schema inmiddels: iemands achtergrond is hartstikke belangrijk.

Boterzacht criterium

Hoe ziet het beleid eruit dat rekening houdt met deze factor? Kijk naar de Verenigde Staten, die een lange traditie hebben van positieve discriminatie. Met quota heeft men aan de andere kant van oceaan ruime ervaring. Toelatingseisen werden aangepast aan de verschillende bevolkings- groepen, laat politiek commentator Dinesh D'Souza zien in Illiberal Education (1991). Om toegelaten te worden op Berkeley moest de ene groep (blanken en Aziaten) gemiddeld een A- halen (omgerekend een 8,5), terwijl de andere (zwarten) genoeg had aan een B+ (een 8).

Of de UvA-plannen iets vergelijkbaars bepleiten, is onbekend. Er wordt nog gebroed op de toepassing van het afspiegelingsbeginsel. Maar het Amerikaanse voorbeeld laat nu al zien dat quota niet 'slechts' een noodzakelijk middel zijn om de dominante meerderheid te laten inschikken zodat gemarginaliseerde minderheden eindelijk ook een kans krijgen. Ineens maakten succesvolle Joden op de campus deel uit van een 'oververtegenwoordigde groep'; Aziaten golden voortaan als 'oriental over-achievers'. In gewoon Nederlands: ze pikten de plek in waar iemand anders op grond van zijn of haar achtergrond recht op had.

De bezwaren tegen deze benadering zijn talrijk. Allereerst is diversiteit een boterzacht criterium, want hoeveel verschillende achtergronden erken je? Het wil maar niet duidelijk worden. De ene keer is geslacht een factor van belang, de andere keer ras, en geloof moet ook meetellen. Maar binnen elk geloof heb je ook weer substromingen en die kennen op hun beurt ook weer afsplitsingen. Als je het principe van afspiegeling consequent toepast, moeten die allemaal terug te vinden zijn op de campus.

Eén ding staat vast: werk genoeg voor de Diversity Unit die Wekker voor ogen staat. Voortdurend is die in de weer met Excel-sheets. In de ene kolom de werkelijkheid zoals die is, in de andere zoals die zou moeten zijn. Als blijkt dat de verschillen te groot worden, kan het grote reshufflen beginnen - om vervolgens nooit meer op te houden.

Een ander bezwaar is van principiële aard. Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt? Als er ergens achterstelling wordt vermoed, klinkt het al snel: discriminatie! Maar die stemmen verstommen zodra het positieve discriminatie betreft. Want: nodig om het summum bonum van deze tijd, diversiteit, te verwezenlijken.

Voor wie ongevoelig is voor dit principiële argument: aansluiting zoeken bij het gelijkheidsbeginsel helpt ook voorkomen dat het niveau van het onderwijs en onderzoek nog verder achteruitgaat. Nog verder? Is het dan zo bar gesteld met het niveau? 'Een 9 is geen 9 meer', kopte Ad Valvas onlangs. Het tweewekelijkse magazine van de Vrije Universiteit (Amsterdam) had bijna 30 masterscripties uit de periode 1998-2014 opnieuw laten beoordelen. Allemaal hadden ze destijds een 9 of hoger gekregen, maar dat mooie cijfer verschrompelde na herbeoordeling. Hoe recenter van datum, hoe groter de inflatie: de scripties van na 2009 kregen nu gemiddeld nog maar een 6,6.

Hoe deze ontwikkeling tegen te gaan? Ongetwijfeld is er nader onderzoek nodig en zijn er verschillende factoren debet aan de tamelijk spectaculaire daling van de scriptiecijfers. Maar zou het om te beginnen niet schelen als we onderzoekers, docenten en studenten weer heel ouderwets louter op kwaliteit beoordelen? Dus op wat iemand kan in plaats van wie hij is.

Sebastien Valkenberg is filosoof en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.