Column René Cuperus

Op sportscholen wordt te weinig gelachen

Sinds een tijdje heb ik de wereld van de sportvereniging verruild voor de wereld van de sportschool, en ik kom er steeds meer achter dat die twee weinig met elkaar te maken hebben. Bij een voetbal- of hockeyclub is er gemeenschapsleven en spelplezier; bij een fitnessclub is er naar binnen gekeerde individualiteit en discipline.

Op een sportclub worden spelers getraind. Op een sportschool train je spiergroepen. Elk apparaat bevat per spiergroep een kleine anatomische les. Het ene apparaat traint de binnenheup, het andere toestel de triceps. Met een grote toewijding en focus werken mensen de spieren en pezen van hun lichamen af: op weg naar een strak en toonbaar lijf. Geen sportplezier, maar steeds herhaalde inspanning is wat al die oefeningen uitstralen. Men is niet met sport bezig, maar lijkt zich af te beulen om beter te kunnen presteren in de sportwedstrijd van het leven.

Bij fitnessclubs als Basic-Fit of Fit For Free streeft men verbeten een onuitgesproken maatschappelijke norm na: een bepaald soort spiermassa en strakheid van lijf. Daarmee zou men zijn kansen op de markt van huwelijk en arbeid verbeteren. Die ‘body language’ van een sportschool wijkt sterk af van de sfeer bij een hockey- of voetbalclub, waar dit zich allemaal veel rommeliger afspeelt. Daar combineert men het streven naar een fit lichaam moeiteloos met een aangeschoten ‘derde helft’.

De sportschool is de wereld van neoliberale individualisering: je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen succes, je eigen fitheid, je eigen verzorgde lichaam. De Ik-BV. Sportverenigingen zijn daartegenover bastions van gemeenschapsleven, vrijwilligerswerk, groepsdynamiek.

Wat me al langer was opgevallen: de sociale stilte en naar binnen gekeerdheid op sportscholen. Op een fitnessclub wordt nauwelijks gesproken, laat staan gelachen. Dat heeft juist ook iets heel aantrekkelijks. Dat je van niemand iets moet of hoeft. Men groet elkaar nauwelijks. Hooguit het personeel. En verder gaat iedereen lekker zijn eigen gang. Zonder aanspraak of afleiding. Iedereen heeft oortjes in, luistert naar muziek op zijn telefoon, of kijkt naar de tv-schermpjes. En anders is er nog wel luide omgevingsmuziek.

De enige ‘sociale’ geluiden in een sportschool komen uit het spinning-hok (een brullende virtuele coach schreeuwt fietsers vooruit), of uit het krachthonk, de plek waar de stoere mannen zich ophouden met hun gewichten. Dat heeft wel iets ironisch. Juist in de hoek van de krachtpatsers is het meest uitbundige sociale contact, omdat die mannen uit veiligheid soms elkaars halters moeten vasthouden.

Op een sportschool ben je niet om met anderen te sporten. Je komt er juist, omdat je er niemand anders bij nodig hebt. Bij fitness ga je zoals je kwam. Zonder interactie. Met een iets strakkere bilspier vertrek je weer naar huis. Een fitnessclub is de overtreffende trap van Bowling Alone, de metafoor waarmee de beroemde Amerikaanse socioloog Robert Putnam ons ooit de naoorlogse afbrokkeling van gemeenschapsleven en ‘sociaal kapitaal’ heeft onderwezen.

Na stapavonden schijnen fitnessclubs op hun drukst te zijn. Vrijdag en zondag. Dan voelen mensen zich schuldig over hun leefstijl-overschrijding en straffen zich met fitnessoefeningen. Weer terug in de ratrace van lichamelijk conformisme, de harde fysieke eisen van hedendaags succes.

Het zal vast ook een generatieding zijn. Millennials zijn zo slim en on-naïef, dat ze voor een strak, getraind lijf de meest directe weg volgen, die van sportscholen, en niet de tijdverslindende route langs sportverenigingen.

Je ziet het verschil goed bij hedendaagse profvoetballers. Die komen op de wedstrijddag geheel in sportschoolmodus naar het stadion: oortjes in, zonnebril op, naar binnen gekeerd. Zo komen ze uit de spelersbus. Zo inspecteren ze het veld. Totdat de wedstrijd begint. Dan oortjes uit, focus op de wedstrijd en elkaar. En wat is er dan mooier dan de lachende blik van Tadic naar Ziyech in Ajax 1? Als de één een goddelijke pass heeft gegeven op de ander, die weliswaar net niet aankwam, maar wel het schoonste voetbalidee verborg.

Op sportscholen wordt te weinig gelachen. De sportwedstrijd van het leven behelst meer dan spiergroepen trainen en gewichten heffen. Gelukkig maar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden