ColumnAleid Truijens

Op school mag elke dag wel Nationale Voorleesdag zijn, dat werkt echt

null Beeld
Aleid Truijens

Voor onze twee oudste kleinkinderen (4,5 en 3) is het elke dag Nationale Voorleesdag. Onder geen beding mogen we het voorlezen voor het slapengaan overslaan. Ook ik laat het me niet ontnemen. Niets heerlijker dan zo’n warm, rozig kind, net uit bad, tegen je aan, dat slaperig wegzakt in een verhaal. Af en toe schieten ze overeind, als het spannend wordt. Ik wou dat ik me nog zo kon overgeven aan een verhaal.

Het is ook eigenbelang. Ik zou de hele dag willen voorlezen, lui op de bank. Hoef ik tenminste niet te ‘ravotten’, te schilderen of te knutselen. Oók goed voor hun ontwikkeling, maar als oma mag je verzaken.

We doen het niet omdat het heilzaam is, zoals levertraan of spruitjes, maar omdat iedereen het leuk vindt. Maar je ziet dat het werkt. Hun woordenschat gaat met sprongen vooruit. G. en M. weten wat voor vogel een ‘prr ta lie loe’ is, en wat een ‘kluizelaar’ doet. Dat dieren en bomen moeten plaatsmaken voor straattegels, dat je om ergens te wonen ‘papieren’ nodig hebt, en dat wie gek doet wordt ‘platgespoten’ – nuttige kennis.

Ook verplaatsen ze zich in het verdriet van een kakkerlak en de woede van een ontslagen kok. Dan heb ik het alleen nog over Pluk en Otje. Uit het vocabulaire van Annie M.G. Schmidt heeft M. (3) de woorden ‘dadelijk’, ‘stellig’ en ‘Dat mag volstrekt niet!’ overgenomen. Deskundigen mogen beweren dat voorlezen goed is voor de taalontwikkeling, het inlevingsvermogen en de kennis van de wereld – jahaa, gaapt iedereen dan – het wonder met eigen ogen aanschouwen is nog eens iets anders.

Niet iedereen heeft het door, maar de komende week zijn het nog steeds Nationale Voorleesdagen. Wie nu naar de bibliotheek gaat, wordt daar voorgelezen uit Maar eerst ving ik een monster van Tjibbe Veldkamp en krijgt een knutseltas mee – alsof lezen niet leuk genoeg is. Maar als dankzij dat lokkertje ieder kind lid wordt van de bibliotheek en vaak nieuwe boeken leent, hoor je mij niet.

De vaststelling, in 2019, dat het beroerd gaat met het lezen in Nederland, heeft de schrik er bij de overheid ingejaagd. Toen werd gemeten dat kinderen steeds minder lezen, minder graag lezen en er slechter in worden. Een ramp voor de kinderen en voor de toekomst van het land.

De overheid begon een ‘leesoffensief’, dat wordt uitgevoerd via de onvolprezen Stichting Lezen. Bibliotheken kregen subsidie om, in samenwerking met de scholen, het lezen en voorlezen te stimuleren, collecties te vergroten, of schoolbibliotheken – vaak wegbezuinigd – te helpen inrichten.

Dat is prachtig, als de scholen tenminste volop meewerken. Maar er is meer nodig: een andere kijk op het schoolvak lezen. De fatale scheiding tussen ‘technisch’, ‘begrijpend’ en ‘ontspannend’ lezen, die zwakke lezers het lezen tegen maakt, zou eindelijk geslecht moeten worden. Niet-begrijpend lezen bestaat niet. Zodra een kind woorden kan herkennen, hecht het er betekenis aan. Wie veel leest, verhalen, gedichten of wat ook, wordt er beter in, begrijpt steeds meer, gaat het leuker vinden en wordt er nog beter in.

Leraren hoeven niet alles alleen te doen. Nodig een schrijver uit, via De Schoolschrijver, de School der Poëzie of de Schrijverscentrale. Die schrijvers lezen niet alleen voor, ze schrijven met de kinderen ook gedichten en verhalen – geen kind vindt dat ‘stom’ of ‘saai’ als het goed gebeurt – en adviseren leraren. Doe het nu, want door het Nationaal Programma Onderwijs is er geld voor. En maak ook op school elke dag Nationale Voorleesdag. Alleen zo is de leesramp te keren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden