Verslaggeverscolumn Toine Heijmans

Op reis met Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk, die prachtig pleit voor de verbeelding

Dinsdag krijgt Olga Tokarczuk de Nobelprijs voor Literatuur uitgereikt en op een wonderlijke manier – zoals haar boeken wonderlijk zijn, in die zin dat ze alle verbeeldingskracht toelaten die uit het echte leven wordt verbannen – bevond ik me twee weken geleden met haar in een gezelschap van reizende schrijvers dat om en om het podium betrad van de grote zaal in het onderzeebootcomplex van Saint Nazaire, waar we tijdens een literair festival bevraagd werden over wat de schrijver drijft.

Olga Tokarczuk tijdens de uitreiking van de Prix Laure Bataillon Beeld Toine Heijmans

Olga kreeg een prijs, de Prix Laure Bataillon, en daarna vertelde ze kalm over haar manier van werken, in feite niets anders dan open, geconcentreerd en verwonderd kijken naar de wereld en de niet-bestaande werelden. Ze vertelde vastberaden en waarachtig, en zei dat de literatuur, anders dan de journalistiek, het excentrische centraal stelt. Onwerkelijke verhalen tot werkelijkheid verheffen, gezonken gebeurtenissen uit de geschiedenis opdiepen, randfiguren tot hoofdrolspelers maken – er is, zei ze, nog zoveel te vertellen.

Het was een hoopgevend optreden want als schrijvers onder elkaar zijn gaat het over de donkere toekomst van de literatuur, het tanende belang van boeken, de jeugd die niet meer leest (op tv hoorde ik iemand ‘diep lezen’ zeggen, alsof je niet meer ondiep mag lezen) en de overwinning van de beeldcultuur – maar niet als Olga vertelt. Dan wil je nog maar één ding: een boek. Ook al noemde ze het schrijven van een roman eerder een ‘moeilijke onderneming’ en ‘een gecontroleerde vorm van psychose, paranoia en obsessie’.

Bij het diner - inktvis in restaurant Le Skipper dat, wonderlijk, een Poolse eigenaar heeft uit Wroclaw, de stad waar Olga woonde - vertelde ze over het protocol dat haar en de haren is opgelegd door het Nobelcomité: een programma van acht dagen culminerend in een etentje met de koning, en wat je dan moet zeggen als je naast die koning zit. De Nobelprijs betekende nu al twee maanden lang rondreizen, waarmee ze in zekere zin een karakter was geworden in haar eigen roman De rustelozen. Haar kalmte was schijn, vertelde ze – het uitzicht op een maand solitair schrijven op een klein Duits eiland hield haar op de been.

Restaurant Le Skipper. Beeld Toine Heijmans

Tijdens de volgende halte van het festival, in Parijs, vond ze even tijd om in de koffiehoek van het hotel te praten, tussen vijf interviews door, en in de wetenschap dat haar man nog steeds niet de glimmend zwarte schoenen had gevonden die in Stockholm protocollair waren voorgeschreven. Het ging over het plezier dat ze uitstraalt, haar optimisme als het over boeken gaat. ‘Je moet optimistisch zijn’, zei ze, want hoe krijg je het anders voor elkaar een roman van negenhonderd pagina’s te schrijven, ‘De Jacobsboeken’, over een achttiende-eeuwse zelfverklaarde Joodse Messias? ‘Het openen van werelden die anders gesloten blijven, is magisch.’

Ze neemt de literatuur breed en lang: als er een crisis is, zei ze, is het ‘de crisis van de autofictie’, zo’n hekel heeft ze aan hip navelstaardersproza. ‘Elke keer krijg ik weer die vraag: welk deel van je boek is waargebeurd?’ Niets, graag. Ze schrijft met alle middelen die haar ter beschikking staan, en bouwt zo in elk boek een eigen universum zonder zich te houden aan literaire grenzen of genres. ‘Jaag je ploeg over de botten van de doden’ is in wezen een detective – ‘waarom zou dat niet kunnen? Ik erger me vreselijk aan die onderverdeling in hoge en lage literatuur.’

Tijdens een Nobelprijs-persconferentie. Beeld REUTERS

Een boek staat boven het gedruis van de wereld. Toch leverde haar werk een haatcampagne op in het conservatieve Polen, waar de uitgever beveiligers moest inhuren omdat haar werk als links en antichristelijk wordt gezien. ‘Mensen vinden dat moeilijk te begrijpen, maar ik ben niet geïnteresseerd in politiek. Alles is politiek, zelfs mijn kapsel is politiek’ – ze draagt dreadlocks. ‘Mensen zijn zó geobsedeerd door uiterlijk, het moet allemaal iets betekenen. Iemand zei op Facebook dat ik er geen recht op heb mijn haar zo te dragen – het is zo dwíngend allemaal. Als ik aan een verhaal begin dan wil ik dat het vrij is. De rol van de schrijver is lezers van nieuwe perspectieven voorzien die de oude doen verschuiven.’

Boeken zijn bedreigend in een wereld die steeds minder verbeeldingskracht duldt, waar je links moet zijn of rechts, waar gebrek is aan mysterie en nuance. Niet voor niets heet Olga’s Nobeltoespraak ‘De tedere verteller’. ‘De wereld is gemaakt van woorden’, zegt ze daarin, alleen hebben we geen taal meer voor de ‘ultrasnelle’ veranderingen van vandaag. ‘We komen metaforen tekort, mythen en nieuwe fabels’, en houden daarom vast aan ‘roestige oude verhalen’ die niet meer passen.

Het is een prachtig pleidooi voor de verbeelding.

Verbeelding. Beeld Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden