Column Jasper van Kuijk

Op ons Zweedse plattelandsschooltje heeft driekwart van de docenten een tatoeage

In Nederland vroeg een student die ik had begeleid me ooit of de tatoeage op haar pols mijn beeld van haar had beïnvloed. ‘Nee, ik geloof het niet’, antwoordde ik. Niet dat ik zo stoïcijns ben of dat ik moeiteloos vooroordelen van me af laat glijden, het is meer dat tatoeages steeds gewoner worden. Nog niet zo gewoon als oorbellen, maar ook zeker niet zo opvallend als groen geverfd haar.

Maar hier in Zweden lijken tatoeages nog nét wat gewoner. Vond ik het een paar jaar geleden nog stoer dat mijn inmiddels 72-jarige Zweedse tante op haar pols een klein bloemetje had staan, op het plaatselijke plattelandsschooltje waar onze jongens hier naartoe gaan heeft driekwart van de docenten, tot aan de rector toe, een tatoeage. Er zijn wel gradaties. Zo gaat het bij de jonge, net begonnen docente om meerdere vrij grote exemplaren en heeft de rector een vogeltje op haar enkel. Overigens zou het natuurlijk kunnen dat het ogenschijnlijk ongetatoeëerde schoolpersoneel tatoeages op minder zichtbare plaatsen heeft aangebracht, maar dat hebben we uit praktische en beleefdheidsoverwegingen niet verder onderzocht. Je moet ook een beetje weten hoever je kunt gaan op zo’n eerste schooldag.

Waar die Zweedse tatoeëerlust vandaan komt is me niet helemaal duidelijk. Het is niet zo dat het klimaat hier nou bepaald het langdurig dragen van weinig verhullende kleding aanmoedigt. Hoewel dat dan weer gecompenseerd zou kunnen worden door de Zweedse saunacultuur en voorliefde voor zonnige vakantiebestemmingen. Al speurende stuit ik op een onderzoek waarin de Zweedse bevolking de op een na meest getatoeëerde van alle onderzochte landen is. 47 procent van de Zweedse internetrespondenten gaf aan tenminste één tattoo te hebben.

Ik word ergens wel vrolijk van het beeld dat het verpleeghuispersoneel in Zweden over een tijdje tijdens de wasronde rondbanjert tussen de draken, rozen en teksten als ‘REBEL LIFE FOREVER’. En dat beide partijen dan weten dat dat laatste ooit inderdaad een mooie ambitie was, maar dat de koffietafel vanochtend weinig rebels was en het verblijf in het verzorgingshuis ook niet voor altijd gaat duren. Gelukkig.

Maar goed, het gezegde luidt ‘When in Rome, do as the Romans do.’ En dus, voor de goeie orde, níét zoals Hugh Grants doortrapte personage in Bridget Jones’ Diary claimt: ‘When in Rome, do as many Romans as you can.’ Alleen heb ik geen tatoeage – ik hou ervan om aan mijn teksten te kunnen blijven schaven – en ook mijn vrouw heeft geen inkt. Zo schiet het dus niet op met onze integratie.

Dus daar zitten we, aan de keukentafel: integratieoverleg. Ems met de – ongetatoeëerde – armen over elkaar en ik schermend met de argumenten dat aangezien bijna de helft van de Zweden een tattoo heeft, één van ons tweeën er eentje zou moeten nemen en dat aangezien uit dezelfde enquête blijkt dat Zweedse vrouwen meer getatoeëerd zijn dan mannen (2 procent meer, maar toch), dat zíj die tattoo zou moeten nemen. En dat als referentie naar het lokale wild zo’n aarsgewei me wel passend lijkt.

‘Geef eens hier dat onderzoek van jou?’, zegt Ems terwijl ze de laptop pakt. ‘Hier, Zweden heeft ook het grootste percentage mensen met spijt van een tatoeage, 38 procent.’ Reden temeer om de tattoo te nemen, betoog ik: ergens geen in zin hebben is net zoiets als spijt, maar dan vantevoren. ‘Het is goed met je’, antwoordt ze. ‘Als jij vindt dat wij een tatoeage moeten nemen om te integreren, dan neem jij hem toch?’

Ik besluit dat bij nader inzien getrouwd zijn met een zelfstandige vrouw óók heel Zweeds is. Minstens zo Zweeds als een tatoeage. Misschien wel als twee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden