Op meesten van ons rust wel degelijk plicht tot voortleven

Voltooid leven: sociale omgeving bepaalt de waarde

In de discussie over voltooid leven is de keuze voor de dood een puur individualistische. Terwijl volgens Kees Kraaijeveld de belangrijkste vraag zou moeten zijn: hoe hoog is de relationele waarde van het leven?

De waarde van een mensenleven is vooral een relationele waarde. Beeld Margo Vlamings

Wat bepaalt de waarde van een mensenleven? Wie bepaalt of iemand mag sterven? Hoe moeten we nadenken over de doodswens van mensen die niet ziek zijn, maar wel klaar met leven?

Voor Pia Dijkstra is het helder. De D66-politica vindt dat mensen die genoeg hebben van het leven voor de dood mogen kiezen en daarbij geholpen mogen worden. Dijkstra publiceerde eind vorig jaar 'de initiatiefwet Waardig Levenseinde'. Het doel: een brede consultatie waarin iedereen zijn zegje mag doen over het acht pagina's tellende wetsvoorstel. Tot eind van deze maand kunt u commentaar leveren.

Initiatiefwetten vooraf voorleggen aan het volk is niet gebruikelijk, maar ik ben er blij mee. Voltooid leven is een geweldig onderwerp voor een publiek debat, omdat het gaat om fundamentele waarden als empathie, individuele vrijheid en de heiligheid van het leven. Empathie: willen we een bejaarde die het leven zat is dan niet helpen? Individuele vrijheid: mag ik als mens alstublieft zelf beslissen hoe ik mijn leven inricht en hoe ik sterf? De heiligheid van het leven: is een mensenleven niet intrinsiek beschermwaardig?

Dijkstra laveert in de toelichting op haar initiatiefwet behendig tussen deze waarden en poogt ze recht te doen. Knap werk - ik raad u de memorie van toelichting van harte aan. Tegelijkertijd laat Dijkstra's wetsvoorstel zien dat wie denkt binnen de huidige morele kaders, onvermijdelijk belandt in geijkte institutionele oplossingen. Begrijpt u me niet verkeerd: het zou een enorme stap vooruit zijn als de initiatiefwet Waardig Levenseinde wordt ingevoerd. Maar het kan écht beter, ruimhartiger en - vooral - socialer.

Laten we eerst naar de inhoud kijken. De essentie van het wetsvoorstel is dat in de strafwet een uitzondering wordt gemaakt voor 'levenseindebegeleiders' die 75-plussers met een voltooid leven op een zorgvuldige manier helpen sterven.

Zorgvuldigheid

'Zorgvuldigheid', daar draait het om. Zorgvuldig betekent dat de levenseindebegeleider zich aan de wettelijke eisen houdt: allereerst is er dan die leeftijdsgrens van 75 jaar. 75-minners met een stervenswens mogen niet geholpen worden.

Hoe ziet de levenseindebegeleiding er praktisch uit? Wie 75-plus is en niet meer wil leven, belt een levenseindebegeleider. Die vraagt de oudere om een officiële doodswensverklaring, op schrift, of met een videootje bijvoorbeeld. De levenseindebegeleider moet in ten minste twee gesprekken controleren dat andersoortige hulp niet meer is gewenst en dat het verzoek 'vrijwillig, weloverwogen en duurzaam' is. Net als in de euthanasiewet moet een tweede levenseindebegeleider dit vervolgens bevestigen en beoordeelt een commissie achteraf of is voldaan aan alle zorgvuldigheidseisen.

Omdat het niet om zieke mensen gaat, hoeft de begeleider, anders dan in de euthanasiewet, geen arts te zijn. Dat is een goede zaak, want daarmee geeft Dijkstra gehoor aan de door voorstanders van vrijwillig sterven reeds lang gekoesterde wens om het monopolie op de stervensbegeleiding weg te halen bij de dokters.

De levenseindebegeleider moet wel een professionele zorgverlener zijn en een BIG-registratie hebben, bijvoorbeeld als psycholoog of verpleegkundige. Bovendien moeten zorgverleners die levenseindebegeleider willen worden de nieuwe, nog op te zetten, opleiding volgen.

Bijzonder detail is dat deze nieuwe beroepsgroep straks zelf het dodelijke middel mag voorschrijven en verstrekken, een privilege dat nu exclusief is voorbehouden aan artsen. De geneesmiddelenwet en de opiumwet zullen hiervoor worden aangepast. Om te voorkomen dat het gif in verkeerde handen valt of fout wordt gebruikt, moet de levenseindebegeleider erbij blijven als de levensvermoeide bejaarde er een einde aan maakt.

Zorgvuldigheid, waardigheid, levenseindebegeleiding. Het taalgebruik verraadt dat de dood nog altijd een onderwerp is dat met fluwelen handschoenen moet worden aangepakt. 'De beschermwaardigheid van het leven is een fundamenteel beginsel dat in acht moet worden genomen', schrijft Dijkstra in haar toelichting. Maar ze schrijft ook dat 'het leven per se, het puur alleen in leven zijn', niet per definitie beschermwaardig is. Wat is het nou?

Grofvuil

Dijkstra worstelt zichtbaar met de oude waarden. Wonderlijk is dat niet. De 'intrinsieke waarde van het leven' is een dogmatische dino die steevast de kop opsteekt bij debatten over leven en dood. Of het nou gaat om euthanasie, abortus of om waardig sterven, steeds is daar weer die vermeende heiligheid.

Zo stelt het kabinet letterlijk, in zijn jongste Kamerbrief over voltooid leven, dat 'de intrinsieke waarde van het leven' een 'plicht tot bescherming' met zich meebrengt. En hoewel de heiligheid van het leven niet als zodanig wordt benoemd in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) refereert het Europese Hof in zijn uitspraken nog altijd aan het principe van 'sanctity of life', de heiligheid van het leven.

Het zijn maar twee voorbeelden, maar ze illustreren hoe diep het zit. 'Heiligheid', 'intrinsieke waarde', als het om leven en dood gaat, grijpen we bijna automatisch terug op dit soort absolute begrippen. Het is onze religieuze traditie. Volgens de meeste godsdiensten is het leven door God gegeven en daarmee heilig. Punt. En hoewel religie voor de meeste mensen in ons seculiere Nederland vrijwel betekenisloos is geworden, durven we de bijbehorende heiligheid van het leven niet zomaar bij het grofvuil te zetten.

'Waar eindigt het?', klinkt dan angstig de hellend-vlakvraag. 'Mogen we straks zomaar iedereen doodmaken?' Dat wil niemand. Dus dan toch maar vasthouden aan dat retroreligieuze idee van de heiligheid van het leven.

Morele mantra's

Dat is een vergissing. Het debat over leven en dood zou er enorm op vooruitgaan als we het concept van de heiligheid van het leven zouden bijzetten in het museum van de morele mantra's. Als idee is het te grof en als uitgangspunt voor handelen beperkend en schadelijk.

Heiligheden zijn te absoluut. Dogma's laten geen ruimte voor contextafhankelijke wijsheid. Als het leven (en dan bedoelen we natuurlijk meestal het menselijk leven) heilig is, dan geldt dat voor ieder leven in gelijke mate. De levens van bijvoorbeeld een vier weken oude foetus, een zwaar gehandicapt kindje, een kerngezonde moeder van twee tieners en een levensvermoeide man van 100 zijn dan even heilig en waardevol.

Wie dogmatisch vasthoudt aan de heiligheid van het bestaan legt zichzelf onnodig beperkingen op, zowel in denken als in doen, waardoor oplossingen die in bepaalde situaties het beste zijn buiten beeld blijven. Denk aan het laten inslapen van een kansloos ziek geboren baby'tje, zodat ouders en artsen verder kunnen, of aan het vervullen van de doodswens van die 100-jarige man met een humaan middel, zodat hij zichzelf niet hoeft dood te hongeren, of erger. Ideeën over heiligheid zijn schadelijk omdat ze veelal pontificaal het juiste handelen in de weg staan.

Het concept van de heiligheid van het leven draagt bovendien in zich dat langer leven beter is dan korter leven. Ook dit zien we terug in het wetsvoorstel van D66. Mensen onder de 75 mogen sowieso niet voor de dood kiezen. Want deze mensen hebben nog 'een relatief lang levensperspectief' met 'onverwachte mogelijkheden en wendingen'. Zo doordrongen zijn wij leutig levenden van de waarde van het leven dat we het niet verdragen als anderen alleen al de kans op gelukkige levensjaren terzijde schuiven. Het lukt zelfs Pia Dijkstra niet om het sterven van een individu te zien voor wat het voor de persoon in kwestie is: een no-regret option. Kiezen voor de dood is de enige keuze waarvan je zeker weet dat je er zelf nooit spijt van zult hebben.

Een mensenleven is niet heilig. De dood is niet per se een gemiste kans. Is het leven dan niets waard? Natuurlijk wel. Maar zeg nou zelf: de waarde van uw of mijn leven wordt toch niet bepaald door een of ander 'intrinsiek' concept of 'transcendente' macht?

Wat bepaalt de waarde van een mensenleven dan wel? Daarover hebben filosofen en wetenschappers veel nagedacht. Bewustzijn, persoonlijkheid, het individuele levensverhaal, het aantal nog te verwachten gezonde levensjaren, het zijn in academische discussies allemaal aspecten die meewegen bij de waardering van het leven.

Keuvelend kuddedier

Maar praktisch bezien is de mens niet alleen een individu, maar vooral een keuvelend kuddedier waarvan de waarde voornamelijk wordt bepaald door de groep, door de andere mensen. Als we willen nadenken over de waarde van een mensenleven, kunnen we de mens niet zien als een geïsoleerd individu. Dan is de mens een persoon, gevormd, bepaald en zingegeven door zijn sociale omgeving. De waarde van een mensenleven is dan geen veronderstelde intrinsieke abstractie, maar grotendeels een waarneembaar, sociaal netwerk van betekenisvolle relaties. 'L'enfer, c'est les autres', schreef Sartre. Ik zeg: die anderen, die bepalen de waarde van ons leven. De waarde van een mensenleven is vooral een relationele waarde.

Als het ons lukt er zo naar te kijken, dan kan het wetsvoorstel Waardig Levenseinde op een heel andere leest worden geschoeid.

Hoe dan? Nu is het voorstel voor de levenseindebegeleiding zuiver individualistisch, net als de euthanasiewet. Waarden als vrijheid en zelfbeschikking staan voorop. De familie en vrienden van de bejaarde die wil sterven spelen geen rol, tenminste niet in positieve zin. Het sterven is primair een zaak tussen het individu dat klaar is met leven en diens professionele levenseindebegeleider.

De levenseindebegeleider moet aan allerlei formele eisen voldoen maar heeft gek genoeg niet de taak om te toetsen hoe hoog de waarde van het leven van zijn cliënt nog is. Terwijl dat de belangrijkste vraag zou moeten zijn: hoe hoog is die relationele waarde?

De levenseindebegeleider heeft geen sjoege. In het huidige voorstel hoeft de levenseindebegeleider familie en vrienden helemaal niet te betrekken bij de beslissing om er een einde aan te maken. Het enige waar hij of zij zich op basis van de gesprekken met de hulpvrager van moet vergewissen, is dat de sociale omgeving geen druk heeft uitgeoefend met als doel opa of oma het hoekje om te helpen. Alleen 'indien de oudere daartegen geen bezwaar heeft, kunnen familieleden en personen uit de naaste omgeving bij de gesprekken worden betrokken', lezen we in de memorie van toelichting.

Dat is asociaal. In hun liefde voor zelfbeschikking gaan de sociaal-liberalen eraan voorbij dat ouderen, ook mensen van boven de 75, doorgaans betekenisvol zijn voor hun familie en vrienden. Zonder overleg stiekem met hulp van de levenseindebegeleider ertussenuit piepen, kan voor de nabestaanden zeer traumatisch zijn. Leest u ter illustratie het deerniswekkende relaas van Pien Berkhuysen dat NRC-journalist Gijsbert van Es in 2014 optikte. Haar moeder en stiefvader maken zonder overleg een einde aan hun leven. 'Het verdriet dat zij ons geen afscheid hebben gegund, zal ons blijven achtervolgen', zegt Berkhuysen.

Sociale plicht

'Eenieder heeft het recht om uit het leven te stappen, of omgekeerd: op niemand rust een plicht tot (voort)leven', schrijft Pia Dijkstra in haar toelichting. Daar vergist ze zich. Op de meeste mensen rust wel degelijk die plicht, een sociale plicht voortkomend uit de betekenisvolle verbondenheid aan hun familie en vrienden, een plicht die hoort bij de relationele waarde die een mensenleven meestal heeft.

Hoe zou de Wet waardig levenseinde eruit zien als we, naast de wens van het individu, uitgaan van die relationele waarde? De levenseindebegeleider zou de nabije familie en vrienden van degene die wil sterven juist actief gaan betrekken bij de gewenste stervensgang. De levenseindebegeleider wordt dan een procesbegeleider die het gesprek en de gezamenlijke besluitvorming over de dood faciliteert. Hij of zij hoeft niet meer zo nodig zelf te bepalen hoe 'vrijwillig, weloverwogen en duurzaam' de individuele stervenswens is. Dat doet de hulpvrager in gesprek met zijn of haar naasten. Door niet alleen te praten met de levensvermoeide oudere maar ook met diens omgeving, kan de levenseindebegeleider bepalen in hoeverre iemands leven in sociale zin is voltooid.

Pia Dijkstra. Beeld Freek van den Bergh/de Volkskrant

En wat als iemand nou zelf graag dood wil, maar familie en vrienden dat per se niet willen? Dat gebeurt. Artsen kennen dit soort situaties nu al uit de euthanasiepraktijk. Wat doe je dan als levenseindebegeleider? Praten. De mensen helpen begrip te kweken voor elkaars standpunt. En als het niet lukt om nader tot elkaar te komen? Als degene die wil sterven volhardt in zijn of haar doodswens? Dan kunnen de levenseindebegeleiders alsnog hun afweging maken. Veelal zal dat betekenen dat ze de hulpvrager van dienst zullen zijn.

Voordeel van deze sociale aanpak is dat de willekeurige wettelijke zorgvuldigheidseisen, zoals die leeftijdsgrens van 75 jaar, grotendeels overbodig worden. Stelt u zich eens de situatie voor dat iemand van 50 zegt klaar te zijn met leven en dat zijn meest nabije familie, vrienden en collega's het daarmee eens zouden zijn. Wat is er dan tegen hulp bij zelfdoding?

Als familie en vrienden betrokken zijn, is het voor de levenseindebegeleider eenvoudiger vast te stellen of degene die vraagt om zelfdoding niet eigenlijk een andere hulpvraag heeft. De sociale aanpak neemt zelfs de grond weg voor het schrikbeeld dat ouderen straks door hun familie gedwongen zullen worden een levenseindebegeleider te bellen. In gesprek met familie en vrienden zal een kundig hulpverlener immers veel eerder kunnen vaststellen dat er iets niet in de haak is dan wanneer hij of zij alleen moet varen op de woorden van de hulpvrager. En dat is belangrijk: deze sociale variant van levenseindebegeleiding bedoelt de stervenswens van het individu te toetsen in diens sociale omgeving, niet andersom.

En, nog een praktisch voordeel, als familie en vrienden erbij zijn, lijkt het me niet nodig dat een relatieve buitenstaander als de professionele levenseindebegeleider bij de daadwerkelijke zelfdoding aanwezig is. De beoordeling van de juistheid en de waardigheid van het sterven is puur procesmatig, zowel voor de levenseindebegeleiders als voor de commissies die gaan toezien op de zorgvuldigheid van hun werk.

De Wet waardig sterven gaat er komen en dat is goed. Door de waardering van een mensenleven te verleggen van traditionele begrippen als 'intrinsieke waarde' naar een sociaal begrip als relationele waarde, kunnen we voorkomen dat de levenseindebegeleiding een weliswaar zorgvuldig, maar ook een wat kil en eenzaam laatste optreden wordt.

Leven doen mensen het liefste samen. Sterven is daarom ook niet iets wat je ineens in je eentje doet, geholpen door een professional. Waardig sterven doe je, als het kan, in overleg met je naasten.

Kees Kraaijeveld is filosoof, psycholoog en directeur van De Argumentenfabriek.

Wat ging er vooraf aan het wetsvoorstel van Pia Dijkstra?

Oktober 1991
Emeritus hoogleraar rechten Huib Drion schrijft in NRC Handelsblad zijn pleidooi om oude mensen de mogelijkheid te geven een middel te krijgen waarmee ze een eind aan hun leven kunnen maken.

1993
Psychiater Boudewijn Chabot helpt een 50-jarige vrouw die niet lichamelijk ziek is bij zelfdoding. Ook hier oordeelde de Hoge Raad: wel schuldig, geen straf.

April 1998
Voormalig PvdA-senator Edward Brongersma maakt een eind aan zijn leven met medicijnen gekregen van zijn huisarts. De arts werd in 2002 door de Hoge Raad schuldig bevonden, maar kreeg geen straf.

Oktober 2000
In het debat over de euthanasiewet benadrukt minister Korthals van Justitie dat mensen die 'levensmoe' zijn niet voor euthanasie in aanmerking komen.

December 2004
Commissie Dijkhuis stelt in een advies aan artsenfederatie KNMG dat rekening gehouden moet worden met mensen die lijden aan het leven, zonder dat ze ziek zijn.

Februari 2009
Burgerinitiatief Uit Vrije Wil publiceert een pamflet voor stervenshulp aan ouderen met een voltooid leven.

Februari 2010
Tv-programma Netwerk laat zien hoe Albert Heringa zijn 99-jarige stiefmoeder 'Moek' helpt bij haar zelfdoding. Heringa werd schuldig verklaard, maar kreeg geen straf.

Oktober 2012
In het regeerakkoord Bruggen Slaan spreken VVD en PvdA af dat de discussie over het zelf gekozen levenseinde kan leiden tot aanpassing van de wet.

Februari 2016
Commissie Voltooid Leven stelt dat verdere verruiming van de wettelijke mogelijkheden voor hulp bij zelfdoding onnodig en ongewenst is.

Oktober 2016
Kabinet stelt in reactie op het rapport dat de Commissie Voltooid Leven 'geen recht heeft gedaan aan de wens en de hulpvraag van mensen die hun leven voltooid achten'.Wat ging er vooraf aan het wetsvoorstel van Pia Dijkstra?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.