Column Bericht uit Anguilla

Op het piepkleine eiland Anguilla overheerst een onontkoombaar gebrek aan haast

Op het strand van Anguilla. Beeld Kees Broere

Stel, een man landt op Schiphol. Hij moet langs de paspoortcontrole. Achter hem staat een rij van zo’n twintig mensen die ook verder willen.

U snapt het al: haast is geboden.

Goed dan, we zwenken een kilometer of 7.000 westwaarts. Dezelfde man bereikt zijn bestemming. Niet met het vliegtuig, maar per boot; net als de pakweg twintig mensen achter hem bij de paspoortcontrole. Ook zij willen het eiland op.

‘Bent u hier eerder geweest?’, vraagt de geüniformeerde vrouw achter het stempelloket.

‘Nee, het is mijn eerste keer.’

‘Aha, goed zo. Welkom!’

Het is duidelijk. We zijn niet in de Verenigde Staten. We zijn op het Caribische eiland Anguilla. De mevrouw van de paspoortcontrole ontpopt zich tot een onverminderd glimlachende hostess, die de bezoeker-voor-één-dag niet alleen een stempel wil geven, maar met plezier ook van toeristische informatie voorziet. ‘Wacht, we pakken er even de kaart van het eiland bij.’ Vanuit de rij wachtenden klinkt geen gemor.

De stempelmevrouw heeft de toon voor de rest van de dag gezet. Overal op het piepkleine eiland overheerst een onontkoombaar gebrek aan haast. Wie meent er vaart te moeten maken, komt al gauw in zee terecht, dus die moeite kan men zich beter maar besparen. De ‘Paling’, zoals Spaanstaligen het eiland Anguilla terecht benoemden, wenst zich niet druk te maken.

Ook de taximan die de bezoeker naar zijn bestemming aan de noordoostkant zal brengen, neemt ongevraagd zijn tijd. Veel verkeer is er niet, al helemaal niet op deze dag in het weekeinde, maar hij houdt keurig stil als een stoplicht (een stoplicht?!) op rood springt. Sterker nog, terwijl hij wacht, vertelt de oude chauffeur vol trots dat het hier een van de maar liefst zes stoplichten op Anguilla betreft. ‘En dan bedoel ik op zes kruispunten, dus stoplichten hebben we in totaal natuurlijk meer dan zes.’ Meer zelfs dan in Almelo, wellicht.

De lunch dient uiteraard aan een van de fraaie stranden genoten te worden. Op de vraag of daarna wellicht een strandstoel te gebruiken is voor ‘het uitzicht op de golven’ (om weer eens een andere uitdrukking voor een korte siësta te gebruiken), wordt direct een luie zetel in de schaduw van een exotische druivenboom geschoven. Gratis, ja. Want: ‘U bent onze gast.’

Anguilla ligt op zo’n 20 minuten varen met de pont van Sint Maarten. En net als het deels Nederlandse, deels Franse eiland in het Bovenwindse gebied van de Cariben heeft Anguilla vorig jaar flinke orkaantikken gekregen. Alleen is daarvan op het Brits-Caribische eiland niet zo heel veel meer te zien. Omdat er niet zo veel huizen staan. En omdat de bewoners van die huizen eigenhandig al het nodige herstelwerk hebben verricht.

Dat ging dus, zeg maar, snel.

Het enige moment waarop de tijd ertoe doet, is wanneer de laatste pont van de dag terugvaart naar Sint Maarten. Officieel is hiervoor ‘18.15 uur’ aangegeven. Maar in de praktijk werkt het zo: op een stoeltje bij de kade zit een meneer. Hij eet een stevig ijsje en kijkt de bezoeker aan. ‘U wilt weten wanneer wij vertrekken? Wel, ik ben de kapitein. Dus als ik mijn ijsje op heb.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden