Verslaggeverscolumn Nederlandse literatuut

Op het leesfeest in Montpellier is de lezer de baas en bekijkt de schrijver uit de hoogte

Beeld de Volkskrant

Wij zijn handelswaar. Uitgestald midden op de markt: dertig auteurs en hun pennenvruchten. Het is in de grote witte partytent. De zon boven de stad, de klanten trekken langs alsof ze avocado’s kopen. Ze pakken een boek en knijpen erin, voelen of het rijp is. Monsteren de schrijver zwijgend en leggen het dan terug: een avocado met een bruine plek.

Door naar de volgende, in dit geval Stefan Hertmans, wiens werk de ballotage beter doorstaat. Hij zet prachtige handtekeningen - dat ook.

‘Kijk eens, Julie. Die meneer heeft een boek geschreven.’

Dertig Nederlandse en Vlaamse boekeniers op reis naar literair festival Comédie du Livre, waar honderdduizend mensen komen. Ja: honderdduizend. In Montpellier. Als dit vliegtuig neervalt, zegt Tommy Wieringa voor vertrek, ‘krijgen we dan een halve pagina in de krant?’

Gerbrand Bakker signeert.

Allez: vier pagina’s in Le Monde vandaag, Tommy, zonder ongelukken en met een duidelijke kop. Pays-Bas, Belgique: haut la littérature! Ja: met uitroepteken.

Aan tafel. In de partytent.

‘Meneer, ik weet niets van Nederlandse literatuur. Vertel over uw boek.’

‘Het is een korte, intense roman mevrouw. Vol psychologische… ’

‘…ah...’

‘… maar met een vleugje policier – het is best spannend eigenlijk.’

‘Verkocht.’

De Fransen hebben er een term voor: dédicaces. ‘Signeersessies’ komt in de buurt, maar hier is de lezer de baas en bekijkt de schrijver uit de hoogte. Neem dat letterlijk. Elke Franse stad, elk groot denkend dorp heeft z’n literaire festival, een dagje uit voor het gezin. Daar zijn de auteurs tentoongesteld achter smalle tafelbladen. Bij aanschaf van een boek een handtekening op een pagina naar keuze, plus eventueel een vriendelijk woord.

Le Monde kopt in superlatief.

Pour Chantal, merci.’

Gerbrand Bakker trouwens signeert met à Chantal, en Nederlandse schrijvers kunnen zich ook daar een schisma over discussiëren. ‘POERRRRRRRRRR’, zegt Gerbrand, ‘dat klínkt toch niet’. Maar à – dat is de eerste letter van het woord afstandelijk.

Chantal: ‘wat maakt het uit’.

Probeer die namen eens in het Frans. Enquist, Laroui, Westerman, Verbeke, Lucius, Terrin, Joris – dat is nog te doen. Maar Brijs, Enter, Koch, De Moor, Wieringa, Schamp, Hertmans, Bakker, Münninghoff, Olde Heuvelt, Heijmans, Van Reybrouck, De Vries, Van de Weert, Vanistendael, Schilperoord, Spit, Weijers, Evens, Coudyzer, Terpstra, Kriek en Willem – de Fransen moeten moeite doen.

Doen ze. Want boeken zijn in Frankrijk nog van nationaal belang.

Dat de Nederlandse namen er stilaan groter worden - sommige verkopen meer in Frankrijk dan in Nederland, het aantal vertalingen is ongekend - is ook de verdienste van het Letterenfonds, en van Margot Dijkgraaf en Bart Hofstede, die namens de ambassade hun liefde voor de Franse letteren koppelen aan hun liefde voor de Nederlandse. Volgende maand in Parijs: Le Boekenbal, nu al een begrip. En nu dus zijn we speerpunttaal in Montpellier – een zwaarbevochten privilege.

Tommy Wieringa (rechts) in actie.

Bij het inaugurele diner op een wijnboerderij moeten de glazen wachten op de speeches van vijf politieke functionarissen, klein van stuk en lang van stof, waarvan de laatste, Bernard Travier, gekozen vicepresident van de metropool Montpellier, subiet begint te spreken over ‘de crisis in Europa’ (korte stilte) en de helende werking van de literatuur. Politiek en kunst gaan samen in Frankrijk, in die zin dat politici graag de kunst omhelzen omdat het ze status geeft. Niet in de Nederlandse zin, waar de premier en zijn bedrijfsleider de kunst zien als een marktsector die zichzelf maar moet bedruipen.

Bon. Het is leesfeest. Er zijn vragen aan de Nederlandse snuiters met hun vreemde namen, die zich nu melden in zalen voor een table ronde of een rencontre, al dan niet aan de arm van een tolk.

‘Is de somberheid van uw noordelijke teksten het gevolg van traumatische ervaringen?’

Nederland is net IJsland. Dat vergeten de Nederlanders weleens.

Op de markt bekijkt een echtpaar in blauw samen een boek/avocado. Er volgt intern overleg of het past in hun genre- en aanschafbeleid. Hun linnen festivaltas bulkt al van boeken. Echtpaar bekijkt de schrijver. Overlegd nog eens. Dan legt de vrouw het boek terug en grijpt ze terug op Inge Schilperoord.

Vergeleken met de Franse schrijvers, concludeert Bertrand van boekwinkel Sauramps, man van koffie en bemoedigende woorden, zijn jullie wat timide . Maar die avond worden we wel de Tchoutchou uitgegooid (mijn schuld) en eindigen we met karaoke.

‘Meneer. Wat voor land is Nederland?’

‘Klein en intens, mevrouw. Vol psychologie van de koude grond.’

‘Dank u. Want van de Nederlandse literatuur meneer, ken ik alleen Nils Holgersson.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.