Column Peter Buwalda

Op de wc van een futuristische bios viel ik midden in een intens gesprek

Even wennen aan de aarde.

Nelson Mandela zou zeggen: zeur niet, maar ik was lang niet buiten geweest. We gingen naar de bioscoop. Heel ontspannen. ‘Waar is het plafond?’, brulde ik op het tuinpad.

Die verhoogde waakzaamheid zette al in bij het kiezen van een stoel. Op de website zie je de zaal, een groene zee van mogelijkheden, met in het midden wat rode stoeltjes: bezette plekken. Ik wees naar de voorste rij, links. Iemand had rij 1 stoel 1 gereserveerd.

Vond Jet wel grappig, in je eentje vooraan op de hoek gaan zitten, haha, maar ik niet. ‘Wat moet dat?’, informeerde ik.

Een terrorist, dat dacht ik ervan. Niet alleen tégen bioscopen, maar ook niet weten hoe ze werken. Op weg naar het paradijs nog even een stijve nek halen – dat kreeg je ervan.

Kalm even fietsen, maar. Hallo planeet. Ik had zo lang zitten writen dat ik duizelig werd van de hoge snelheden. De eerste treinreizigers hadden het ook, Victor Hugo heeft er nog over geschreven, de verschuivende perspectieven achter het raampje, vlakbij gaat alles razendsnel, ver weg traag, Victor werd er spuugmisselijk van.

‘Als je zometeen een ufo ziet’, waarschuwde Jet, ‘dat is het Eye.’

In de futuristische bioscoop ging ik, gesloopt door de fietstocht, nog even pinkelen. Mooi woord, vind ik, ervan uitgaande dat het refereert aan losse, in een boog ter aarde fonkelende gele druppels. Toch is niks zo vervelend als het tijdens de film ontzettend moeten. Ik heb daarover een smerig verhaal van een ex, een dame die ik maar beter niet bij naam kan noemen, maar ze ging in Carré naar Youp van ’t Hek en ze moest van te voren al heel erg, maar ze waren laat, en toen heeft ze het tijdens de eerste grap in d’r broek gedaan, met dit verschil dat het niet om pinkelen ging, maar om dat andere.

Afijn, ik kom die plee binnen, staan er twee mannen te urineren, maar ook te praten, een intens gesprek. De ene, een angstig opzij kijkende jongen, zei steeds: ‘Ja... is zo... ja... snap ik...’ De andere, een mediterraan type met een baard, zette in een soort Esperanto een theorie uiteen over welke mensen aardig zijn, en welke niet, en dat hij dat meteen kon zien. Ik besloot de baard te volgen. En zeker, hij zat links, op de voorste rij.

‘God is groot’, begroette ik Jet. De film begon, het was de nieuwe Spike Lee, over een zwarte infiltrant bij de Ku Klux Klan. Stelde me dat gerust?

Ja, want al snel zat ik er helemaal in, de Klan bereidde een bomaanslag op een civil-rightsmars voor, een beladen onderwerp, maar geestig gebracht, Spike Lee was goed bezig – toen er ineens luid doorheen werd gepraat. De stem kwam vanaf de eerste rij, links. Een soort toespraak.

Leuk, weer eens naar de bios.

Her en der riepen mensen: ‘Stil!’ en ‘Mond houwen!’ Ik zat meer te denken aan een vriendelijk ‘Niet schieten!’

Maar ach, het leek me verspilde moeite, dus pakte ik Jets hand stevig vast en gaf haar een knipoog. We hadden lekker gefietst, en het was een prima film. We gingen er hoe dan ook een leuke avond van maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.