Beeldvormerscoronadieren

Op de verlaten straten van de wereld is het beestenspeelkwartier

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: coronadieren.

Een hert in Trincomalee, Sri Lanka. Beeld AFP

Het begon half maart – we zaten net massaal thuis – met veertien Chinese olifanten op Twitter. Die zouden een verlaten dorpje in de provincie Yunnan zijn binnengestampt, de voorraad maïswijn hebben opgedronken en in een akker met theeplanten in slaap zijn gekacheld. Er waren zalige foto’s van, waarop de dieren er opvallend roze uitzagen en het landschap troostend groen was. Er gingen geen alarmbellen af. Ik kikkerde zelfs zo op van die olifanten dat ik ook meteen maar foto’s van zwanen en dolfijnen in de inmiddels glasheldere kanalen van Venetië op Instagram deelde, voor iedereen die net als ik wat afleiding kon gebruiken.

Een eekhoorn in Mexico-Stad. Beeld AFP

Coronadieren: dieren die gebruikmaken van de ruimte die de quarantaine biedt en opduiken op plekken waar normaal gesproken de mens alomtegenwoordig is. Dat was het uitgangspunt van mijn verzameling, die al snel uit de hand liep. Geholpen door een netwerk van coronadierencorrespondenten verzamelde ik inmiddels zo’n negentig foto’s en stills.

Wilde zwijnen in Haifa, Israël.Beeld EPA

Die eerste exemplaren bleken te mooi om waar te zijn. De zwanen kwamen van het kleine eiland Burano, in de buurt van Venetië, waar ze regelmatig door de kanalen zwemmen, coronacrisis of niet. Flipper de dolfijn werd vereeuwigd in een haven in Sardinië. En de Jungle Book-olifanten – waar dat verhaal en de foto’s precies vandaan kwamen, werd nergens helemaal duidelijk. Volgens een Chinese nieuwssite zijn olifanten in Yunnan niet uitzonderlijk en was er geen sprake van dat een aantal van hen dronken tussen de theeplanten was beland. Ik was er met open ogen in getuind.

Een vos en een hond in een skatepark in Asjkelon, Israël. Beeld Reuters

Niet zo gek (zei de gek). In tijden van crisis, schreef National Geographic half troostend, half pedant, ‘zijn blije dierenfoto’s als balsem voor de ziel’. In dit geval zouden ze de positieve kant van de wereldwijde pandemie belichten: de natuur die ruim baan krijgt nu alle mensen eindelijk eens zijn opgehoepeld. Ter verduidelijking vergeleek de redacteur de onlineverspreiding van die crisisverzachtende fabeldieren met de omloop van een besmettelijke ziekte.

Ze had gelijk: de coronadieren bleven binnenstromen. Na het sprookjesachtige begin was het even slikken. Herten in het centrum van Nara, Japan, schijnen net zo normaal te zijn als herten in Zandvoort. Hetzelfde geldt voor brutale apen in Thailand en India. Al snel waren daar ook minder voor de hand liggende voorbeelden: het onvergetelijke nijlganzenpaar met een stuk of zeven kleintjes op het verlaten Israëlische vliegveld Ben-Gurion, de schuierende wilde zwijnen in schemerend Barcelona, de uitgekookte coyotes in San Francisco (een van hen poseerde als een toerist tegen de achtergrond van de Golden Gate Bridge en droeg daarbij nog net geen zonnebril).

Eenden steken het zebrapad over in Parijs. Beeld AFP

Ik zag Nubische steenbokken op de lege promenade van Eilat en een stelletje muitende geiten in Wales. Een civetkat, onbekommerd kuierend door Kerala, India. In de Chileense hoofdstad Santiago patrouilleerde een poema door de straten, in Myrtle Beach, South Carolina, zwabberde een alligator op z’n dooie gemakje door een uitgestorven winkelgebied. Het wilde leven rukte op.

Een vos op een parkeerplaats in Asjkelon, Israël. Beeld Reuters

Van sommige foto’s en video’s kon ik de echtheid niet achterhalen. Andere verschenen al snel op betrouwbare nieuwspagina’s, in al hun charmante korreligheid. Het meeste materiaal werd immers gemaakt door verraste buurtbewoners die tijdens hun dagelijkse quarantaineommetje ineens oog in oog stonden met een nijlpaard of een nijlgau (een groot uitgevallen antilope), of een kaatsende kangoeroe moesten vastleggen met hun telefoon. Beeldkwaliteit was dan niet de eerste prioriteit.

Inmiddels hebben ook de professionele fotografen, aangesloten bij persbureaus als Reuters en Getty, de aantrekkingskracht van het coronadier ontdekt. Vossen, pelikanen en buffels worden bij bosjes en haarscherp gevangen. Toch ligt mijn voorkeur nog altijd bij die amateuristische korreligheid. Het kijken naar de wazige foto van een vermoedelijke lynx in het Canadese Clarke’s Beach roept dezelfde spanning op die ik voelde toen ik voor het eerst onduidelijke zwart-witbeelden zag van het monster van Loch Ness.

Een zeeleeuw in Mar del Plata, Argentinië. Beeld AFP

Het zal mijn antropomorfische inslag zijn, maar er zijn een hoop dieren die bij het innemen van de doorgaans door mensen gedomineerde ruimte meteen ook menselijke trekjes vertonen. Apen, honden, buffels, koeien, konijnen, een groep joggende struisvogels: gelijk kinderen tijdens de oliecrisis van 1973 bestempelden ze de lege wegen als hun speelplek. Ik vond geitende peutergeitjes in een draaimolen, een orerende pelikaan op een parkbankje, aapjes die uitgelaten een zwembad induiken. Sommige dieren houden zich zelfs aan de verkeersregels: diverse herten, een ganzenechtpaar, een tweetal wilde zwijnen én eerdergenoemde civetkat staken de weg over via het zebrapad. Er was ook een vos in Israël die aan de verkeerde kant van het fietspad jakkerde, maar goed, dat doen we allemaal weleens.

Een hert in Nara, Japan. Beeld AP

Hoe grappig dit alles ook is, een beetje gek is het wel om ‘aaaah, wat schattig’ te roepen bij het zien van foto’s van optrekkende beesten die in wezen gevaarlijk zijn voor mensen. Volgens zoölogen leven er onder wilde dieren ongeveer 1,7 miljoen virussen, waarvan enkele de mens binnen een mum van tijd de das kunnen omdoen. Die leuke civetkat van jou, schreef iemand, is toevallig wel een beest dat in verband wordt gebracht met het overdragen van die virussen. Dat klopt (afgezien van de niet onbelangrijke constatering dat de mensheid zelf grotendeels verantwoordelijk is voor het overspringen en de snelle omloop van ziekteverspreiders). Bovendien: komen ná de schapen, de herten, de wasberen en de dronken olifanten de wat minder aaibare en fotogenieke vleermuizen, kakkerlakken, ratten en spinnen tevoorschijn, dan ben ik bij het zien van die beelden ongetwijfeld een stuk minder enthousiast.

Tot die tijd gun ik de dieren hun lolletje. De mens kennende, duurt het vast niet lang voordat het beestenspeelkwartier weer danig wordt ingeperkt, coronacrisis of niet. ‘Ze duurde slechts even, de coronacivilisatie’, zeggen de dieren dan tegen elkaar bij de jaarlijkse herdenking. ‘Weet je nog dat oma al die maïswijn opdronk, en hoe roze ze toen was? Er zijn nog maar weinigen van ons die het kunnen navertellen. Gelukkig hebben we de foto’s nog.’

Een eend bij de Brandenburger Tor in Berlijn. Beeld EPA

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden