columnPeter Buwalda

Op de pont zat iedereen qua mondkapjes in hetzelfde schuitje

Moet je durven, een spreekwoord inzetten

Op de pont zat iedereen qua mondkapjes in hetzelfde schuitje, zonder kom je er niet op, in ieder geval niet zonder een wapen. Helaas gingen we met de bus, waar ook iedereen qua mondkapjes in hetzelfde schuitje zat, klopt, maar alleen figuurlijk.

Daarom vind ik die pont aardiger, als opening, je komt het zelden tegen, een spreekwoord dat niet alleen figuurlijk opgaat, maar ook letterlijk. Je komt sowieso nog maar weinig spreekwoorden tegen, ze zijn sinds de Middeleeuwen in no time ouderwets geworden, muf en aftands, net als Gerard Cox en moppen. Daarom blijf ik er even bij hangen, uit medelijden.

Kijk, een spreekwoord dat alleen letterlijk opgaat, komt nog weleens voor, ik mocht het een keer meemaken met ‘zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens’, een keiharde klassieker in het genre, wat een goed spreekwoord is dat, zeg.

Volgens Wikipedia gebeurde het 8 maart 2003, een zaterdagavond waarop ik me net als 5,5 miljoen andere Nederlanders thuis op de bank installeerde voor de finale van Idols 1. Jim nam het op tegen Jamai, de kano’s en de koffie stonden klaar, nog een kwartiertje, ik hield de keukenklok scherp in de gaten. Het duurde en het duurde, ik heb nog nooit zo’n traag kwartier meegemaakt. Zelfs niet bij de tandarts. Toen het eindelijk zover was, zette ik de tv aan, maar parbleu, wat kregen we nou? De zanglijstertjes waren alweer bijna klaar. Wel godverdomme. Gódverdomme!

Wat bleek, de duracells in het thuisklokje gingen precies toen leeg, een proces van exact een kwartier. Het ding tikte ergo letterlijk zoals het nergens anders had getikt, als een slak. Had ik weer. Kwam nog eens bij dat van het hele spreekwoord figuurlijk geen reet meer klopte, het is een knus bedoelde spreuk, in te zetten om innige tevredenheid uit te drukken. Dat ontzettend trage getik dompelde me juist in een depressie waarvoor ik maanden later nog elektroshocks ben gaan halen. (Nee hoor, dat laatste niet, maar de rest is echt gebeurd.)

Maar goed, we gingen met de bus, waarin mondkapjes zoals gezegd moeten en zullen, juist in het openbaar vervoer, waar iedereen z’n bek zit te houden, zijn ze onvermurwbaar. We gingen naar mijn ouders, die diep op de savanne van Limbabwe wonen, een vreselijke reis van drie-en-half uur waardoor we elkaar eigenlijk alleen nog op verjaardagen zien. Alles komt door de NS, moeder.

Het voordeel van geen auto is dat je in de bus, of in de metro, of in een van de drie treinstellen, op je gemakje de verjaardagscadeaus kunt inpakken, wat pure tijdwinst is, al moet je voor vertrek aan van alles denken, in mijn tas zaten pakpapier, een schaar, een rolletje plakband, een fijne balpen ‘om er iets in te schrijven’, want uiteraard geef ik boeken, iets anders is onzin.

Mondkapje vergeten. Ik zal met die bus in aantocht niet nogmaals ‘gódverdomme’ opschrijven, kost abonnees. Dus wat doe ik wel, ik trek razendsnel mijn trainingsjack achterstevoren aan, Jet ritste het ding op mijn rug dicht, lief van d’r, kraag over mijn neus, kwam geen corona meer langs, geen lucht zelfs.

Zegt die buschauffeur, schuddend met zijn onbedekte broodmolen, ‘nee, nee, vriend (dat was nog wel aardig, vond ik), gaat niet gebeuren, ik zeg altijd: gelijke monniken, gelijke kappen.’

 Het is echt waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden