ColumnFrank Heinen

Op de foto met de door de maffia vermoorde onderzoeksrechter Giovanni Falcone

null Beeld
Frank Heinen

Eindeloos sjokten we door de straten van Palermo. Het was 40 gaden, maar in de bed and breakfast zou nog tot zeker half 6 worden geboord, en ik wilde sowieso nog ‘iets van Falcone’ zien. Aan een wat non-descripte straat bij de haven vonden we het. De muurschildering was aangebracht op een crèmekleurig flatgebouw. Het was een kopie van een beroemde foto van Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Op de plek waar de linkerkaak en de kruin van Borsellino hadden moeten zitten, zaten ramen waar niemand doorheen keek.

‘Maak maar een foto’, zei ik, op de toon van de toerist die de bezienswaardigheid zo snel mogelijk wil vastleggen om met bezichtigen te kunnen ophouden.

‘Je wilt er toch niet zelf ook op?’, vroeg ze. ‘In dat shirt? Met die pet op?’

Puntje voor haar. Als je al zo lang geboeid bent door iemand als ik ben door Falcone, als je iemand bewondert op een enigszins onrealistische manier, als een superstripheld zonder zwakten, heeft een vakantiekiekje met je duim omhoog naast een muurschildering van twee door de maffia vermoorde onderzoeksrechters misschien iets, nou ja, ongemakkelijks.

Maandag was het op de dag af dertig jaar geleden dat Giovanni Falcone stierf op de snelweg ter hoogte van Capaci. De momenten van vlak voor zijn dood kende ik uit Excellent Cadavers, een wonderlijke Amerikaanse verfilming van een boek van Alexander Stille (te zien op HBO) over de strijd die Falcone tot zijn dood voerde met de Siciliaanse maffia. In een van de laatste scènes eindigt het ogenschijnlijke happy end van Falcone en zijn vrouw abrupt met een enorme dreun wanneer de weg zich splijt en drie auto’s door vuur en rook worden verzwolgen.

Falcone zal – evenals zijn kort na hem vermoorde opvolger Borsellino – niet licht worden vergeten. Maandag schreven talloze kranten, en niet alleen de Italiaanse, over Falcones Maxi-proces, over zijn intensieve contact met de beruchte pentito Tommaso Buscetta en over hoe de moordaanslag bij Capaci tegelijk het begin van het einde van de cosa nostra leek te hebben betekend. President Mattarella sprak op de herdenking, Falcones zus verscheen op televisie – ze had een boek over haar broer geschreven – en maffiaschrijver Roberto Saviano gaf een soort Falcone-college, ook van hem was net een boek verschenen.

En er was de speech van Rosaria Schifani. Ik moet hem vaker hebben gezien, en weer vergeten zijn, want het was alsof ik ’m voor het eerst zag.

Vito Schifani, Falcones lijfwacht, was ook omgekomen bij de aanslag op Falcone, en twee dagen nadien nam Rosaria, 21 en vier maanden zwanger, het woord in een uitpuilende Chiesa di San Domenico in Palermo. Ze sprak over vergeving en over haar wens om de daders op hun knieën te zien gaan. Er werd gejuicht en gehuild, en aan het eind van de speech viel Schifani in zwijm en werd ze afgevoerd.

Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van mensen als Schifani, Falcone, Borsellino. Zodra je je in hun nabijheid begeeft, via films, boeken of een muurschildering, krijg je een zacht zetje, zoals wel vaker gebeurt wanneer je getuige bent van iets wat je voorstellingsvermogen overstijgt: een subliem concert, een volmaakt doelpunt, een geweldig gedicht. Je staart ernaar, als een argeloos dagjesmens, en even word je herinnerd aan het feit dat er op elk moment overal mensen opduiken die tot meer in staat zijn dan je voor mogelijk hield.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden