ColumnMax Pam

Op brand na is verhuizen zo’n beetje het ergste dat een mens kan overkomen

Lao-tse heeft gezegd dat je het best kunt sterven in het huis waar je geboren bent. Ook zei hij dat je beter in een dunbevolkt gebied kunt wonen, want dan ben je niemand tot last en is er geen leger nodig. Nederland is vermoedelijk het dichtstbevolkte land ter wereld en ik ben in mijn leven talloze keren verhuisd. In de ogen van Lao-tse heb ik alles verkeerd gedaan. De Chinezen trouwens ook, want anders hadden zij niet een groot gebied hoeven afsluiten wegens het coronavirus. Lao-tse werd mogelijk 100 jaar; van griep heeft hij vermoedelijk nooit gehoord.

Het woord ‘woningnood’ begeleidt mijn leven sinds mijn 18de, toen ik op zoek ging naar mijn eerste kamer. Het beste af waren degenen die bij hun geboorte al door hun ouders waren ingeschreven bij een woningbouwvereniging. Rijke ouders kochten voor hun kind een appartement, maar dat gebeurde niet vaak, want na de oorlog waren er nog niet zo veel rijken. Dat kwam pas later. Voor de meeste jonge woningzoekenden was het sappelen als zij niet thuis wilden blijven. In Amsterdam ging het gerucht dat vrouwelijke studenten in ruil voor bepaalde diensten mooie woningen kregen, die door een corrupte ambtenaar werden uitgedeeld. Harvey Weinstein was toen net geboren. Schande ­natuurlijk, alleen mannelijke studenten kregen die mooie woningen niet. Johan Cruijff heeft daar iets zinnigs over gezegd.

Mijn eerste woning was een studentenkamer op de Vismarkt in Utrecht, vlak onder de Dom. Ik trok in bij mijn eerste vriendin. ‘Je gaat hokken’, zei mijn vader. Remco Campert heeft eens geschreven dat het bed in zijn geheel zijn eerste huurkamer vulde, maar dat het niettemin zo klein was dat het ­alleen maar met z’n tweeën beslapen kon worden als je boven op ­elkaar ging liggen. Zo’n kamer – en zo’n bed – hadden wij ook. Mijn vermeende schoonvader verklaarde dat hij een dodelijke hartaanval zou krijgen als wij het werkelijk in ons hoofd zouden halen om te gaan samenwonen.

En dan zeggen ze nog dat babyboomers alles in de schoot geworpen hebben gekregen. In NRC Handelsblad las ik dat Philip Huff de 25-jarigen van nu een ton in cash wil geven. Wauw! Had ik dat maar op die leeftijd gekregen, dan had ik nog wat extra tussenjaren in het schaakcafé kunnen opnemen. Er was toen trouwens ook een grote behoefte aan het geven van betaalbare feestjes. Je moest een maand op je zakgeld sparen om een weekend te kunnen uitspatten in de Groene Kalebas of in het Sterretje.

Je hoeft geen groot econoom te zijn om te begrijpen wat er gebeurt als je alle 25-jarigen een ton geeft. De een gaat dat keurig beleggen en bouwt een vermogen op. De ander koopt een huis en zal jaren later spekkoper zijn. De derde zuipt het op en loopt tegen de verkeerde vrouw of vent aan. De vierde komt in Kassa, omdat hij (of zij) zich heeft laten oplichten. De vijfde geeft alles weg aan de sekte die hem heeft opgenomen. De zesde zet het op een spaarrekening en heeft veertig jaar later nog precies die ton. Enzovoort. Na twee generaties zal ongeveer dezelfde ongelijkheid zijn ontstaan waarmee we zijn begonnen, of vergis ik mij?

In vele huizen heb ik gewoond. In Amsterdam-Oost tegenover een bordeel. Als het stil was, ging ik wel eens appelflappen brengen. De politieman stak zijn duim op, als hij langsfietste – dat is nog eens wat anders dan een touwtje uit de brievenbus. In de Bijlmer heb ik ook gewoond. Daar moest je oppassen, omdat ze wel eens een vuilniszak van tienhoog naar beneden gooiden. En kinderen wilde je er niet verwekken, want er lagen naalden in het gras.

De komende week vertrek ik uit het huis waar ik 25 jaar heb gewoond. Het is gewoon te groot geworden. Door de algehele onttakeling kampeer ik nu tussen de verhuisdozen. Op brand na is verhuizen zo’n beetje het ergste dat een mens kan overkomen, zelfs als je er met je nieuwe woning alleen maar op vooruitgaat. Het grote weggooien is begonnen. Boeken die nooit meer gelezen zullen worden, belanden op een grote stapel. Wat moet ik met die soepterrine waar een stukje van af is? Mijn dochter plaatst alle overbodige huisraad op Marktplaats en ik ben verbaasd over de belangstelling die er bestaat voor afgedankte meubelen. Dat doet mij ook denken aan mijn jeugd, toen mensen veel minder weggooiden.

Soms vind ik iets terug dat ik jarenlang kwijt was: een foto, een brief, een doos met een elektrische trein. Ik verzink dan in mijn eigen herinneringen. Vannacht is de eerste lading buiten gezet. Uit wat daar langs de stoeprand staat, leer je me kennen, maar gelukkig was vanmorgen al alles weggehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden