Opinieoorlogstaal

Oorlogstaal rondom coronacrisis vergroot angst en wantrouwen

Frontlinie, frontberichten, helden: die oorlogstaal bij de coronacrisis is schadelijk voor onze veiligheid, waarschuwen Inge Mutsaers en Stan van Pelt.

Militaire planners van Defensie en de Brabantse ziekenhuizen overleggen over de verplaatsing van coronapatiënten naar andere ziekenhuizen. Deze militairen zijn binnen de krijgsmacht getraind in het plannen van patientenvervoer. Beeld ANP

Kranten schrijven over mensen ‘in de frontlinie’ en Ruttes ‘oorlogskabinet’, we klappen vanuit onze ramen voor ‘onze helden’ en NPO zendt elke dag het programma Frontberichten uit. Het ­dagelijks leven is plots doordrenkt van oorlogstaal. De Franse president Macron verkondigde twee weken geleden: ‘Wij zijn in een gezondheidsoorlog en de vijand is hier.’

Die oorlogsretoriek, met soldaten aan het front, vermomd als verpleegkundigen en artsen, klinkt daadkrachtig en slagvaardig: we strijden tegen een gezamenlijke vijand. Maar schijn bedriegt. Militaristische taal is juist schadelijk en doet ook geen recht aan de biologische realiteit.

Om met de schadelijkheid te beginnen: de oorlogsmetafoor wakkert onnodig angst aan: ‘Help, word ik straks dodelijk getroffen door de vijand?’ Niet voor niets vluchten mensen in paniekreflexen als hamsteren.

De vermeende staat van oorlog leidt ook tot onderling wantrouwen. Via een app kunnen mensen ‘verboden groepen’ melden bij de politie als ze zich niet houden aan coronageboden. Alarmnummer 112 werd eerder al platgebeld door ‘coronaverklikkers’. De impliciete boodschap: je heult met de vijand als je met meer dan twee mensen staat te praten.

Over onderling wantrouwen gesproken. Toen een van ons met volle fietstassen van de supermarkt – daarbinnen netjes 1,5 meter afstand houdend – op straat fietste, reageerde een overbuurman met: ‘Wíj laten onze boodschappen bezorgen. Dat doen we niet voor onszelf, maar omdat wij kwetsbare medemensen willen beschermen.’ Zij wél.

11 september

Misschien het zorgwekkendst is dat we onder het mom van een oorlog bereid zijn onze vrijheden op te geven. Meerdere landen, China voorop, zetten allerlei surveillancetechnologieën in om mensen te volgen. Maar ook in Italië, Duitsland en Oostenrijk delen telecomproviders locatiegegevens met de gezondheidsautoriteiten. Ook Nederland onderzoekt de mogelijkheden daartoe. Die bevoegdheden kunnen de privacy die we zo koesteren op termijn ernstig bedreigen, waarschuwde de speciaal rapporteur van de Verenigde Naties (VN) voor privacy onlangs. Maar voor het bevragen van maatregelen is in oorlogstijd weinig ruimte. Kijk naar Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid, die de wind van voren krijgt omdat hij verkondigt dat de ‘intelligente lockdown’ op lange termijn mogelijk juist tot meer doden leidt.

De huidige retoriek lijkt op de wereld na de aanslagen van 11 september 2001. Toenmalig president Bush senior zei daarop: ‘You are either with us or with the terrorists.’ Diezelfde polarisatie tekent zich nu ook af: ‘You are either with us, or with the virus’. Maar we zíjn niet in oorlog. Dus laten we ook die bijbehorende retoriek weglaten.

Hetzelfde ecosysteem

Er zijn geen twee kampen. Virussen, mensen, en alle andere organismen om ons heen maken deel uit van hetzelfde ecosysteem. Sterker, soms hebben we virussen zelfs nodig. Dat we brood, pasta en rijst kunnen hamsteren, is het rechtstreekse gevolg van een prehistorische virusinfectie. Het speeksel in onze mond helpt het zetmeel in deze levensmiddelen verteren, dankzij genetisch materiaal dat virussen in een grijs verleden inbouwden in ons dna.

Bovendien, als we in oorlog zijn met corona, zijn we in oorlog met onszelf en ons eigen gedrag. Verstedelijking, klimaatverandering, de vleesindustrie en reisbewegingen zijn allemaal van grote invloed op de verspreiding van ziektekiemen.

Terugkomend op Bush: net zomin als de ‘war on terror’ te winnen valt – die ook tot exorbitante privacybeperkende maatregelen leidde – kent ook een ‘war on viruses’ geen einde. De diversiteit aan virussen is enorm en ze kunnen ook muteren in nieuwe, nog gevaarlijkere varianten. Het aantal potentiële bedreigingen is eindeloos.

De Amerikaanse filosoof Susan Sontag beklaagde zich eind jaren tachtig in haar boek Aids and its metaphors over het gebruik van oorlogstaal bij ziekten: het werkt stigmatiserend en leidt ertoe dat we in een permanente staat van apocalyptische dreiging verkeren. Daarmee doen we onze realiteitszin en de mensheid onnodig geweld aan, aldus Sontag.

Het belangrijkste nu is een open debat over de manier waarop we de gezondheids- en economische schade kunnen beperken. Militaristische, polariserende retoriek en slaafse opoffering van onze vrijheden die daarvan het gevolg is, zullen ons daarbij niet helpen. Om met Sontag te spreken: ‘About that military metaphor: give it back to the war-makers.’

Inge Mutsaers is publicist en bioloog. Stan van Pelt is bioloog en ­wetenschapsjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden