COLUMNALEID TRUJENS

Ook zomerscholen kunnen stigmatiserend werken

.Beeld .

De aanleiding was akelig, maar leerkrachten hebben de afgelopen maanden wel een aardig inkijkje gekregen in de huishoudens waar hun leerlingen opgroeien. De begrippen ‘sociaal-economische verschillen’ en ‘kansenongelijkheid’ kregen ineens gezichten en decors.

Op de schermen zagen ze grote, smaakvol ingerichte woonruimtes en krappe, volgestouwde flatjes waar je de etensgeuren bijna kon ruiken. Kinderen die met zijn zessen een computer deelden en kinderen met elk een eigen tablet. Kinderkamers met drie stapelbedden en eigen kamers met zithoek en tv. Ouders die hun kinderen hielpen met wiskunde en Franse woordjes overhoorden en ouders die niet konden helpen omdat ze het Nederlands niet machtig zijn of de stof niet snappen. Kalme, knutselende modelgezinnetjes en grote gezinnen met jengelende peuters en baby’s. En dan die gezinnen waarvan je denkt: gaat het daar wel goed?

Niet dat het bij de kapitaalkrachtigen tijdens de lockdown thuis per se gezelliger was dan bij de minder gefortuneerden, maar hun kinderen hebben wel de kleinste achterstand opgelopen. Iedereen heeft zijn best gedaan, maar de Onderwijsinspectie concludeert uit een steekproef dat het bij afstandsonderwijs toch niet helemaal lukte om aan de ‘kerntaken’ te voldoen, en dat deze periode de sociale ongelijkheid heeft vergroot.

Ach, twee maanden niet naar school, dat is toch geen ramp? In WO II zaten kinderen veel langer thuis! Dat hoor ik om me heen. En twee maanden moeten toch makkelijk in te halen zijn?

Maar zo simpel ligt het niet. Al vóór corona was bij ons de kansenongelijkheid in het onderwijs groot, en de laatste tien jaar groeiend. Nu zijn het de kinderen van laagopgeleide en armere ouders die hun achterstand nog eens extra hebben vergroot. Bij het inhaalprogramma dat straks voor álle leerlingen geldt, lopen zij die niet in. Hun ouders hebben geen geld om bijles in te huren. En nu basisscholen weer half open zijn, houden juist ouders uit armere gezinnen hun kinderen thuis. De kloof groeit.

Het is goed dat het kabinet 244 miljoen euro heeft vrijgemaakt voor het wegwerken van achterstanden in het basis- en voortgezet onderwijs en het mbo – al hoop ik dat besturen zich ditmaal moeten verantwoorden voor de besteding van de miljoenen. De Tweede Kamer nam unaniem een motie aan van Michel Rog (CDA) en Paul van Meenen (D66), die aandrongen op een groot aanbod van zomerscholen. Goed idee.

Zomerscholen kunnen effectief zijn en achterstanden verkleinen. Daarvoor moeten ze volgens onderzoekers wel aan harde voorwaarden voldoen: ze moeten echt gericht zijn op leren, en de begeleiders moeten bevoegde leraren zijn. Dat laatste wordt een probleem, want waar haal je die vandaan? Reguliere leerkrachten genieten van hun welverdiende vakantie. De zomer­scholen zullen dus gebruikmaken van de commerciële bijspijkerbranche, waar doorgaans studenten lesgeven. Er zullen pabostudenten worden opgeroepen, voor een bijbaantje of zomerstage. Leerzaam voor hen, maar het is de vraag of kinderen er iets mee opschieten.

Ook zomerscholen kunnen stigmatiserend werken. Wellicht ziet de voorheen bloeiende kinderkampenbranche kansen en gaan rijke achterlopers deze zomer naar chique zomerscholen, en zijn de gesubsidieerde zomerscholen voor sneue kansarmen.

Misschien ben ik te somber en slaagt het onderwijs er wél in om in korte tijd zomer­scholen op te tuigen voor alle kinderen die het nodig hebben, onder vakkundige begeleiding. Ik hoop het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden