Opinie

Ook voor de vakbondsbestuurder moet een relatiebeding en een afkoelperiode komen

De overstap van een vakbondsbestuurder naar een sector waar hij/zij belangenbehartiger van is, is niet uit te leggen. Daarom moeten er snel regels komen voor wie wil gaan werken in ‘het kamp van de vijand’, betoogt Roel Berghuis.

Roel Berghuis
Joost van Doesburg (rechts) met toenmalig Schiphol-topman Dick Benschop (links) tijdens de presentatie van het sociaal akkoord afgelopen juni. Beeld Raymond Rutting/ de Volkskrant
Joost van Doesburg (rechts) met toenmalig Schiphol-topman Dick Benschop (links) tijdens de presentatie van het sociaal akkoord afgelopen juni.Beeld Raymond Rutting/ de Volkskrant

In het Nederlandse parlement wordt er steeds meer over gesproken dat er naast het lobbyverbod ook regels moeten komen voor ministers en politici die na hun politieke loopbaan onmiddellijk gaan werken voor een onderneming of organisatie waar hij of zij toezicht op moest houden. Loopbaanstappen van ex-ministers worden daarom getoetst en gevolgd. Lobbypraktijken worden aan banden gelegd.

Dit past ook bij wat er in omliggende landen binnen de Europese Unie gebruikelijk is. Door terechte maatschappelijke kritiek zijn er regels en wetgeving in de maak. Een dergelijke banencarrousel en schijn van belangenverstrengeling schaden namelijk het aanzien van de politiek in zijn algemeenheid.

Over de auteur

Roel Berghuis was van 1992 tot 2022 vakbondsbestuurder bij de FNV.

Schiphol

Ik moest er aan denken toen vorige week bekend werd dat FNV-vakbondsbestuurder Joost van Doesburg als collectief belangenbehartiger voor de vakbondsleden bij Schiphol ineens overstapte naar de werkgever, als directeur in de luchtvrachtsector. Een opmerkelijke en omstreden stap. Als vakbondsbestuurder ben je op de eerste plaats belangenbehartiger voor werknemers die lid zijn van de vakbond. In die hoedanigheid kom je vaak en overal binnen in een bedrijf of sector. Op het ene moment sta je in de kantine met werknemers. Op een ander moment sta je voor de poort de media te woord het bedrijf te bekritiseren of een cao-akkoord te verdedigen. En op weer een ander moment zit je in de directiekamer om over arbeidsvoorwaarden en andere ingewikkelde ontwikkelingen te praten.

Als vakbondsbestuurder hoor je veel en sla je kennis op. Je kunt de directie zo nu en dan maken en breken. Je krijgt financiële inzage op alle aspecten, van gevoelige zaken tot bedrijfsgeheimen. Dat zijn zaken die bij het werk van een vakbondsbestuurder horen. Zo bouw je als vakbondsbestuurder ook vertrouwen op.

Vakbondsbestuurder ben je natuurlijk niet voor een heel leven. Vakbondsbestuurders ontwikkelen zich wel regelmatig op een hoog niveau. Je moet je immers meten met directies en management. En dus kan je ook kijken naar andere banen als de tijd daar is. Je kunt zelfs kijken of het mogelijk is om bij een werkgever in het management te komen.

‘Kamp van de vijand’

In kringen van de FNV wordt dan altijd snel gefluisterd dat je overstapt naar ‘het kamp van de vijand’. Het is sowieso goed voor vakbondsbestuurders om niet al te lang bij een bedrijf of sector actief te zijn. Voor je het weet ben je ‘een meubelstuk’ aan het worden. Hier zijn ook niet zoveel regels over binnen de FNV. Het enige wat je tegenkomt in ‘het handboek van de FNV-vakbondsbestuurder’ is dat je geen presentjes van 50 euro of meer mag aannemen van werkgevers waarmee je onderhandelt voor de vakbondsleden. Natuurlijk is dat om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Dat is het dan qua regels.

Toch zit er aan de directe overstap van de vakbondsbestuurder naar een werkgever ook een absolute morele kant. Een vakbondsbestuurder die rechtstreeks overstapt naar een sector waar hij/zij belangenbehartiger van is voor de aangesloten vakbondsleden mag immers best wel even nadenken voor hij/zij gevraagd wordt door een werkgever. Want opeens ben je de vertegenwoordiger van de werkgever. Je hebt plotseling een ander gezicht. Een ander verhaal. Andere belangen, die tegengesteld zijn aan die van een vakbondsbestuurder en de vakbeweging.

Een dergelijk overstap doet het imago van het vak van vakbondsbestuurder geen goed. En de werkgever weet namelijk ook nog eens een ‘radicale vakbondsbestuurder’ aan zijn zijde te binden. Een dergelijke overstap is dan moreel onacceptabel en niet uit te leggen. Net als in de Nederlandse politiek moeten er daarom naar mijn mening ook in de vakbeweging regels komen voor vakbondsbestuurders die functies aanvaarden bij bedrijven en sectoren waar zij op dat moment de vakbeweging vertegenwoordigen. Daar zou een relatiebeding en een afkoelperiode van bijvoorbeeld twee jaar bij kunnen horen.

Dit is een ingezonden opiniebijdrage. De zienswijze van de auteur weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de redactie. Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Stoppen met het werk dat je deed

Het onverwachte vertrek van Jacinda Ardern uit de Nieuw-Zeelandse politiek valt samen met berichten over drie personen die in ons land het nieuws hebben gehaald door op te stappen uit hun huidige functies.

Barbara Baarsma geeft na een kleine twee jaar haar baan bij Rabobank op. Terwijl de transitie van de agrarische sector nog echt uit de startblokken moet komen, geeft zij haar baan, die daar helemaal mee verbonden was, op. Reden: haar leercurve vlakte na twee jaar af.

Joost van Doesburg maakt een opzienbarende overstap van vakbond FNV naar Schiphol. Van vakbondsman die de belabberde arbeidsomstandigheden in de logistiek van Schiphol hekelde en bestreed, steekt hij nu over naar de positie van hoofd luchtvracht van datzelfde bedrijf. Zou hij daar evenveel kunnen betekenen voor de arbeidsomstandigheden van de medewerkers in de luchtvracht?

Onbekend tot vorige week was Thomas Huttinga. In de Volkskrant van 20 januari kwam hij aan het woord over zijn vertrek bij de IND. Hij wil niet meer betrokken zijn bij de uitvoering van de nareismaatregel. Terwijl achtereenvolgende rechterlijke uitspraken die maatregel onderuit haalden, hield het kabinet eraan vast en besloot door te produceren tot de Raad van State. Binnen de IND stond volgens Huttinga niemand te juichen om de maatregel uit te voeren, ook de top niet. ‘Maar niemand zei: dit gaan we niet doen.’

Huttinga heeft besloten op te stappen. En denkt na over een formule, een noodknop, die werkbaar kan zijn in het precaire verband tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.

Het is duidelijk wie van deze drie voor mij de held is.
Peter Steijn, Houten

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden