ColumnPeter Buwalda

Ook klusjesman Ron heeft een plafond – we kwamen er deze week achter, samen

Vroeger, tijdens het huiswerk maken, luisterde ik graag naar Ronflonflon (avec Jacques Plafond), de chaotische radioshow van Wim T. Schippers met Wilhelmina Kuttje en filmcriticus Jaap Knasterhuis, die voortdurend knetterende w*nden liet.

Plafond zelf ouwehoerde overal doorheen en startte op onmogelijke momenten krankzinnige jingles in. ‘Wie zullen we nu weer eens béllen, béllen, béllen’, was er eentje. Hij had een keer ruzie met de man die de files kwam voorlezen – echte ruzie, niet gespeeld, die vent hield er gewoon mee op.

Ronflonflon is ter ziele, maar hilarische puinhopen blijven bestaan. Ik bewoon er tegenwoordig eentje. Daarom hebben we Ron, onze klusjesman. Hij heeft juist geen plafond, schreef ik al eerder, Ron kan alles fiksen en bouwen, ik vermoed zelfs in de mond: eenvoudige vullingen, kronen, tandsteen verwijderen.

Toch heeft ook Ron een plafond – we kwamen er deze week achter, samen. De gootsteen zat verstopt, hele keuken blank, afwassen in de badkamer, alles erop en eraan. (Eén kikkererwt te veel door je putje en je bent aan de beurt.)

Daar stopte het busje al en sprong Ron naar buiten, klusgraag als altijd. Voor hem is een verstopping iets leuks, een opportunity. Hij schoof er meteen een ‘veer’ in, een meterslange buigzame spriet van ijzer die ook om de bocht kan.

‘Dus zo’n veer bedoelen ze’, zei ik, terwijl ik er maar zo’n beetje bij stond, ‘als ze een veer in je reet steken.’

Daar moest Ron om lachen – maar kort. Ondanks 4 meter van z’n veer liep de goot nog altijd niet door. ‘Die is mooi’, zei hij ernstig.

‘We hebben er het hele kookboek van Ottolenghi doorheen geduwd’, zei ik dunnetjes. Een beetje bijdehand doen, meer kon ik niet betekenen.

‘Mooi zeg!’, zei Ron, en liep naar zijn busje. Hij keerde terug met twee flessen, in de ene zat puur zwavelzuur, in de andere ook, maar een nog zuurdere variant. Eerst gooide Ron de gewone erin. Je zag het spul wegzakken, sissend en dampend – maar het water bleef gewoon staan.

‘Mooi’, fluisterde Ron, wrijvend over zijn kin. Ik begon te vermoeden dat ‘mooi’ in klustaal iets anders betekende dan het gewone ‘mooi’, het betekende feitelijk ‘niet zo mooi’.

‘Met deze moet je oppassen’, zei Ron, draaiend aan dop twee, ‘dit spul kan je hele afvoerstelstel wegbranden. Doen?’

‘De fles zelf is ook van plastic’, opperde ik.

‘Dat is waar’, zei Ron. Hij ging even twee mondkapjes halen.

Twee loden pakken had ook gemogen. Wat er gebeurde kun je ook uitgesmeerd over tien weken aan Coen Verbraak vertellen.

Eerst zagen we het verrijkte zoutzuur wegzakken, thumbs up, maar toen bereikte ons geknetter uit het gootsteenkastje plus een chemische lucht die zich niks van onze mondkapjes aantrok. Het leek op eucalyptus, maar dan voor machines.

Ron hurkte, ik ook. We keken toe hoe de sifon wegsmolt alsof het een kaars was, maar dan sneller. Dus niet eens als een kaars. Sneller!

En heter: Ron raakte de plastic pap aan, ‘au’, zei hij, er hing een draad aan zijn vinger.

‘Kaasfondue’, zei ik.

‘Hopen dat-ie verderop niet smelt’, zei Ron, ‘anders moet de vloer eruit.’

‘Mooi!’ riep ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden