Column Aaf Brandt Corstius

Ook in de tijd van Rembrandt deed de mens wat zij het liefste doet: klagen over het weer

Rembrandt, stelde ik tevreden vast, had dezelfde actieradius als ik. Beetje Amsterdam doorwandelen, ook veel thuis rondhangen, de wonderlijke daklozen bij de Albert Heijn/De Waag om de hoek bekijken en als hij echt een middag doorpakte, kwam hij, en ik ook, weleens in Diemen terecht. Daar tekende Rembrandt trouwens bergen, die er in het echt niet zijn.

Alle tekeningen van die wandelingetjes en thuistaferelen én Jezus aan het kruis én Saskia én lepralijders hangen nu in het Rijksmuseum in de tentoonstelling Alle Rembrandts, dat is niemand ontgaan, want iedereen was er. Alle toeristen waren er, en heel veel Nederlanders, en twee nieuwsploegen, en je loopt elkaar allemaal in de weg, want die etsjes zijn gemiddeld 5 bij 5 centimeter.

Dat het dan toch nog leuk is om ze te bekijken, is een complimentje voor Rembrandt. Die al genoeg complimentjes krijgt, en aandacht, dus ik ga over op iets anders en dat zijn de titels van twee van zijn honderden etsjes.

Het ene etsje heet Een boer roept: ‘Tis vinnich kout’. Het etsje dat ernaast hangt, heet Een boer antwoordt: ‘Dats niet’.

Ten eerste zijn dat leuke titels. En ten tweede – en dit was voor mij een eyeopener – kun je eruit opmaken dat mensen in alle eeuwen en tijdsgewrichten over het weer aan het zeiken waren.

Dat is ook logisch, want het weer is er altijd geweest en praten moet je toch – maar toch. Als je de rest van die honderden werken van Rembrandt bekijkt, zie je dat ze in zijn tijd nogal veel problemen hadden die erger waren dan kou: lepra, om maar wat te noemen, en dat je dan de hele dag met een ratel moest rondlopen om je komst aan te kondigen. En ook: tyfus, cholera, syfilis, ernstige hoofdluis, allerlei sterfte, er waren ook veel zwervers en ik denk dat iedereen heel erg stonk. Dat zíé je bijna op die etsen.

En toch waren er ook toen mensen die naar elkaar riepen ‘tis vinnich kout’ en die nog de levensenergie hadden om daartegen in te gaan met ‘dats niet’. Heb ik respect voor.

Aan het eind van de prachtig vormgegeven tentoonstelling, met zijn grijze en blauwe muren en stemmige merchandise (de oorbellen van Oopjen, dat werk), staat ineens een heel lelijke witte paal, zo’n paal met vier knoppen die ook bij wc’s in tankstations staat, met daarop de vraag: ‘Wat vond u van de tentoonstelling Alle Rembrandts?’ Je kunt op vier knoppen met emoji drukken: een groene smiley, een lichtgroene die meer zo kijkt van mwah, een lichtroze, lichtelijk boze emoji, en een rode die ronduit kwaad is.

En dat je dan tóch gaat nadenken welke je zou indrukken.

Dat is dan weer een probleem van onze tijd. Minder erg dan tyfus, dat wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden