CommentaarPieter Klok

Ook in de groene revolutie van de steden dreigen de zwakste schouders de zwaarste lasten te moeten dragen

Een verkeersbord geeft aan dat automobilisten een milieuzone ingaan in de stad Utrecht. Binnen die zone mogen geen dieselauto's komen die gebouwd zijn voor 2001. Beeld ANP
Een verkeersbord geeft aan dat automobilisten een milieuzone ingaan in de stad Utrecht. Binnen die zone mogen geen dieselauto's komen die gebouwd zijn voor 2001.Beeld ANP

De elektrische revolutie in het autoverkeer begint op stoom te komen. Vorig jaar legden elektrische auto's in Nederland 3,1 procent van het totaal aantal kilometers af, een verdrievoudiging ten opzichte van 2015. De ene na de andere autofabrikant kondigt aan op termijn afscheid te nemen van de verbrandingsmotor. De transitie wordt verder versneld, nu zeker dertig Nederlandse steden hebben aangekondigd dat vanaf 2025 bestelbusjes en trucks met een verbrandingsmotor in principe niet meer welkom zijn.

Deze stap komt niet te vroeg. In 2030 moeten alle nieuwe auto’s in Nederland emissievrij zijn. Twintig jaar daarna, in 2050 mag het verkeer in Nederland helemaal niets meer uitstoten.

Het is een goed idee om in de steden te beginnen, want hier richt de uitstoot de meeste schade aan. Stadsbewoners leven gemiddeld een jaar korter door gassen en fijnstof die auto’s uitstoten. Vieze lucht is het derde gezondheidsrisico in de stad – na roken en ongezonde voeding.

Wie betaalt de rekening

De grote vraag is echter wie de rekening van de transitie betaalt. Tot nu toe zijn baten en lasten van de groene revolutie niet altijd eerlijk verdeeld. De subsidies voor zonne-energie en elektrische auto's belanden vaak in de zakken van Nederlanders uit de hoogste inkomensgroep, de opbrengsten van de – veelal gesubsidieerde – windparken gaan naar private investeerders. De lasten in de vorm van een hogere energierekening stijgen voor iedereen, maar tikken extra zwaar aan bij de lagere inkomensgroepen.

Ook in het voorstel van de steden dreigen de zwakste schouders de zwaarste lasten te dragen. Veel pakketbezorgers die dagelijks in de stad moeten zijn, worden uitgeknepen. Ze rijden rond in goedkope busjes en hebben amper tijd om naar de wc te gaan. Opdrachtgevers geven hen weinig ruimte om te investeren. Om hen te stimuleren om over te schakelen op elektrisch ligt een vergoeding van maximaal vijfduizend euro klaar. Dat zal voor lang niet iedereen genoeg zijn.

Het zou goed zijn als de overheid en grote bedrijven zoals PostNL eerst zelf zo snel mogelijk overschakelen op elektrisch. Kleine ondernemers met weinig reserves verdienen meer tijd en meer steun.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden