ColumnSheila Sitalsing

Ook heel normale mensen kun je horen voorrekenen dat ze nu makkelijk weer naar het strand kunnen

Het Journaal opende maandagavond met ‘Nog één nacht slapen’, alsof Sinterklaas op het punt van binnenvaren staat. Een deskundige in iets (geen viro- of epidemioloog) waarschuwde ondertussen op RTV Noord dat ‘het kabinet dinsdag héél duidelijk moet zijn’. De Volkskrant rekende alvast behulpzaam voor dat ‘scholieren nauwelijks ernstig ziek worden van het coronavirus’. Het AD trok uit de mond van Ferd Grapperhaus de ietwat voorbarige belofte dat ‘jongeren’ meer bewegingsvrijheid verdienen – zijn ‘slimmer chillen’-campagne is kennelijk nu al kapotgeridiculiseerd.

De wekelijkse dinsdagavondmededeling van Mark Rutte, kortom, die weer kijkcijfers zal trekken die menig zenderbaas naar zijn ideeënboekje zal doen grijpen (‘Formatidee: De Persconferentie, iets geinigs met een doventolk’), kraakt vervaarlijk onder het gewicht van de verwachtingen die erop zijn gestapeld.

Want Rutte mag dan al een week lang uit alle macht roepen dat ‘we écht niet moeten denken dat we nu al weer kunnen tennissen’, in de rest van het land zijn de tennisrackets al afgestoft. Ergens las ik de analyse dat ze dit ­demonstratieve temperen van de verwachtingen expres doen, zodat we vanavond extra blij zullen worden van de vermoedelijke aankondiging dat de boel weer lekker open gaat. Waaruit maar weer eens blijkt dat langdurige opsluiting ook iets doet met de hoofden van schrijvers van gewichtige analyses.

Het land wil los. Het begon met de ‘sluit dikke en oude mensen op, en laat ons vrij’-roepers. Daarop volgden de ‘kap het dorre hout’-krijsers, ‘want die bejaarden gingen toch al dood’. Vervolgens bereikten we het stadium waarin de ‘ik heb thuis een model gemaakt met aerosolen’-zonderlingen een min of meer serieus podium kregen, want ook eindredacteuren van talkshows zijn ten einde raad. En inmiddels kun je ook heel normale mensen horen voorrekenen dat je op je 64-en-een-halfste nog niet in de risicogroep valt, en dat er ic-bedden vrijkomen, en dat ze dus makkelijk weer naar het strand zouden kunnen, met z’n allen. Of uit tennissen.

Bij mij thuis woont iemand die door de wol is geverfd door dictatuur, militaire avondklok en machtswillekeur. Ik heb het niet gepeild, maar voor zijn geluid (‘Het duurt pas een maand ofzo, je mag bijna alles, niemand pakt je op, je hebt wifi, zeur niet zo’) bestaat vermoedelijk weinig steun. In een veilig, rijk land waar zelden iets schokkends gebeurt, is weinig tolerantie voor onzekerheid en duurt ongemak al snel te lang.

Rutte moet dus leveren dinsdagavond. Hij moet de mensen het gevoel geven dat de politiek is teruggekeerd, nadat we anderhalve maand zijn geregeerd door de dokters. Hij moet geruststellen. Hij moet de mensen ervan zien te overtuigen dat hun belangen zorgvuldig zijn meegewogen. Hij moet de basisscholen op een kier zetten, want de verwachting dat dit zal gebeuren is door de verzamelde pers zo hoog opgeklopt, dat er een opstandje zal uitbreken als basisscholieren nog langer thuis zullen worden opgehokt.

En hij moet dit allemaal doen terwijl er nog altijd honderden ic-bedden méér dan normaal bezet zijn. En het zorgpersoneel nog lang niet aan tennissen toe is.

Eén ding hoeft Rutte niet te doen: uit te leggen dat de corona-app afstevent op een tragische mislukking. Dat politiek brandbare klusje mag Hugo de Jonge opknappen. Want zelfs in ‘de grootste naoorlogse crisis’ weet de premier de echte valkuilen behendig te omzeilen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden