Opinie

Ook geroofd erfgoed moet je bestuderen

Wat te doen met geroofd Syrisch en Iraaks erfgoed? Zonder meer teruggeven is niet altijd de beste optie.

Een Irakese sjiïtische strijder inspecteert een verwoest gebouw dat door IS als uitvalsbasis werd gebruikt. Beeld ANP

Vorige week berichtten verschillende media dat Amerikaanse commando's in het huis van een IS-commandant een aanzienlijke hoeveelheid geroofde antiquiteiten hebben aangetroffen. Het is al lang bekend dat IS en de internationale smokkelmafia verdienen aan de exploitatie van het rijke erfgoed van Irak en Syrië. Geroofde voorwerpen verschijnen ook op de westerse markt. Maar als is vastgesteld dat het inderdaad om 'bloedantiquiteiten' gaat: wat dan?

De eerste reflex is natuurlijk dat deze handel moet stoppen, de voorwerpen terug moeten naar Irak of Syrië en dat de schuldigen moeten worden gestraft. Dit is echter niet het hele verhaal. In de oudheidkundige wereld woedt al jaren een heftige discussie over het wel of niet bestuderen en publiceren van deze spullen.

Aan de ene kant staan onderzoekers (vaak archeologen) die vinden dat men per definitie geen geroofde antiquiteiten moet bestuderen. De twee hoofdredenen zijn: zonder de opgravingscontext van bijvoorbeeld een standbeeldje (waar is het gevonden? hoe is het begraven?) kan je weinig zinnigs zeggen; een tweede reden is dat de bestudering ervan de waarde verhoogt en indirect de handel erin vergoelijkt.

Assyriologen

Aan de andere kant van de discussie staan vaak bepaalde specialisten zoals assyriologen die vinden dat het materiaal ongeacht de herkomst moet worden bestudeerd omdat het moedwillig ontkennen van historische bewijzen niet wetenschappelijk is. Daarnaast betogen zij dat sommige objecten zoals spijkerschriftteksten zelfs zonder opgravingscontext nog veel informatie geven en dat bovendien de geldwaarde van de objecten al vaak vóór academische bestudering door de markt is bepaald.

Een spectaculair voorbeeld zijn de spijkerschriftteksten geroofd uit Irak omtrent het plaatsje 'Al-Yahuda' (Judah-stad in het Akkadisch) die een rechtstreeks beeld geven van de Joodse ballingschap in Babylonië in de vijfde en zesde eeuw voor Christus. Indien deze teksten niet waren bestudeerd zou men deze cruciale fase uit de Joodse geschiedenis niet met zoveel detail kennen.

Aan de andere kant weten we niets van de context (waar lag Al-Yahuda precies, hoe waren de mensen er begraven, was er een tempel etcetera). In een ideale wereld wordt alles in zijn gehele context bestudeerd, iets waar een goede onderzoeker steeds naar streeft.

1970 als grens

Een ideale wereld bestaat echter niet. Qua illegaal geroofde antiquiteiten is het bijna nooit anders geweest. Een UNESCO-conventie heeft bepaald dat alles illegaal geroofd of verkregen vóór 1970 geoorloofd is, en alles daarna niet. De westerse musea en collecties zitten dus tjokvol met geroofde voorwerpen van vóór 1970 en ook wel van daarna: vaak vervalsen gewetenloze handelaren de papieren zodanig zodat het lijkt alsof een object al voor 1970 ergens in een 'anonieme collectie' zat. Met geroofde spullen van voor 1970 heeft niemand een probleem: geïnstitutionaliseerde hypocrisie.

Daarnaast kan men zich afvragen wat er gebeurt met de voorwerpen die uiteindelijk terug gaan naar Irak en Syrië. In het beste geval verdwijnen ze voor onbepaalde tijd achter slot en grendel. De infrastructuur in een land als Irak om hun eigen erfgoed goed te bestuderen en behouden schiet vaak nog tekort (ondanks het harde werk van vele Irakezen). Een onbedoeld neveneffect kan zijn dat geretourneerde objecten niet goed worden geconserveerd en in de loop der tijd alsnog beschadigd of in de vergetelheid raken.

Iillegaal geroofde antiquiteiten bestuderen en publiceren lijkt mij een wetenschappelijke plicht, net als het terugsturen naar het land van herkomst, maar dan wel graag nadat de objecten goed geregistreerd en bestudeerd zijn.

Daarna kan er nog altijd met het land van herkomst worden gesproken over de publicatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden