'Ook een verpleegster kan topminister zijn'

Om een goede minister te zijn, heb je geen academische titel nodig. Politieke moed is volgens hoogleraar Meindert Fennema veel belangrijker.

Minister Marja van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap presenteert het eerste eindexamenjournaal op Radio 3FM in de studio in Hilversum. Beeld anp

Politiek is topsport schrijft René Cuperus, medewerker van de Wiardi Beckmanstichting, 'maar je hoeft geen klokkenluider te zijn om vast te stellen dat de gemiddelde politieke partij in de regionale onderliga speelt waar het gaat om selectieprocessen en kwaliteitsbeoordeling.' Het bewijs daarvoor ziet hij in de selectie van een bewindspersoon op Onderwijs 'op basis van niet meer dan een verpleegkunde A-diploma'. Cuperus zou liever een onderwijsminister zien 'van het kaliber Louise Fresco of Alexander Rinnooy Kan'. De laatsten zijn allebei hoogleraar.

Een hoogleraar op onderwijs, het ligt voor de hand. En dan een bankier op Financiën, een bouwkundige op Volkshuisvesting, een vakbondsman op Sociale Zaken, een econoom op Economische Zaken, een jurist op Justitie, een diplomaat op Buitenlandse Zaken en een commissaris van politie op Binnenlandse Zaken. Cuperus is een meritocraat en daarom vertrouwt hij het de politieke partijen niet meer toe kandidaten te leveren voor ministersposten.

Het landsbestuur in handen van de besten, het is een oud ideaal dat aan het begin van de 19de eeuw ook door de utopisch socialist Saint-Simon werd verdedigd. Saint-Simon wilde selectie op grond van verdienste, niet op grond van geboorte. Hij wilde het actieve kiesrecht voor velen koppelen aan een passief kiesrecht voor de besten. De kieslijsten zouden moeten bestaan uit de vijftig beste wetenschappers, de vijftig beste bankiers, de vijftig beste industriëlen, artsen, ingenieurs, de vijftig beste schrijver en dichters.

Naïef
Cuperus is ook meritocraat, maar een Saint-Simonist is hij niet. Hij denkt dat het instellen van voorverkiezingen, naar Amerikaans model, een oplossing is voor de selectie van politici. Cuperus is naïef. Hij meent dat burgers als vanzelf hoogleraren zullen selecteren voor het ministerie van Onderwijs, bankiers voor Financiën, enzovoort.

Dat doen die burgers niet, maar dat is in de Amerikaanse democratieopvatting, waarin voorverkiezingen een centrale rol spelen bij de selectie van kandidaten, ook geen probleem. Een tijdgenoot van Saint-Simon, de Amerikaanse president Andrew Jackson die ook de oprichter was van de Democratische Partij en het algemeen kiesrecht voor blanke mannen invoerde, had een opvatting die recht tegenover die van Cuperus staat. 'De taken van overheidsdienaren', meende hij, 'zijn zo eenvoudig en helder - althans kunnen dat gemaakt worden - dat intelligente mensen zich zonder meer kunnen kwalificeren om ze te vervullen.'

Daarmee legitimeerde Jackson de selectie van bestuurders door verkiezingen, die in Nederland nog steeds niet bestaat. De Nederlandse selectie van ministers, burgemeesters en rechters is één van de minst democratische in de wereld van de parlementaire stelsels. Mede daardoor werd er vaak een econoom geselecteerd als minister van Economische Zaken (De Pous, Zijlstra, Lubbers) maar ook op Financiën (Duisenberg, Zalm), juristen op Justitie (Donner, Hirsch-Ballin), een onderwijskundige op onderwijs (Van Kemenade, Ritzen) enzovoort.

Hoogvliegers
Het grappige is dat Cuperus een argument gebruikt uit de Saint-Simonistische traditie om het invoeren van een selectieprocedure naar Amerikaans model te bepleiten. Maar de meeste politici in de VS zijn niet de professionele hoogvliegers die Cuperus zich wenst. Reagan was een acteur, Bush was een olieman, Carter was boer. Alleen Obama zou je een intellectueel kunnen noemen.

Ik zou trouwens wel eens willen weten wat het oordeel is van Cuperus over het functioneren van een banketbakker als staatssecretaris van Volkshuisvesting (Jan Schaefer) en een notulist als minister-president (Willem Drees). Omgekeerd ben ik sceptisch over de bestuurlijke kwaliteiten van de briljante wiskundige Rinnooy Kan. Een aardige man, daar niet van, maar noch als rector van de Erasmus Universiteit noch als bestuurder van ING was hij erg daadkrachtig. Hij was meer diplomaat dan man van de daad, zo bleek uit een biografische documentaire die HollandDoc 6 februari uitzond.

Wantoestanden
Niets wees er op dat deze 'ambassadeur van het poldermodel' als rector iets gedaan heeft aan de wantoestanden die er toen heersten aan zijn eigen economische faculteit waar het bijklussen het wetenschappelijk onderzoek geheel verdrongen had. Als ING-bestuurder heeft hij niets gedaan tegen de riskante rommelhypotheken en de woekerpolissen die onder zijn verantwoordelijkheid werden afgesloten. Wel bleek uit die documentaire dat Rinnooy Kan bij zijn afscheid twee miljoen euro meekreeg. 'Geheel volgens afspraak', zoals hij zelf zei.

Ik deel de mening van Cuperus dat het politiek bestuur topsport is, maar ik denk niet dat daar een academische titel voor nodig is. Dat heeft te maken met het feit dat besturen - en zeker politiek besturen, geen zuiver technische competentie is, maar vooral moreel handelen vereist waar politieke moed voor nodig is. Machiavelli noemde dat virtú en beschouwde dat als een typisch mannelijke eigenschap. Dat laatste wordt tegenwoordig bestreden. Veel mensen denken dat het hbo wel aan een grote schoonmaak toe is. Zonder te willen discrimineren zou ik denken dat een hoofdverpleegster dat misschien wel beter aanpakt dan een briljant wiskundige.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie aan de UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden