ColumnSheila Sitalsing

Ook de minister kon niet één expert noemen die vindt dat uithuisplaatsingen goed gaan

null Beeld
Sheila Sitalsing

Donderdagmiddag besteeg de nieuwe minister voor Rechtsbescherming met gepijnigde blik het spreekgestoelte in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer, keek zijn publiek indringend aan, liet een zware stilte vallen, zoog de borst vol lucht en sprak de plechtige woorden: ‘Eén vraag die mij nadrukkelijk gesteld is, is: minister voor Rechtsbescherming, noem nou eens concrete punten die je dit jaar gaat doen om de situatie rondom uithuisplaatsingen te verbeteren. Ik stá hier als minister voor Rechtsbescherming. Ik ben dánkbaar voor die vraag.’

Toen wist je het al: de toestand is onbeheersbaar.

Onverminderd onbeheersbaar, want in het dossier van de Nederlandse burgers die in het schandaal rond de kinderopvangtoeslag slachtoffer zijn geworden van een nietsontziende overheid en daarbij hun kinderen soms hebben moeten afstaan, komen veel gebreken van het systeem samen. Te veel misschien om bevredigend op te kunnen lossen door een kabinet dat belast wordt door een premier die al zo lang in het Torentje zit dat hem voortdurend de verantwoordelijkheid voor de systeemcrisis kan worden aangewreven, en aan wie het verwijt kleeft dat hij geen plaats wilde maken voor een onbezoedelde opvolger.

In een poging dit af te schudden, plooit de premier zich, maakt hij zich klein. Dat kan hij goed. Zo zegt hij nu ook ‘schandaal’. Hij was er donderdagmiddag op gewezen, toen hij van ‘de toeslagenaffaire’ sprak. Het is een groot schandaal, geen affairetje, corrigeerde het Kamerlid Omtzigt. Dank ‘voor de guidance voor de woorden die ik zou moeten gebruiken’, knikte hij. Sindsdien is het ook bij Mark Rutte schandaal dit en schandaal dat.

Daar verdwijnen de systeemfouten niet van. Dit zijn ze. Het wrakke toeslagensysteem. De zichzelf versterkende vooroordelen over huidskleur en sociale afkomst in de algoritmen die de overheid gebruikt. Het meedogenloze boetebeleid dat op zijn beurt drijft op het misverstand dat de burger in dienst is van de overheid in plaats van omgekeerd. De bijna-onmogelijkheid voor mensen die in de knel zijn geraakt om hun recht te halen tegenover de overheid. De crisis in de jeugdzorg en ook daar: de slechte rechtspositie van ouders en kinderen wanneer besloten wordt dat de kinderen beter af zijn als ze tijdelijk ergens anders gaan wonen. Waarbij ‘tijdelijk’ nogal eens neerkomt op ‘langdurig’, terwijl kinderen niet per se geholpen zijn.

Zelfs kinderrechters, die je zelden hoort, maakten deze week een brief vol zorgen over de staat van de zorg voor kwetsbare kinderen openbaar; ze stuurden hem maanden geleden aan het kabinet, ze kregen nooit antwoord. Tegelijk vaardigden ze een vertegenwoordiger af naar de televisie om luid en lang de noodklok te luiden: rechters moeten ingrijpende beslissingen nemen over de levens van ouders en kinderen in een onvolmaakt systeem van kinderzorg, en daar komen ongelukken van. Nee, schudde de minister voor Rechtsbescherming donderdagmiddag het hoofd. Ook hij kon ‘niet één expert noemen die vindt dat het systeem van uithuisplaatsingen voldoet’.

In de lucht zweefde de vraag wat wij, de kleine mensen, kunnen tegenover een overheid die zich ontzagwekkend kan opstellen. Als je bang moet zijn voor je eigen overheid, en als je onrechtvaardigheid moet vrezen wanneer je je verweert, houdt alles op.

De minister van Rechtsbescherming, die Franc Weerwind heet, boog het hoofd en zegde toe. Er komen ‘fundamentele wijzigingen’. Alle kritiek wordt ‘omarmd’, alle suggesties verkend. Hij zei het ‘in alle eerlijkheid, terwijl ik oogcontact met u zoek’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden