VERSLAGGEVERSCOLUMNToine Heijmans in OOSTERHOUT

Ooit was het boerenland, nu staan er ‘duurzame’ en ‘groene’ distributiecentra

Als oorlogsbodems liggen ze tegen de snelweg gemeerd, te groot voor hun camouflagekleuren, drijvend in het oude boomgaardenlandschap dat nu te gelde wordt gemaakt: blinde schuren, hectares groot, distributiecentra. De nieuwe economie heeft de oude overklast, je hoeft niets meer te maken om rijk te worden, je hoeft de dingen alleen nog te verschuiven naar een fiscaal gunstig klimaat.

Wat overblijft na een dag rondkuieren op zo’n park met megahallen: niets. Hier komt niets vandaan. Hier is niets te zien. Dit is een onbezielde tijdelijkheid, een efficiënte val van desinspiratie waar we met z’n allen doelbewust zijn ingelopen.

En als het er staat weet niemand meer hoe dat kwam, want alle plannen lossen op in vanzelfsprekendheid.

Oorlogsbodems.Beeld Toine Heijmans

Negentien XXL-distributiecentra kreeg Nederland erbij in 2019, een record. Dit jaar komen er 22. Ze zijn allemaal legaal. Ze dragen de stempels van politici die het landschap overlaten aan de cijfertovenaars, die zich lieten verleiden door de folders – dit is een ‘duurzaam’ megapark, ‘kwalitatief hoogwaardig’ en ‘groen’, ja, dit is van een ‘nieuwe generatie’ warehousing, niet van de oude.

En dat in de goede oude Over-Betuwe, wie had dat gedacht: van simpel boerenland tot player in de mondiale maalstroom.

Maar weet je wat groen is? Een appelboomgaard.

Blinde schuren.Beeld Toine Heijmans

De boeren verdwijnen en dit komt ervoor terug: megastallingen voor de luie mens. De stapelmarkt van de 17de eeuw rook naar hout en graan en specerijen, maar ik ruik niks. Dit zijn geen pakhuizen, dit wordt nooit industrieel erfgoed zoals de steenfabrieken langs de rivier,  het zijn steriele supply chain solutions.

Duizenden banen erbij meneertje – en dan bedoelen ze de busjes van Otto Workforce op de parkeerterreinen, de Volkswagens uit Estland of de studenten die vier dagen in de week bezorgwagens besturen. Om hun studie te betalen. Arbeid zonder uitzicht, afkomstig uit de wentelmolen van het uitzendwerk.

Kijk beter, kijk met goede wil. Het is mogelijk om in de klare lijnen van het park een Hollands schilderij te zien: strepen asfalt, strakke aanplant, draadhekken, de eenvoudige slagorde van gates en docks, ‘owned and managed by Goodman’, dubbele, matzwarte straatlantaarns, signaaloranje bolcamera’s. Een glazen rookhok voor personeel dat dezelfde fluorgele shirts moet dragen met #oneteam op de rug. ‘Alles is opslag’, zegt er een.

Ja, het is mogelijk daarin een foto van Martin Kers te zien, een landschapsfoto. Maar het is te leeg. Het groeide niet, het klopt niet zoals een landschap klopt.

Thuisbestelbusjes.Beeld Toine Heijmans

Er is een ‘beeldkwaliteitsplan’ gemaakt met weelderige beuken op het omslag en knotwilgen langs een sloot – bedankt, Op ten Noort Blijdenstein Architecten en Adviseurs (‘onze ontwerpen geven betekenis aan ruimte’), ga er zelf eens op zoek naar leven tussen jullie geprojecteerde maagdenpalm.

Hoofdstuk 2: Identiteit. ‘Binnen het bedrijvenpark staat de mens centraal.’ Iemand heeft er nog wat plaatjes bij gegoogled van kinderen met schepnetjes, van bloesem, van schapen op een dijk (de ‘groene buffer’). Er komt een ‘bijzonder uitkijkpunt’ en wat je daar gaat zien, is de multimodale wereld: de snelweg, de rivier die zelf een snelweg werd, het goederenspoor en een park met een ‘hoog voorzieningenniveau’: wasstraat, tankstation en ‘restaurants’ van Subway, Febo, McDonald’s. Alles voor de mens die niets meer wil en kan.

'Restaurant'Beeld Toine Heijmans

Als je snel bent, zie je het laatste teeltbedrijf wegvluchten: appels en peren, drie generaties oud. De bomen zijn al verplaatst, de boerderij is nu zelf een distributiecentrum voor waarschijnlijk de laatste oogst. Er wordt nog onderhandeld over uitkoop, dus daar gaan ze niks over zeggen, want het superpark is van algemeen belang en dan ligt onteigening op de loer. Verder zijn er geen boeren meer over hier, en de aardigheid is wel van dit landschap af.

De naam zou ‘Betuws Bedrijvenpark’ worden maar die is al omgekat naar ‘Park15’: internationaal en dystopisch. De voormalige tegenstanders, milieu- en natuurorganisaties, gingen akkoord omdat ze een landschapspark  is toegezegd: ‘groen prikkeldraad’ tegen de verstedelijking. Benieuwd hoelang dat standhoudt. Uiteindelijk wint altijd het grondverzet.

Kijk ik met een anonieme aanwonende naar de groene buffer die moet voorkomen dat je vanuit het dorp de blokkendozen ziet. Maar je ziet ze hoor. De buffer is een walletje en als je daar woont – niets keert de vloedgolf meer. ’s Nachts één bal licht. En ineens steekt uit zo’n blinde muur een buis naar buiten en die blijft maar loeien, je weet niet wat het is, of van wie. Je weet niet wat ze doen daarbinnen.

Werken? Joh, dit is bulkopslag. Dit is voor de grote palletvracht, daar zijn nauwelijks mensen nodig.

Vier buizerds zie ik. Ze wentelen op de thermiek die het verhitte bedrijfspark genereert. Ze klinken opgewonden: daar ligt iets dood te gaan.

Park 15.Beeld Toine Heijmans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden