Column Max Pam

Ooit gold Schiphol als beste vliegveld ter wereld

Er is een tijd geweest dat Schiphol werd beschouwd als het beste vliegveld van de wereld, maar de laatste tijd hoor je steeds vaker dat zich chaotische taferelen afspelen op onze nationale luchthaven. De democratisering van het vliegverkeer heeft geleid tot een ongekende groei van het massatoerisme, waardoor luchthavens de stroom reizigers niet meer kunnen verwerken en elke dag een zwarte vrijdag is geworden.

Ook op Schiphol.

Wanneer een bezigheid niet langer wordt beschouwd als een privilege voor de elite, maar bereikbaar is geworden voor iedereen, heeft zij de neiging te veranderen in een verworven recht. En op een recht kun je staan. Dat je ooit voor een paar tientjes door heel Europa zou kunnen vliegen, heeft me lang onwaarschijnlijk geleken. Intussen zijn goedkope vluchten niet alleen gemeengoed geworden, maar blijken reizigers die er gebruik van maken niet toegerust op vertraging en lang wachten. Zij verdragen het niet meer om een paar maanden te doen over een reis van Amsterdam naar Batavia. Het wachten is de nieuwe ergernis. We moeten vertrekken en een beetje snel ook.

Uiteraard doe ik daar zelf aan mee. In mijn geval begon het op het vliegveld van Alicante. Voor zo’n kleine plaats een kolossale luchthaven, maar van hieruit wordt de vakantiehel Benidorm bevoorraad. De late terugvlucht had vertraging vanwege het slecht weer boven Nederland en zo zaten we − reeds in de cabine − een kleine twee uur te wachten. Het was aangenamer geweest als wij die tijd in de vertrekhal hadden kunnen doorbrengen, want na een tijdje begonnen de baby’s en de kinderen zich te roeren.

Tegen twaalven was het noodweer kennelijk bedaard en stegen wij op. Om half drie ’s nachts kwamen wij eindelijk op Schiphol aan. Onderweg naar de uitgang passeerden wij overal gestrande reizigers. Liggend op de grond probeerden zij te slapen − sommigen in een slaapzaak, anderen onbedekt tussen het vuil. Het idee dat je een gestrande reiziger een veldbed kunt aanbieden of op een andere manier diens ongemak kunt verzachten, is niet tot Schiphol doorgedrongen.

Rond de bagageband was het druk. Eerst moesten nog drie eerdere vluchten worden afgehandeld. De andere banden stonden stil, het grondpersoneel − voor zover niet wegbezuinigd − lag waarschijnlijk al op één oor. Ik waande me op het vliegveld van Harare, waar ze slechts één startbaan hebben, ‘maar dan wel 4.725 meter lang, de langste van Afrika’. Na drie kwartier waren wij aan de beurt, het was inmiddels half vier in de ochtend. Wat koffers uit ons vliegtuig rolden voorbij, daarna bleef het stil. Een uur later was het nog steeds stil. De baby’s zetten het op een huilen, even verderop viel een invalide uit haar rolstoel. Bij de mensen langs de band zag je de kwaadheid opkomen als zelfrijzend bakmeel. Aan de balie werd ons verzekerd dat de overige koffers elk moment konden arriveren. Om half zes veranderde de boodschap: ‘De koffers waren zoek’.

Zoek?! Hoe kon dat? Vanuit onze vliegtuigraampjes hadden wij zelf gezien hoe de koffers ons vliegtuig waren ingeladen.

Om half zeven in de ochtend richtte een geüniformeerde, vrouwelijke manager zich tot de wachtenden. Ze raadde ons naar huis te gaan en de volgende dag de koffers te komen halen. Een verontwaardigd hoongelach steeg op. Zij die niet meer op hun benen konden staan, barstten in snikken uit. Ik rende naar buiten en nam een taxi. Na een slaapje belde ik Schiphol. De koffers waren nog zoek.

Zelf gaan? ‘Dat kon ik natuurlijk proberen...’

De hal op Schiphol heeft veel winkels en hamburgertenten, maar geen zichtbare informatiebalie. Hier gaat het uitsluitend om geld verdienen. Tenslotte vond ik ‘Deur 16’, voor verdwenen bagage. De deur was een sluis, zoals bij juwelierszaken. Toen ik eenmaal binnen was, werd mij na enig soebatten toegestaan de vertrekhal − weer via een sluisdeur − te betreden en op zoek te gaan naar de maatschappij die ons gisteren had laten staan. Die vond ik. Men vertelde dat ‘ergens ver daarachter’ een stellage stond met koffers. Ik dwaalde door een labyrint van gangen. Onderweg vertelde een lieve mevrouw dat daar ook nog een lange gang was met koffers. ‘Als u hem vindt’, zei ze, ‘meteen meenemen, want aangifte doen kost weer tijd.’

En zie, daar vond ik hem, neergekwakt in een duistere hoek. Mijn eigen koffertje! Ik maakte me uit de voeten en passeerde de douane alsof ik een reiziger was van deze dag. Twee dagen later ontving ik een mail van Transavia. Welkom thuis! Hoe is de reis bevallen? Geen woord van excuses of financiële vergoeding. Daarna kreeg ik nog een tweede mail van Transavia: ‘Beoordeel ons op Tripadvisor.’

Bij dezen. Ik hoop dat de Volkskrant ook voldoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden