Onvrede over Europa

De Nederlandse politieke klasse blijft het fundamentele debat over de vorm en de inhoud van de Europese integratie uit de weg gaan

Wegzappen. Dat was de reflex bij de meeste kiezers zodra de televisie overschakelde op de Europese verkiezingen. Ondanks de deelname aan die verkiezingen van smaakmakers als de PVV en de SP, was het een lauwe campagne die niet tot de verbeelding sprak.
De opkomst was dramatisch laag: 36 procent. De opwinding na de uitslag ging niet om Europese, maar om binnenlandse politiek.

Sensatie
Dat is merkwaardig. Want het referendum over de Europese Grondwet van 1 juni 2005 was een politieke sensatie van de eerste orde. De kiezer trok als het ware zijn handen af van vijftig jaar lang euro-enthousiasme dat door de politieke professionals van rechts en links consequent in en buiten Brussel was uitgedragen. Werd het onbehagen van de kiezer vóór het referendum door politici nog afgedaan als een informatieprobleem, op 1 juni 2005 was het duidelijk dat het Europese project ongeloofwaardig was geworden.

Dat stelde de politieke klasse voor een moeilijke opdracht: in Brussel voorkomen dat Nederland in een isolement terecht zou komen, terwijl in Nederland de gapende kloof tussen de kiezer en de gevestigde politieke partijen overbrugd moest worden.

In hun zojuist verschenen, handzame studie De kwestie Europa leggen de Amsterdamse politicologen Jos de Beus en Jeannette Mak uit hoe de politieke klasse sinds 2005 deze opdracht heeft aangepakt. Ze wijzen er allereerst op dat de Nederlandse kiezer na 1 juni 2005 niet echt in opstand is gekomen tegen Europa.

PVV

Zelfs de PVV is tegen het opzeggen van het lidmaatschap van de Europese Unie. Bij de Kamerverkiezingen van 2006 speelden Europese zaken geen enkele rol meer. En het kabinet besloot een jaar later met een ruime Kamermeerderheid dat er geen nieuw referendum zou worden gehouden over het herziene grondwettelijke verdrag (het Hervormingsverdrag van Lissabon).

Het blokkeren van deze volksraadpleging was het inlossen van een dure belofte van premier Balkenende aan zijn collega’s van de Europese Raad, die tot resultaat had dat Nederland zijn aangetaste gezag in Brussel wist op te vijzelen.

De Beus en Mak constateren dat de naoorlogse traditie van depolitisering van Europese zaken weer in ere is hersteld. Met één belangrijke vernieuwing: de oude eurofilie werd ingeruild voor een nieuwe consensus: een afscheid van het enthousiasme voor verdere Europese integratie.

Belangen
Meer nadruk op nationale soevereiniteit en de Nederlandse belangen, alleen nieuwe Europese bemoeienis op terreinen als milieubescherming en terrorismebestrijding, pas op de plaats met betrekking tot uitbreiding en kritiek op de Brusselse bureaucratie: dat is de nieuwe, door bijna alle partijen uitgedragen nationale consensus, die de opkomende euroscepsis heeft geneutraliseerd.

Belangrijke supporter van dit nieuwe ‘neerlandocentralisme’ is volgens de auteurs van De kwestie Europa de Nederlandse pers. Veel minder dan hun buitenlandse collega’s voelen Nederlandse journalisten zich verantwoordelijk hun publiek over Europese politiek in te lichten. Europa komt pas in de krant als het Nederlandse belang in het geding is.

Regelgeving
Dit betekent niet dat er weinig over Europa wordt geschreven, want de ‘europeanisering van Nederlandse zaken’ is geweldig toegenomen. Met andere woorden: Nederlandse overheden, instellingen, bedrijven en burgers krijgen steeds meer rechtstreeks met regelgeving en beleid van de Europese Unie te maken.

De Nederlandse politieke klasse blijft het fundamentele debat over de vorm en de inhoud van de Europese integratie uit de weg gaan, constateren De Beus en Mak. Politici cultiveren het beeld van een Europese macht die ver weg ligt en proberen zo voor zichzelf de ruimte te scheppen om ongestoord ‘door het gewoel in het thuisland een Europees beleid te voeren zoals ooit de kolonies werden bestuurd’.

Aan de enorme onvrede met het Europese project van uitbreiding en verdieping, aan het wantrouwen in de Europese elite en aan het ongeloof in de meerwaarde van de Europese samenwerking onder de kiezers is evenwel allerminst een einde gekomen. Het gewoel in het thuisland kan op elk moment opnieuw oplaaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden