Column Marian Donner

Ontneem de roker niet zijn moment van ontsnapping

Nadat ik was bevallen van mijn zoontje, nu bijna vier jaar geleden, kon ik niet wachten om weer te gaan roken. Negen maanden lang had ik geen sigaret aangeraakt, geen druppel alcohol gedronken, het waren de saaiste maanden uit mijn leven. De wereld was te helder, te scherp en ondraaglijk fris. Ik miste de roes en een rookgordijn om de boel wat te dempen. Maar toen de borstvoeding erop zat, ook al geen pretje wat mij betreft, mocht ik eindelijk weer.

Het bleek een zegen. Niet alleen omdat roken lekker is, maar ook omdat het me in die hectische tijd van eeuwig slaaptekort en ontplofte luiers een reden gaf om me af en toe, vijf minuten, in mijn eentje terug te trekken op het balkon. Precies de me-time dus die kersverse moeders altijd aangeraden wordt om te nemen, zodat ze zichzelf niet verliezen.

Binnenkort is dat voorbij: de rookvrije samenleving komt eraan, aldus de NOS. Pro-Rail wil alle perrons binnen twee jaar rookvrij maken, eerder werd bekend dat op een groeiend aantal terrassen niet meer mag worden gerookt, over drie jaar zijn ook de rookruimtes in cafés verboden en als het aan staatssecretaris Blokhuis ligt, wordt de prijs van een pakje 20 euro.

In de hoop dat het mensen eindelijk dwingt om in alle vrijheid de juiste, want gezonde keuze te maken.

Je zou het een vorm van sociale controle kunnen noemen. Je mag op steeds minder plekken roken, je mag niet dragen wat je wilt (een boerka), je mag geen biertje op straat drinken en als je te lang in een groepje stilstaat, schieten de surveillancecamera’s aan, want stilstaan is verdacht: een mens moet drukdrukdruk zijn en altijd onderweg.

Wat daarentegen wel mag, is sporten bij de fitnessapparaten die ineens in alle parken staan. Of een te dure mochaccino drinken in een van die duizenden koffiebarren met gratis wifi zodat je lekker door kunt blijven werken. En natuurlijk mag je je ook willoos laten overspoelen door alle reclames in de openbare ruimte die je oproepen om zoveel mogelijk shit te kopen.

Wat we normaal vinden, is wat we aangeleerd krijgen.

Maar volgens Barbara Ehrenreich, Amerikaans journalist en laureaat van de Erasmusprijs, gaat het verder dan dat. Zij noemt de strijd tegen roken een oorlog tegen de lagere klassen.

‘Werkers houden van een cigarette-break,’ zei ze in een interview met Slate. Waarom? ‘Omdat ze de rest van de tijd bezig zijn met schappen vullen, orders aannemen, maaltijden serveren.’ Een sigaret vormt hun ontsnapping. Het is hun me-time.

En ja, roken is ongezond, maar te hard werken voor te weinig geld om een te hoge huur te betalen is nog veel ongezonder. Wie zich echt zorgen maakt over de algemene gezondheid richt zich op de levensomstandigheden van mensen. En die ontneemt ze zeker niet hun momenten van ontsnapping.

Echte vrijheid omvat ook de vrijheid om verkeerde keuzes te maken. Of in dit geval: de verkeerde keuzes in andermans ogen. Want zelf ben ik nog altijd een intens tevreden roker. Het is zoals de kunstenaar David Hockney, 82 jaar en fervent roker, ooit schreef in een aanklacht tegen de benepen, bloedeloze antirooklobby: ‘Sommige mensen voelen de levenskracht sterker dan anderen.’ Die levenskracht, om te ontsnappen bijvoorbeeld, stroomt volgens hem sterker bij rokers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden