Opinie Ontlezing

Ontlezing? Haal jongensboek uit de verdomhoek

Kom op Grunberg, Benali en Brusselmans: bedien je toekomstig publiek en schrijf een jongensboek.

De schippers van de Kameleon 2. Beeld KIPPA

Uitgever Henk Pröpper betoogde in zijn essay in de Volkskrant afgelopen zaterdag dat alleen politiek Den Haag kan veranderen dat mensen weer gaan lezen. Daarnaast legt hij de verantwoordelijkheid bij bibliotheken, docenten en ouders. Pröpper vergeet een essentiële partij: de verhalenproducerende industrie.

In juni dit jaar kwamen vier organisaties (het ministerie voor Onderwijs, de Raad van Cultuur, het Letterenfonds en de Onderwijsraad) met het adviesrapport Lees!, waarin werd opgeroepen een leesoffensief in te zetten om kinderen en jongeren weer in de boeken te krijgen. De conclusie was namelijk dat jongeren steeds minder vaak en met minder plezier lezen. De organisaties zien vooral een rol weggelegd voor docenten, ouders, bibliotheken, pedagogisch medewerkers en politici om het lezen weer aantrekkelijk te maken en te stimuleren.

In dezelfde periode dat het rapport verscheen, kwam mijn jeugdroman Cool als Collina uit. Het manuscript kwam onder ogen van diverse jeugduitgevers, van wie er vier me overlaadden met complimenten. Echter, tot publicatie kwam het niet en de reden laat zich aldus samenvatten: de doelgroep, jongens van 13 tot 15 jaar, is commercieel niet interessant. Het is rendabeler te investeren in jongere kinderen, tienermeisjes en volwassenen. In jongens aan het lezen krijgen, zit weinig brood. Ondertussen schreeuwt de boekensector moord en brand over de ontlezing onder jongens.

Uiteindelijk besloot ik mijn boek in eigen beheer te publiceren. In praktisch elke bibliotheek ligt een exemplaar en het wordt verkocht, gelezen en gewaardeerd. In het rapport Lees! komt een aantal leerlingen met concrete suggesties om de ontlezing tegen te gaan. Meest genoemd wordt dat er meer leuke boeken zouden moeten komen.

Meer leuke boeken. Wie kijkt naar wat er kwantitatief wordt geproduceerd voor jongens, kan het moeilijk oneens zijn met dat inzicht.

Terwijl schrijvers en uitgevers zich druk maken over de ontlezing, zouden ze zich het volgende moeten realiseren. Grote Nederlandse schrijvers als Abdelkader Benali, Arnon Grunberg en Herman Brusselmans zijn voor een deel schatplichtig aan auteurs als Nico De Braeckeleer, Khalid Boudou en Buddy Tegenbosch. Immers, als zij geen boeken afleveren die met plezier worden gelezen door jongens, pakken die jongens later geen boek meer op, ongeacht hoe vaak topschrijvers bij DWDD aanschuiven. Literaire uitgeverijen en schrijvers voor volwassenen zouden zich achter de oren moeten krabben hoe hun verdienmodel er precies uitziet.

Hoe opmerkelijk is het dan dat diezelfde verhalenproducerende industrie minimaal investeert in het leesgedrag van jongens van 12 tot 18 jaar, maar nota bene wel wijst naar bibliotheken, docenten, ouders en de politiek? Kijkend naar de groslijst van de Jonge Jury 2019-2020 staan er een schamele tien echte jongensboeken op. De boekenindustrie lijdt daarmee aan ‘selffulfilling pessimism’. Niet investeren, wel klagen.

Er is maar één echte oplossing voor het tegengaan van ontlezing onder jongens en dat is niet zozeer beginnen met een leesoffensief, maar met een schrijfoffensief.

Het zou schrijvers als Benali, Grunberg en Brusselmans en uitgeverijen sieren als ze hun toekomstige publiek gaan bedienen. Dat levert op korte termijn misschien weinig geld op, maar iedere tienerjongen die met plezier leest, zal dat daarna blijven doen. Het is de hoogste tijd dat het jongensboek en masse terugkeert.

Arjan van den Haak is journalist en schrijver van jeugdboeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden