Opinie

Ontdoe populisme van negatieve associaties

Als de negatieve connotatie van het woord 'populisme' in stand blijft dan stagneert het maatschappelijke debat en begrijpen we fenomeen Trump niet, betoogt taalwetenschapstudent Éva Hetényi.

Donald Trump. Beeld afp

'But if thought corrupts language, language can also corrupt thought', schreef George Orwell in zijn essay Politics and English Language uit 1946. Zijn polemische insteek was in dat jaar zeer begrijpelijk. De tijden zijn nu anders, maar ook vandaag zien we dat onze taal, en dan meer specifiek de connotaties van politieke termen, het maatschappelijke discours beïnvloeden.

Vorige week donderdag verblijdde Pauw het land met PvdA'er Wouter Bos, die er een avond lang 'het populisme' mocht duiden. Hij stelde onder andere dat 'als je flirt met het populisme voor je eigen politieke gewin, je daar het populisme ook mee legitimeert. En je creëert op een gegeven moment een monster wat zich tegen je kan keren.'

Monster van Frankenstein

Niemand struikelt over het feit dat hij van populisme een hyperbolische personificatie maakt door het af te schilderen als een monster van Frankenstein. Niemand kijkt op bij zijn gebruik van het woord 'legitimeren', terwijl dit impliceert dat populisme inherent kwalijk is.

Filosoof John Stuart Mill stelde dat alle naamwoorden - met uitzondering van eigennamen - zowel een denotatie als een connotatie dragen. De connotatie van een woord draagt bij aan de betekenis. Hiermee bestaat die betekenis niet alleen uit waar het in de wereld naar verwijst, maar ook naar de associaties die ermee gelegd worden. In het geval van populisme zijn die associaties overduidelijk negatief en roepen een soort walging en onbehagen op.

Maar door wie en waarom is eigenlijk overeengekomen dat populisme iets slechts is?

Wat het antwoord daarop ook mag wezen, een aantal zaken zijn duidelijk: als de connotatie van populisme in stand blijft stagneert het debat omdat het 1) de gevestigde orde sterkt in het wegwuiven van volkse zorgen als bekrompen en kleingeestig, 2) mensen, veelal de middenklasse, hun intuïtieve zorgen niet uitspreken uit angst voor het etiket 'populist', waardoor 3) regent en burger vervolgens nog verder van elkaar vervreemden, hetgeen afbreuk doet aan onze parlementaire democratie en ons minder goed in staat stelt een fenomeen als Trump te begrijpen.

Populisme roept automatisch negatieve associaties op, en dat maakt het een zogeheten pejoratieve term. In het Nederlands kennen we woorden als wijf, zeuren en allochtoon. Deze woorden hadden van oudsher niets slechts, maar ze hebben zogeheten pejoratieve verschuiving meegemaakt, waardoor men het vandaag nog maar moeilijk met iets positiefs associeert.

Verschuiving

Een dergelijke verschuiving moet de term populisme ook ondergaan, maar dan de andere kant op. Dit verschijnsel heet 'amelioratie'. Echter, het feit dat deze term nog minder bekend is dan zijn tegenhanger zegt eigenlijk al genoeg: het is zeldzamer en moeilijker te bereiken. Dat ergens een geuzennaam uit ontstaat is vaak het hoogst haalbare.

Maar zolang we deze verschuiving blijven blokkeren door populisme via de taal te demoniseren, werken we de stagnatie van het maatschappelijke debat in de hand.

En er speelt nog iets eigenaardigs. Want waar men enerzijds met het grootste gemak over 'hét populisme' spreekt, dicteert de postmoderne filosofie anderzijds dat 'de werkelijkheid nu eenmaal te complex is om te vatten in een aards construct als taal'. Waag het aan de universiteit bijvoorbeeld niet met een zelfde gemak over 'dé islam' te spreken.

Dit resulteert erin dat wanneer iemand zaken benoemt die zowel evident als controversieel zijn, deze vaak als kortzichtig weggezet wordt. 'Het is voor jou als simpele populist toch te complex om te begrijpen, laat staan dat je het op zo'n simpele wijze uit kunt drukken.'

Sociale faculteiten bezigen zich vooral met materie dusdanig compliceren dat je er geen waardeoordeel meer aan mag verbinden. Maar, dat geldt dan bijna altijd alleen voor exotische aangelegenheden. Zodra het om de blanke populist draait, is alles ineens even even simpel als afkeurenswaardig. Wellicht is er een professor in de zaal die dit uit kan leggen.

Éva Hetényi, studente Taalwetenschap aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.