COLUMNIbtihal Jadib

Ons vorige leven lijkt op een vage droom uit een ander universum

Beeld Aisha Zeijpveld

Vandaag is het exact twee jaar geleden dat m’n schoonvader is overleden. Een vreemde constatering. Ons leven van voor die tijd is achtergebleven in een ander universum, eentje waarin alles normaal was. M’n huidige bestaan voelt nog steeds alsof ik de toeschouwer ben van een onderhoudende televisieserie. We wonen tegenwoordig in het huis van m’n schoonvader, weliswaar tijdelijk maar dan op een manier zoals alles in het leven uiteindelijk tijdelijk is. De kinderen vinden het fantastisch, al die ruimte. En als mijn zoontje ’s nachts wakker schrikt van donder en bliksem, regen of wind, praat hij zichzelf moed in met de woorden: ‘Het huis van opa is gelukkig heel sterk, toch mama?’ Dan zeg ik dat hij helemaal gelijk heeft en zich nergens zorgen over hoeft te maken, opa’s huis valt niet zomaar om.

Het accepteren van een nieuw normaal gaat verrassend snel. Net zoals ik het gewoon ben gaan vinden om op straat om voorbijgangers heen te dansen en in winkels bij de deur mijn handen te ontsmetten. Laatst stapte een mevrouw abrupt uit een winkel terwijl ze over haar schouder achterom keek naar de persoon met wie ze nog in gesprek was. We botsten op de stoep bijna tegen elkaar op, wat ik net wist te voorkomen door een hysterische bokkesprong te maken. Een paar weken geleden zou ik die moeite niet hebben genomen en zouden we gewoon tegen elkaar aan zijn gelopen.

Van het verschijnsel ‘tijdslot’ kijk ik, meteen al na de eerste ervaring, ook niet meer op. De kinderen en ik wandelden vorige week een gemaximeerd aantal uren door Artis, waar het heerlijk rustig toeven was, zodat we er vlot en gemoedelijk doorheen gingen. Hoe is het mogelijk dat we ooit een volle dag rond bleven sjokken, van de ene vermoeiende rij naar de andere? Een korter bezoek in een stiller park, dat hadden we veel eerder moeten bedenken!

Al zijn er wel uitzonderingen; die mondkapjes blijf ik raar vinden. Gisteren zag ik een dreumes in een kinderwagen zitten met zo’n ding op. Als ik op een zonnige dag bij m’n kinderen een hoed over hun bol trek, wordt die er direct afgetrokken, maar dit mirakel van nog geen jaar oud liet het mondkapje braaf zitten. Ongelooflijk. Naast hem stond een vrouw die, toen ze iets wilde vragen aan de winkelmedewerker, haar mondkapje naar beneden trok. Die bleef vervolgens halverwege haar kin hangen terwijl ze verderging met boodschappen doen. Nee, dan hou ik het liever op dansjes en bokkesprongen.

Het went om iemand te missen die er niet meer is. De dagen rijgen zich onverstoorbaar aaneen, tot de achtergelaten leegte het nieuwe normaal is geworden. En dat gevoel in het begin, dat iemand elk moment weer de kamer in kan lopen, lost op een gegeven moment ook op. Ondertussen ligt er in de bureaula nergens een handleiding voor een antwoord op de vraag: hoe nu verder? Er is eigenlijk helemaal geen verder. De vraag zou moeten zijn: hoe nu anders? Want hier zitten we dan, twee jaar later, in het sterke huis van opa. Met al die ruimte die opgevuld moet worden terwijl ons vorige leven in dat andere universum op een vage droom is gaan lijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden