COLUMNJasper van Kuijk

Ons verstand weet: we gaan terug, maar emotioneel gezien zijn we er nog lang niet

Het is onze laatste week hier in Zweden en Ems en ik zijn, zoals Ems het beschreef, allebei wat ‘wiebelig’. Ik rij het laatste stuk naar ons rode huis op de groene heuvel en zie hoe Zes en Acht schaterend het huis uit sprinten en een boom in klimmen. Ik voel een steek. Verstandelijk gezien hebben we ons erbij neergelegd dat we teruggaan, maar emotioneel gezien zijn we er nog lang niet.

Bij onze drie jongens verschilt het nogal hoe ze erin zitten. 

Zes en ik lagen een paar maanden geleden tijdens een voetbaltraining van Acht naast het veld in de avondzon. Hij lag met zijn hoofd op mijn buik. ‘Wat ga je missen wanneer we weer teruggaan naar Nederland?’, vroeg ik. Hij tilde zijn hoofd een beetje op en dacht na. Hij is de meest bedachtzame van de drie. Omdat hij wat introverter is en alles in één keer goed wil doen, was het voor hem een grotere uitdaging om een taal, school en land te leren kennen. Onze grote tuin hier was een duidelijke plus, meldde hij. ‘Daarin kun je voetballen. En de hertjes.’ Voor hem was het oké dat we hier waren, maar Delft is fijner. Hij mist zijn beste vriend uit Nederland. 

Vier vroeg in de maanden na kerst élke keer als ik hem naar bed bracht: ‘Papa, over hoe lang gaan we weer terug naar Nederland?’ En dan zei ik: ‘Over vijf maanden.’ Hij: ‘Wat is vijf maanden?’ En dan ik: ‘21 weken.’ En dan hij weer: ‘Wat is een week?’ Et cetera. Dit ritueel stopte een maand of twee geleden ineens. En toen we tijdens het avondeten het er half-hypothetisch over hadden hoe het zou zijn om in Zweden te blijven zei Vier: ‘Dat wil ik niet, want mijn houten treinbaan en mijn Rubble-speeltje liggen nog in Delft.’ Dat ik dacht: echt, ging het allemaal over die plastic Paw Patrol-prul? En na zijn laatste dag op de förskola begon plotseling zijn lipje te trillen. Hij wilde geen afscheid wilde nemen van Lisa, zijn grootste knuffeljuf. Maar toen ik gisteravond vertelde dat we over zes dagen teruggaan naar Nederland, straalde hij zo hard dat hij licht gaf.

Als ik helemaal eerlijk ben, word ik een beetje verdrietig van hoe graag hij terug wil.

Van de drie heeft Acht het er het moeilijkst mee. Die hecht zich. Bij ons vertrek uit Nederland viel het afscheid van zijn vrienden hem zwaar en zei hij: ‘Ik ga in Zweden geen nieuwe vrienden maken, want dan moet ik daar wéér afscheid nemen.’ Maar die vrienden maakte hij wel degelijk en dus komt nu ook het afscheid. Wat hij gaat missen? Naast zijn Zweedse vrienden de natuur en het hele jaar buiten spelen, maar ook: ‘Dat we hier maar met z’n twaalven zijn in de klas. Hier is het niet zo druk.’

‘Ik wil niet weg, maar ik wil ook niet niet-terug’, was zijn conclusie. Ik vertelde dat ik dat ook heb. En mama ook. En dat je soms moet kiezen, niet tussen twee kwaden, maar tussen twee goeden. ‘Maar dat je verdrietig bent over dat we weggaan betekent ook dat je het hier naar je zin hebt gehad. Je zult zien dat wanneer we terug zijn in Nederland het daar ook weer heel fijn is.’ 

Ik stond het geloof ik vooral ook heel hard aan mezelf uit te leggen.

Lees meer

Onze plattelandsgemeenschap heeft me bewuster gemaakt van wat het woord ‘samenleving’ betekent.

Fruit uit de natuur waar mogelijk een vos overheen geürineerd heeft smaakt per definitie fantastisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden