Ons leven moet niet om Turkije draaien

Turkse jongeren moeten hun ‘leiders’ niet meer volgen, maar zich eindelijk eens gaan richten op Nederland.


‘Turks-Nederlandse studenten gaan bijna nooit op kamers wonen. Als er activiteiten worden ontplooid, is het vaak in een Turkse vereniging. Er wordt wel in grote aantallen gedemonstreerd tegen ‘de vermeende Armeense genocide’, maar we ontbreken als de studentenvakbond actie voert tegen de uitholling van de studiefinanciering. Kortom we zijn aan het verzuilen.’ Dit zei ik in 2006 op een druk bezochte bijeenkomst vol querulantisme aan de Erasmus Universiteit. En: ‘Als Nederlandse jongeren moeten we ons ook maatschappelijk betrokken voelen bij het land waar we leven en boven onze etniciteit uitstijgen. Waar zijn jullie als het Studium Generale een bijeenkomst over de gezondheidszorg of over Afrikaanse kunst organiseert?’

De stelling van die dag was dat Turks-Nederlandse hoogopgeleiden hun heil in Turkije zoeken vanwege het harde klimaat in Nederland. Het panel en de hele zaal vonden dat het allemaal de schuld is van ‘de autochtone’ samenleving. De reacties op mijn ontnuchterende commentaar waren dan ook niet mals. ‘Jij bent een landverrader’ en ‘volgens mij ben jij gewoon een Armeniër’ waren enkele van de vele verwijten die ik kreeg tijdens de, uiteraard alcoholvrije, borrel na afloop.

Verzuild

Sindsdien is er weinig veranderd. Zoals al jarenlang blijkt uit cijfers van CBS en SCP leven de meeste Turkse Nederlanders in een verzuilde toestand van segregatie, waarin het land van de (groot)ouders het belangrijkste oriëntatiepunt is. Ze hebben vooral vrienden uit de eigen etnische groep, kijken primair naar de Turkse tv, bezoeken vooral op Turkije gerichte websites, spreken en chatten in het Turks en hebben weinig belangstelling voor de Nederlandse politiek. De ontelbare Turkse stichtingen, scholen, studentenverenigingen en netwerkorganisaties in Nederland zijn vrijwel zonder uitzondering ideologisch verbonden aan religieus-politieke verhoudingen in Turkije. Terwijl de top van al die organisaties onderling contact heeft en af en toe mag overleggen met de Nederlandse overheid, bemoeit de ‘achterban’ zich weinig met de Nederlandse maatschappij.

Veel Nederlandse politieke partijen maken hier handig gebruik van en rekruteren graag Turken die stemvee kunnen trekken gebaseerd op hun etniciteit. Een standpunt over een kwestie in Turkije of een achtergrond in een op Turkije gerichte organisatie kan genoeg zijn om met voorkeurstemmen in het parlement te belanden.

Marokkaanse Nederlanders doen het op al deze punten beter. Toch luidt een dogma in het publieke debat dat Turken beter integreren dan Marokkanen. Zelfs het CBS en SCP neigen tot deze conclusie. Dit komt doordat er een volledig onjuiste definitie van integratie wordt gehanteerd. Economische mobiliteit wordt ten onrechte als graadmeter voor integratie gebruikt: ‘Turken doen minder aan straatcriminaliteit en zijn beter opgeleid, dus beter geïntegreerd.’ Maar waarom zou ik niet kunnen integreren als laagopgeleide loodgieter, Feyenoord-hooligan of crimineel? Ben ik geïntegreerd als ik hoogopgeleid ben, maar amper een culturele binding met Nederland heb? Ga eens tijdens lunchtijd kijken in de in etnische clusters verdeelde kantine van de Erasmus Universiteit.

Manifest
Het door ‘Turks-Nederlandse professionals’ opgestelde manifest van afgelopen maandag stelt terecht dat het niet goed gaat met Turks-Nederlandse jongeren, maar faalt jammerlijk in zijn aannames en conclusies. ‘De binding met de Nederlandse samenleving neemt af’, opent het stuk. Maar die binding is er nauwelijks geweest. Het manifest spreekt van een gebrek aan Turks-Nederlandse ‘leiders’ en doet een beroep op ‘overheid, onderwijs, bedrijfsleven en Turkse organisaties en voorlieden om zich ook om deze jongeren te bekommeren’. Die terminologie laat zien dat de Turkse professionals niet beseffen dat wat zij bepleiten - etnische ‘leiders’, ‘specifieke voorzieningen of activiteiten voor Turkse jongeren’ en ‘Turkse organisaties’ - integratie juist tegenwerkt.

Ik roep Turks-Nederlandse jongeren op om niet meer geestloos de ‘leiders’ te volgen, maar het heft in eigen handen te nemen. Discriminatie en uitsluiting zijn reële problemen. Maar die kunnen we alleen bestrijden als wij ons vanuit de basis gaan richten op Nederland en gaan participeren in de Nederlandse maatschappij. Vooral jongeren die de relatieve privileges van een studentenleven hebben, zouden deze verantwoordelijkheid moeten dragen. Hou de blik niet meer enkel gericht op Turkije.

Nederland voltooide zijn ontzuiling toen jongeren in de jaren ’60 de normen en waarden van hun ouders ontmantelden. Als wij nu niet ook in opstand komen tegen het misplaatste ultranationalisme van onze ouders, de patriarchale genderopvattingen in onze gemeenschap en de paternalistische organisaties en leiders die claimen ons te vertegenwoordigen, zullen we nog dieper wegzakken in de modder van de segregatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden