column fc emmen

Ons kleine, Drentse verlangen; dit seizoen niet laatste worden

Toen ik vertelde dat FC Emmen vrijdagavond 28 keer op het doel van VVV Venlo had geschoten, terwijl VVV, dat door een vroege rode kaart weliswaar het grootste deel van de wedstrijd met tien man had moeten spelen, maar vier keer op ons doel, en dat het toch 1-1 was geworden, wilde mijn dochter (7) weten wie van de twee dan de beste was.

Zelf dacht ze Emmen. Veel kansen maken en vaak op doel schieten was nu eenmaal beter dan weinig, logisch. Ik vreesde dat VVV beter was, die maar vier pogingen voor een doelpunt nodig had, en wij zeven keer zoveel. Maar, zei ik, dan heb ik nog wel een andere, misschien wel belangrijkere vraag: van wie zou je het liefste fan willen zijn?

Emmen natuurlijk, riepen we – hoera! Want zo beschouwd kreeg 28 keer nagenoeg vruchteloos op doel schieten een andere waarde. Het werd mooi, enthousiast. Je las er een wil uit af, een spelopvatting, een karakter, dat makkelijk van zich liet houden. En 28 keer per wedstrijd half uit je stoel omhoog komen, 28 keer per wedstrijd bijna blij, zo goed als blij – dat gebeurde je verder nergens, in geen enkel ander stadion.

Het waren schoten, intikkers, rebounds, kopballen, volleys, dropshots, hele en halve omhalen. Ze gingen naast, langs, over, raakten paal, lat, kruising, hoekvlag. De doelpogingen drukten macht uit, en machteloosheid, en na negen wedstrijden wisten we nog altijd niet welke van de twee de overhand zou krijgen, welke van de twee het echte Emmen vertegenwoordigde. Voor iedere wedstrijd bleef ik denken: nu zullen we wel te zien krijgen op welke kant het kwartje valt.

Sinds VVV vermoed ik dat we beide zijn, goed en slecht tegelijk. En dat daarom de laatste elf thuiswedstrijden ook zonder overwinning zijn gebleven. De eerste zes horen nog bij vorig seizoen, de laatste vijf begonnen te tellen, te wegen, iedere keer een beetje meer. In Emmen rezen vragen: moesten we niet wat meer op de verdediging spelen, was de keeper, Kjell Scherpen, niet toch te jong voor de eredivisie?

Maar Dick Lukkien is een grote kerel met een rustige stem. Een trainer uit een stuk, zoals dat heet, onwrikbaar redelijk. Hij hield gewoon vast aan zijn opvattingen en zijn jonge keeper. Daarom bleven we ook vertrouwen dat ons geduld, dat ook weer niet van engelenhaar was gemaakt, ooit eens zal worden beloond, en dat de bal er bij de 128ste poging misschien wel een keer in zal gaan. Onderweg geven wij niet op.

Ook na de 12de thuiswedstrijd zonder overwinning bleef Lukkien onverstoorbaar. ‘Kijk’, zei hij bij Fox op televisie, ‘als wij dit seizoen niet laatste worden, zou dat een wereldprestatie zijn.’

Veel beter kon je ons kleine, Drentse verlangen niet omschrijven. Hierna gaf ik niets meer om de punten die we hebben laten liggen, die we nog gaan laten liggen, de oorwassingen die op het programma staan. Zelf voetballen, zelf doelpunten proberen te maken – er hoefde maar één club slechter te zijn dan wij, en we lachten ons al dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.