GastcolumnAnouk Boone

Ons kapitalistische zelfbeeld staat op barsten: ik ben succesvol, dus ik ben, toch?

Beeld Darrel Hunter

Hoeveel heb je nodig om gelukkig te zijn? Het antwoord op die vraag van alle tijden lijkt vrijwel altijd ‘meer’ te luiden. Maar terwijl we meer en meer nastreven – meer geld, volgers of vermeende vrijheid – identificeren we ons waar we maar kunnen met een staat van ‘minder’, in de vorm van fysiek of digitaal detoxen en een Marie Kondo-achtige inrichting.

Het is een paradox van jewelste: we doen meer, aan yoga, meditatie en mindfulness, of voelen ons er schuldig over wanneer we dat niet doen, om een minder vol hoofd te hebben en een betere versie van onszelf te kunnen zijn. Zelfs in dagen van minder streamen we massaal yogaklasjes als tegenhanger van de ervaren druk. Vervelen is geen optie. Voor het Nederlandse niksen, the lifestyle concept of doing nothing’  volgens Time, voelen we niks wanneer dat niks is verworden tot onze dagelijkse status quo.

Misschien zijn we nu meer dan ooit op zoek naar de optimale ervaring. Wat voor de één een keramiek- of schilderles is (of was), is voor de ander een rondje hardlopen of een middag kiten. Zolang dat hoofd maar even goed leeg raakt, we met ons lijf bezig zijn. En idealiter: in een flow raken. Dat gevoel waarbij tijdsbesef en problemen voor even achter de horizon verdwijnen, ooit zo mooi uiteengezet door de man met de onmogelijke naam: Mihaly Csikszentmihalyi.

De Amerikaans hoogleraar psychologie beschrijft flow als een staat van zijn waarin mensen verkeren wanneer zij ‘zeer geconcentreerd zijn en daar intens van genieten’. De sleutel tot ‘de werkelijke rijkdom van het bestaan’. Flow als equivalent van geluk is niets nieuws. Csikszentmihalyi’s boek over de psychologie van de optimale ervaring verscheen al in 1990.

Maar hoe vaak staan we stil bij de essentie van die gelukstoestand? Zelfs in dagen van stilstand, racen we door. We kijken meer nieuws (wat ons beter geïnformeerd maar ook onrustiger maakt), lezen meer, hebben vluchtige ‘coronadoelen’ of proberen met man en macht het gezin draaiende te houden. Bovenal proberen we te voorkomen dat de keihard kelderende economie onszelf in een identiteitscrisis stort, vanuit het kapitalistische zelfbeeld: ik ben succesvol, dus ik ben.

Het doet me denken aan een verhaal over een eenvoudige visserman, een Braziliaanse legende volgens de bekende schrijver Paulo Coelho. Het verhaal gaat ongeveer als volgt.

Er was eens een zakenman die aan het strand van een klein Braziliaans dorpje zat. Terwijl hij naar het water keek, zag hij een visser in een bootje naar de kust roeien, met een forse vangst. De zakenman was onder de indruk en vroeg de visser ‘Hoe lang doe je erover om zoveel vis te vangen?’

‘Och, niet al te lang’, antwoordde de visser. ‘Maar waarom blijf je dan niet nog wat langer op zee om nog meer vissen te vangen?’, vroeg de zakenman verwonderd. ‘Dit is genoeg voor mij en mijn familie’, zei de visser. ‘Maar wat doe je dan de rest van je dag?’, ging de zakenman verder. De visser zei: ‘Ik sta meestal vroeg op, ga uit varen, vang wat vis en ga dan terug naar mijn gezin om met mijn kinderen te spelen. Na de lunch doe ik een dutje met mijn vrouw en wanneer de avond valt, ga ik drinken met mijn vrienden – we spelen gitaar, zingen en dansen.’

De zakenman dacht een moment na en deed de visser toen de volgende suggestie: ‘Ik ben gepromoveerd in business management en kan je helpen succesvoller te worden. Spendeer vanaf nu meer tijd op zee en probeer zoveel mogelijk vis te vangen. Als je wat hebt gespaard, koop je een grotere boot en vang je nog meer vis. Al snel zal je dan in staat zijn om nog meer boten te kopen, je eigen bedrijf te starten en een productiebedrijf voor ingeblikte vis met bijbehorend distributienetwerk op te zetten. Je zal dan zoveel geld verdienen dat je kan verhuizen uit dit dorpje en in Sao Paolo je hoofdkantoor kan openen.’

‘En daarna?’, vroeg de visserman. De zakenman, lachend: ‘Daarna kan je leven als een koning in je eigen huis. Wanneer de tijd rijp is, kan je met je bedrijf naar de beurs gaan en zal je rijk zijn. Daarna kan je gaan rentenieren, naar een vissersdorpje verhuizen, vis vangen als je daar zin in hebt, met je kinderen en vrouw spelen en als de avond valt, met je vrienden de nacht vieren.’

‘Maar is dat niet wat ik nu al doe?’, antwoordde de visser perplex.

Denk daar maar eens over na tijdens de downward-facing-dog-pose op je yogamat.

Anouk Boone is journalist en ondernemer en in april gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden