Ons imago wordt onderschat

Dankzij cultuur wordt Nederland buiten de grenzen gezien als een ‘cool’ land. Een groot goed voor de diplomatie, koester dat, betoogt Frans Timmermans.

Het is een wereldwijd fenomeen, maar in Europa is het sterker dan elders: de vraag naar een culturele en maatschappelijke TomTom. Meestal wordt dit omschreven als een zoektocht naar identiteit, maar het komt mij voor dat het vooral een behoefte is aan sociale en culturele plaatsbepaling in een wereld, die sneller verandert dan ooit eerder in de geschiedenis.

Bovendien zijn afstanden zo onbelangrijk geworden dat nu iedereen je buurman is, ook als hij aan de andere kant van de wereld woont. Optimistische mensen zien hierin vooral kansen, maar voor velen overheerst een gevoel van bijna existentiële dreiging.

Dit is de context waarin wij culturele diplomatie vorm moeten geven. Het perpetuum mobile van waarden, conventies, cultuur en geschiedenis, bepaalt niet alleen hoe wij, Nederlanders, ons tot elkaar verhouden, maar bepaalt ook het beeld dat van ons bestaat in het buitenland. Kunst en cultuur zijn daarbij niet het toefje slagroom op de taart, maar veel meer: mens en samenleving in vorm vertaald en zo tot essentie teruggebracht. Het hart van de zaak, dus.

Imago verbeteren

In de buitenlandse politiek is imago een onderschat fenomeen. Het imago van een land heeft een grote politieke, economische, morele en culturele waarde. Je kan er niet een element uithalen in de hoop alleen daarmee je imago te verbeteren of in stand te houden. Het is ook niet iets dat je van overheidswege kan decreteren, de overheid kan het alleen beïnvloeden door haar eigen gedrag en door financieel en anderszins ondersteuning te bieden, in binnen- en buitenland.

Het Concertgebouworkest, het Rijksmuseum, het Nederlands voetbalelftal en de Oranjesupporters, de CCTV toren van Rem Koolhaas in Peking, de ontwerpen van Hella Jongerius en Marcel Wanders, Andre Rieu en zijn orkest, de mode van Victor & Rolf, van Aziz, het Nederlands Danstheater, de boeken van Arnon Grunberg, bij al deze fenomenen weet de buitenwereld meestal een Nederlandse connotatie te plaatsen. Zoals je bij buitenlandse bezoeken vaak merkt, maakt dit Nederland in de ogen van velen tot een ‘cool’ land. En het is goed om in de ogen van anderen een ‘cool’ land te zijn. Het maakt je aantrekkelijk als bestemming, het maakt je interessant als voorbeeld en het geeft je de kans met meer overtuiging uit te dragen waar Nederland voor staat.

Cultuur instrumentaliseren

Landen met geopolitieke ambities onderkennen al zeer lang de relatie tussen culturele en maatschappelijke uitstraling en internationale invloed. Cultuur als instrument in de buitenlandse politiek is een Franse uitvinding uit het begin van de vorige eeuw en heeft sindsdien veel navolging gekregen, met zeer wisselend succes . Nederland deelt de geopolitieke ambities niet en heeft er daarom ook nooit voor gekozen cultuur geheel te instrumentaliseren, zoals dat in Frankrijk wel gebeurt.

Door de eeuwen heen hebben wij geleerd dat een klein land met wereldwijde economische ambities niet over de machtsmiddelen van de groten beschikt om resultaat te boeken. Dat is ongetwijfeld de reden dat wij ons vaak kameleontisch hebben opgesteld: ons maximaal aanpassen aan de kleur van de omgeving om zo de ander te verleiden ons als voorkeurshandelspartner te zien. Meestal konden wij ze immers niet dwingen.

Eigenheid

Daarbij hoort het niet al te zeer uitdragen van de eigenheid van onze cultuur. Dit heeft ons vroeger geen windeieren gelegd, maar in de wereld van vandaag verzwakt het je positie. Daarom hebben de ministeries van OC&W en Buitenlandse Zaken ervoor gekozen culturele diplomatie sterker te integreren in ons buitenlands beleid. Uitgaande van de intrinsieke waarde van kunst en cultuur, op basis van de belangstelling in het buitenland, maar ook van de nieuwsgierigheid in de Nederlandse culturele wereld voor het buitenland.

Daarbij gaat het niet alleen om onze cultuur te laten zien aan anderen, het gaat evenzeer om het zien wat anderen te bieden hebben. Het vreemde naar binnen halen is voor een land net zo belangrijk als het eigene naar buiten brengen. Immers, je eigenheid ontdek je pas als deze in aanraking komt met wat anders is. Jean Jaurès zei het een eeuw geleden al: ‘Een beetje buitenland voert je weg van het vaderland, veel buitenland brengt je weer thuis.’

Een cultuur die zich afsluit voor het vreemde, die de honger naar vernieuwing en uitwisseling verliest, kan misschien nog wel wat aardige stukken aanleveren voor een stoffig museum, maar zal zelf spoedig aan bloedarmoede bezwijken. Voor de vitaliteit van de Nederlandse samenleving is het van levensbelang dat wij de neiging bedwingen de luiken te sluiten. Culturele diplomatie moet hier een bijdrage aan leveren. Want als we het maar vaak genoeg van anderen horen, gaan we misschien zelf ook inzien hoe ‘cool’ Nederland is.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden