Opinie

Onrust over kettingreactie uittredingsreferenda is overtrokken

Wie Europa's referendumwetgeving en de partijstelsels van de EU-lidstaten onder de microscoop legt, ziet dat paniek over op handen zijnde exit-referenda overtrokken is. Frankrijk vormt echter een uitzondering.

UKIP-leider Nigel Farage en Jean Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, vandaag in Brussel.Beeld afp

De politieke onrust die na Brexit is ontstaan, heeft meer te doen met de vrees voor een Europese kettingreactie, dan met de directe gevolgen van de Britse afscheiding zelf. Maar hoe waarschijnlijk zijn uittredingsreferenda in de rest van Europa? Europese leiders doen er goed aan eerst de Europese referendaziekte te diagnosticeren, alvorens het hervormingsmedicijn voor te schrijven.

Lichte economische krimp, strengere Britse immigratieregels en een stoel minder aan de Brusselse vergadertafel: de directe gevolgen van Brexit lezen in eerste instantie als beheersbare schade. Geen wonder dat het Leave kamp de afgelopen dagen zijn schouders over alle commotie ophaalde. Toch waren Europese leiders dit weekend in rep en roer. Wat hun bezighoudt, meer nog dan de directe gevolgen van het Britse vertrek zelf, is het domino-effect van soortgelijke referenda elders in Europa: de zogenaamde Nexit (Nederland), Swexit (Zweden), Dexit (Denemarken), Frexit (Frankrijk), Tsjexit (Tsjechië) en Italeave (Italië).

En inderdaad hebben daags na Brexit, de partijleiders van uiterst rechts en links in Zweden en Denemarken, net als de PVV en SP in Nederland, al om hun eigen EU-referendum gevraagd. In Frankrijk en Italië deden het Front National en Lega Nord dat al eerder, terwijl de overwegend eurosceptische Tsjechen volgens hun premier ook al naar een referendum zouden neigen.

Kansen voor eurosceptici

Maar hebben Europese landen wel de mogelijkheid om referenda te organiseren? Twee oprichters van de EU, België en Duitsland, kennen überhaupt het referenduminstrument niet. Tsjechië heeft evenmin een referendumwet en zou die eerst per decreet in het leven moeten roepen. In sommige landen kunnen burgers, net als in Nederland, met voldoende handtekeningen een referendum afdwingen. Gegevens van het International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA) laten zien dat dit in dertien landen, waaronder in Italië en Nederland, mogelijk is. Maar burgerreferenda kunnen doorgaans alleen nieuwe wetgeving ter discussie stellen, en dus niet het decennia oude EU-lidmaatschap.

Waar burgerreferenda niet mogelijk zijn, kunnen eurosceptische partijen natuurlijk na verkiezingswinst vanuit hun regeringspositie een referendum uitschrijven. Net zoals Cameron dat in het Verenigd Koninkrijk deed. In tien EU-landen, waaronder Frankrijk, Denemarken en Zweden, is het zelfs alleen de regering toegestaan een referendum te organiseren. Maar daarvoor moeten eurosceptische partijen de verkiezingen eerst met overmacht winnen om vervolgens zonder tegenwerking van een coalitiepartner referenda te kunnen uitschrijven. Die kans is op korte termijn in veel Europese coalitielanden gering.

Van de Eurosceptische landen gaan alleen Nederland, Tsjechië en Frankrijk in 2017 naar de stembus. Verkiezingen in Zweden zijn niet voorzien voor september 2018, in Denemarken niet voor mid-2019. In Italië, waar de verkiezingen in mei 2018 plaatsvinden, bezet de eurosceptische Lega Nord momenteel slechts 17 van de 630 parlementszetels. De populaire Vijfsterrenbeweging deelt in Brussel weliswaar een fractie met het Britse UKIP maar heeft zich al tegen een Italiaanse uittreding uitgesproken.

Frexit

Mochten eurosceptische partijen op korte termijn dan toch verkiezingen winnen, dan staat hun een volgend obstakel te wachten. Het grote verschil met het Europese vasteland is dat eenpartijregeringen in het Verenigd Koninkrijk de norm zijn, waardoor extreme voorstellen minder snel door consensuspolitiek worden afgezwakt. In Nederland, Scandinavië en Italië hebben eurosceptische partijen van oudsher coalitiepartners nodig, die uit het meer gematigde midden zullen moeten komen. Het zijn tot dusver uiterst rechts en links die in de meeste landen om een referendum roepen en een coalitie tussen die uitersten is vrijwel overal onwaarschijnlijk.

Wie Europa's referendumwetgeving en partijstelsels onder de microscoop legt, ziet dat paniek over op handen zijnde exit-referenda voor landen als Zweden, Denemarken, Tsjechië, Italië en Nederland overtrokken lijkt. De uitzondering is Frankrijk, waar het Front National zijn interesse in een Frexit- referendum lang geleden al heeft aangekondigd. De partij van Marine Le Pen doet het bovendien sterk in de peilingen voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Omdat het initiatief voor een referendum in Frankrijk bij de president ligt, kan zij bij winst in mei 2017 zonder ruggespraak met een coalitiepartner tot een Frexit referendum beslissen. Bij het vinden van de juiste hervormingen doen Europese leiders er dus goed aan al hun pijlen op Frankrijk te richten.

Sam van der Staak leidt het Europaprogramma van het International Institute for Democracy and Electoral Assistance (IDEA) in Stockholm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden