CommentaarSander van Walsum

Ongelukkige kabinetsbenoemingen kunnen mogelijk worden voorkomen

Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, in de Tweede Kamer.Beeld ANP

De Tweede Kamer verstevigt haar greep op de diffuse kabinetsformatie. Een logische ontwikkeling.

Het komt niet vaak voor dat de Tweede Kamer de ­gemeenteraad en het Europees Parlement ten voorbeeld stelt, maar D66 en GroenLinks verwijzen naar deze organen met hun voorstel bewindslieden voortaan niet te beëdigen vóórdat ze door de Kamer zijn gehoord. Zo kunnen de volksvertegenwoordiging en het publiek al kennismaken met een minister voordat hij of zij op het bordes aan de zijde van de koning verschijnt, en kunnen zij vaststellen of een politieke benoeming ook door de competentie van de kandidaat wordt gerechtvaardigd.

Als het voorstel van de twee partijen door een Kamermeerderheid wordt gesteund – en daar ziet het naar uit – breidt het parlement zijn invloed op het politieke bedrijf verder uit. Die ontwikkeling is al decennia gaande. In 1984 kwam met de RSV-enquête (een ware kijkcijferhit) een einde aan de praktijk dat ‘commissies van wijze mannen’ achter hermetisch gesloten deuren politieke of constitutionele problemen tot een oplossing brachten.

Zo heeft de Tweede Kamer ook de regie van de kabinetsformatie – een diffuus proces volgens ongeschreven regels – naar zich toegetrokken. Sinds 2012 benoemt en hoort ze de (in)formateurs, waardoor de rol van het staatshoofd wordt gereduceerd tot die van ceremoniemeester. En nu eist de volksvertegenwoordiging dus ook een rol voor zich op bij de benoeming van bewindslieden.

Mogelijk kunnen hiermee ongelukkige benoemingen, zoals die van Charles Schwietert tot staatssecretaris van Defensie in 1982 en die van Philomena Bijlhout tot staatssecretaris van Sociale Zaken in 2002, worden voorkomen. En mogelijk had het datsja-verhaal van minister Halbe ­Zijlstra bij een hoorzitting vóór zijn benoeming tijdig ­gedemonteerd kunnen worden.

Maar of benoemingen door de nieuwe werkwijze ook een minder politiek karakter krijgen, is nog maar de vraag. Ook leden van parlementaire enquêtecommissies – de juwelen van het democratisch bestel – oordelen in de praktijk vaak milder over bewindslieden van de eigen partij, of over coalitiepartners, dan over bewindslieden uit ‘het andere kamp’. Dat zullen zij wellicht ook doen als zij over potentiële bewindslieden moeten oordelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden