Opinie

Oneerlijkheid schuilt in elke democratie

De ongelijkheid van invloed die je in alle democratieën tegenkomt, maakt gewone burgers tot tweederangsburgers, betoogt de Amerikaanse politiek filosoof Jeffrey Green.

Geert Wilders knuffelt een fan in Almere. De relatie tussen politici en kiezers wordt meer door affectie bepaald dan door het programma. Beeld Marcel van den Bergh

Om het begrip democratie hangt een geur van heiligheid, het is onze civiele religie. Menselijke waardigheid veronderstelt dat we onszelf besturen. Alleen op die manier ontkomen we aan de willekeur van koningen, aristocraten, dictators en veldheren. Het idee van een vrij en gelijk burgerschap is de morele kern van onze liberale democratie.

Maar zelfs in de meest ontwikkelde en verlichte democratieën zal dit ideaal van vrij en gelijk burgerschap nooit door iedereen als zodanig worden ervaren. Over elke democratie hangt onvermijdelijk een 'schaduw van oneerlijkheid', zoals de Amerikaanse politiek filosoof Jeffrey Green het in zijn net verschenen boek The Shadow of Unfairness formuleert. De verwachtingen die het democratisch ideaal van vrij en gelijk burgerschap opwekt, kunnen nooit worden ingelost, betoogt Green. Hij noemt drie hoofdredenen.

In de eerste plaats verdeelt de logica van de collectieve besluitvorming liberale democratieën - en de politieke organisaties daarbinnen - tussen leiders en volgers. De hedendaagse samenlevingen leveren miljoenen meer burgers op dan dat er posities zijn waarin actief politiek leiderschap kan worden uitgeoefend.

De gewone burgers kunnen dan ook niet anders dan zichzelf zien als op grote afstand staande van de macht. Alleen door zich te organiseren in een grote groep van gelijkgezinden, kunnen gewone burgers de gang van zaken beïnvloeden. Maar omdat er altijd mensen zijn die zich weten te ontworstelen aan deze beperkingen en er wel in slagen in de buurt van de macht te komen, ervaart de gewone burger de ongelijke verdeling van macht en invloed als een 'schaduw van oneerlijkheid'.

Vervolgens worden in een goed functionerende democratie de actieve politieke leiders geacht beslissingen te nemen en beleid uit te voeren dat ten dienste staat van de belangen, voorkeuren en waarden van het grotere, passieve, electoraat. Maar het is onmogelijk om met zekerheid vast te stellen of en in welke mate de democratische staat haar burgers adequaat vertegenwoordigt.

Representatie - een politieke praktijk waarin de keuzen en behoeften van de burgers gewetensvol worden gerespecteerd en omgezet in beleid - is een veronderstelling die nooit afdoende geverifieerd kan worden. We kunnen immers niet meten wat het effect is van de publieke opinie op het beleid - een publieke opinie die trouwens mede door de bestuurders zelf wordt vormgegeven.

Jeffrey Green

Jeffrey Edward Green (42) doceert politieke theorie aan de universiteit van Pennsylvania. Hij heeft zich aanvankelijk gespecialiseerd in antieke politieke filosofie, maar schrijft nu over de staat van de hedendaagse democratie. Zijn eerste boek, The Eyes of the People, werd bekroond door de

American Political Science Association. Zijn nieuwe boek, The Shadow of Unfairness: A Plebeian Theory of Liberal Democracy, is in juli verschenen bij Oxford University Press.

Geen mening

Daar komt nog bij dat veel gewone burgers niet eens een mening hebben over veel onderwerpen, dus inzake die kwesties niet vertegenwoordigd kunnen worden. Bovendien beschikken de politieke leiders in de hoogste echelons over de ruimte om de publieke opinie, als die wél duidelijk is, naast zich neer te leggen.

De onbepaaldheid van de volksvertegenwoordiging impliceert dat gewone burgers hun leiders nooit kunnen zien als alleen maar dienaren van de publieke zaak, maar hen altijd ook beschouwen als dragers van buitensporig grote macht, die zich onttrekken aan volledige verantwoording. Zo roept ook de gemankeerde representatie een gevoel van oneerlijkheid op.

Ten derde veronderstelt het democratisch ideaal dat de sociaal-economische status van een burger geen invloed mag hebben op zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het politieke proces. Maar ook deze ambitie kan nooit worden waargemaakt. Zelfs bij gelijke talenten en motivatie hebben burgers met verschillende maatschappelijke achtergronden niet dezelfde kans om politieke ambten te bekleden of verkiezingen te beïnvloeden. Omdat een zekere mate van plutocratie het politieke bedrijf in zelfs de meest egalitaire democratieën karakteriseert, is ook dat een bron waaruit gevoelens van oneerlijkheid opkomen.

Tweederangsburgerschap

De conclusie die Jeffrey Green uit de ongelijke verdeling van macht en invloed trekt, is dat gewoon burgerschap in feite tweederangsburgerschap is. De jaloezie van deze tweederangsburgers ten opzichte van meest bevoorrechte leden van de maatschappij, met name de superrijken, acht Green dan ook redelijk. Deze plutocratenklasse mag wat hem betreft een speciale 'economische' behandeling (in de vorm van extra belastingheffing) krijgen om excessieve ongelijkheid tegen te gaan.

De verontwaardiging, die als gevolg van de 'schaduw van oneerlijkheid' bij de tweederangsburger kan oplaaien, ontslaat hem wat Green betreft van het braaf volgen van de democratische spelregels inzake beschaafde beraadslagingen. Zoals Machiavelli, de grondlegger van de moderne politieke filosofie, zijn vorst in sommige omstandigheden toestond te liegen, bedriegen, stelen en doden om zijn verantwoordelijkheden jegens de staat effectief uit te oefenen, zo mag de tweederangsburger op een vulgaire, abrupte, ongearticuleerde manier uiting geven aan zijn frustraties en verlangens.

Als het volk al zijn stem laat horen, dan is dat op een vaak irrationele en niet al te goed geïnformeerde manier. De uitingen zijn vaak vaag en tegenstrijdig. Het ontbreekt de meesten van ons zowel aan interesse als aan de capaciteiten om in de volle breedte politieke vraagstukken te beoordelen en daarover een besluit te nemen. Welke afweging tussen belangen gemaakt moet worden, moeten de volksvertegenwoordigers maar zelf uitvinden. Dat de stem van het volk in het beleid vertaald kan worden, is een democratische fictie.

De rellen in Geldermalsen in december 2015. Beeld anp

'Die partij spreekt mijn taal'

Recent onderzoek bevestigt de analyse van Green. De meeste inwoners van democratische landen interesseren zich weinig voor politiek en zijn niet op de hoogte van de details van zelfs de meest hoog oplopende kwesties en debatten. Ze hebben geen duidelijk beeld van de standpunten van de politieke partijen en stemmen zelfs vaak op kandidaten die er op essentiële punten andere opvattingen op na houden dan zij zelf.

Over het algemeen identificeren mensen zich met hun etnische groep, hun ras, hun beroepsgroep, hun godsdienst of levensovertuiging - en is hun partijkeuze hiervan een afgeleide. In 2014 en 2015 verkozen 98 procent van de districten met een Afro-Amerikaanse meerderheid zwarte vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Van de districten met een overwegend blanke bevolking kozen slechts 5 procent zwarte afgevaardigden.

Zelfs de meest geïnformeerde burgers hebben de neiging standpunten van hun partij over te nemen als hun eigen standpunt; zij zijn dus meer een spiegel van hun partij dan omgekeerd. Loyaliteit aan groepen waaraan men zijn of haar identiteit ontleent en aan de partij 'die mijn taal spreekt' is het belangrijkste motief voor de stemkeuze. Beoordeling van het programma en evaluatie van het gevoerde beleid spelen een ondergeschikte rol.

De kiezers geven daarbij prioriteit aan de groepsidentiteit die op een bepaald moment voor hen het zwaarst weegt. In de jaren tachtig en negentig veranderden in de VS de standpunten van de Republikeinse en de Democratische partij inzake abortus. Dat was reden voor de helft van de Republikeinse vrouwen die voor abortus waren om over te stappen naar de Democratische partij. Voor hen was abortus dus een zeer beladen, identiteitsbepalende kwestie.

Bij de mannen trad een ander mechanisme op. Ruim de helft van de Democratische mannen die in 1982 tegen abortus waren, volgden het standpunt van hun partij en werden in 1997 voorstander.

Naar eigen geweten

De praktijk van de representatieve democratie is dus problematisch vanwege het gebrek aan betekenisvolle communicatie tussen de massa van de kiezers en de kleine groep volksvertegenwoordigers en bestuurders. De politicus krijgt een mandaat voor een periode van een jaar of vier, waarin hij naar eigen geweten de belangen van kiezers kan behartigen en compromissen kan sluiten met andersdenkenden.

Uiteraard wordt hij geacht voortdurend in contact te staan met degenen die hem hebben afgevaardigd en hun zorgen en opvattingen te respecteren. Maar nadat hij gekozen is, wordt het kompas van de volksvertegenwoordiger niet gevormd door de opvattingen van zijn kiezers, maar door zijn eigen opvattingen: door wat hij zelf redelijk vindt en door wat hij acceptabel vindt in de opvattingen van zijn politieke en ideologische tegenstanders als basis voor een compromis (dat wil zeggen: samenwerking met behoud van verschil van opvatting).

Omdat hij na vier jaar oog in oog staat met zijn kiezers om zich te verantwoorden voor zijn optreden in het parlement, zou je verwachten dat de opvattingen van zijn kiezers een belangrijk ingrediënt zijn in zijn besluitvorming.

Maar anno 2016 lijkt het er meer op dat de staatsburger en zijn vertegenwoordiger in compleet verschillende werelden leven en nauwelijks geïnteresseerd lijken in wat de ander aan het doen is. Het resultaat is een toenemende politieke onverschilligheid bij de kiezers en een politieke praktijk die geen boodschap meer heeft aan hun verlangens.

Niet alleen populisten, maar ook overheidsbureaucratieën zijn in dit gat van de representatieve democratie gesprongen. Bureaucraten bepalen in de westerse democratieën de politieke agenda's, zij initiëren de besluitvormingsprocedures, voeren die door tot het point of no return en nemen dan de uitvoering van het beleid voor hun rekening. Parlementen doen vandaag de dag weinig anders dan bekrachtigen wat hun door de bureaucratie wordt voorgeschoteld.

De volksvertegenwoordigers en de politieke partijen bemiddelen niet langer tussen de kiezers en het bestuur, zodat de staat en de kiezers op een grote afstand van elkaar komen te staan en van elkaar vervreemd raken. Het gevolg is een verandering van het karakter van verkiezingen.

Niet langer staan de strijd tussen politieke ideologieën en de samenstelling van de volksvertegenwoordiging centraal, maar geeft de kiezer een keer in de vier jaar zijn oordeel, een ongekwalificeerd ja of nee, over het recente optreden van de staat, ongeacht de ideologische herkomst van die acties.

Zo'n uitspraak van de kiezers is voor allerlei uitleg vatbaar. De nationale verkiezingen leiden weliswaar tot een wisseling van de wacht in de regering, maar - bij gebrek aan een heldere opdracht van de kiezer - niet tot een heldere nieuwe politieke agenda.

De mythe van de actieve burger

In een eerdere studie, The Eyes of the People uit 2010, heeft Jeffrey Green al afgerekend met de mythe van de actief aan de democratie deelnemende burger. Een grote groep maakt geen gebruik van zijn stemrecht en zoekt ook geen andere wegen om meningen en belangen onder de aandacht van de volksvertegenwoordigers te brengen.

In een massademocratie is de 'mondige, participerende burger' voor de meesten een onhaalbaar ideaal. Zij beleven de politiek passief: door te kijken naar het optreden van politici in de media. Om de kiezers de kans te geven een goede beoordeling te maken van (het karakter van) de politieke leiders vindt Green het van groot belang dat zij bekeken kunnen worden in situaties die ze zelf niet kunnen regisseren: tijdens live uitgezonden open persconferenties en spontane debatten.

'Candor' (oprechtheid), is dan ook volgens Jeffrey Green de belangrijkste deugd voor politici van de 21ste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.