Column Joost Zaat

Onderzoek naar alledaagse kwalen gaat met dubbeltjes en kwartjes

Joost Zaat

In de tram zie ik een paginagrote krantenadvertentie van het Amsterdam UMC, waarin het VUmc en het AMC zijn opgegaan. Het is lang geleden dat de Vrije Universiteit werd opgericht met stuivers en dubbeltjes van 'kleine luyden' om de liberale revolutie in de kiem te smoren. Ik ga daar naar een jaarlijkse dag van het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap). Op het VU-bolwerk van ‘harde wetenschap’ naar kanker en vaak zeldzame ziekten hangt een groot spandoek met een nieuw logo met een knullig tulpje.

Onderzoek doe ik al jaren niet meer, maar omdat mensen nog steeds denken dat ik er verstand van heb, zit ik wel in clubjes die geld uitdelen en tot voor kort had ik ook nog iets te zeggen over welke artikelen in een wetenschappelijk tijdschrift kwamen. Ik vind het leuk om jonge enthousiaste onderzoekers-huisartsen over hun onderzoek te horen praten. Het is een dag waarop ze hun eerste resultaten vertellen. Die blikvernauwing op je dertigste dat je eigen onderzoek ontzettend belangrijk en origineel is, herken ik nog. Het is ook aandoenlijk, denk ik als ouwe scepticus, maar op de zeef van de tijd blijft uiteindelijk niet veel onderzoek liggen.

Vandaag lijkt het aantal grijze mannen en vrouwen weer wat minder dan vorig jaar, meer dan 10 procent van de 250 bezoekers zullen het er niet zijn geweest. Een deel van die oudjes was professor, dat dan weer wel. Het overgrote deel van het gewone onderzoeksvolk was vrouw, jong en voorlopig nog niet de baas.

Vrouwen hielden 69 van de 94 presentaties, slechts een enkeling was een ‘ouwe man’. Het uitvoerende onderzoekswerk doen vrouwen, maar hun bazen en geregeld bedenkers van het onderzoek zijn vaak - niet altijd - man. Die man-vrouwverschuiving is de enige demografische verandering die ik zag: waar blijven onderzoekers die niet wit zijn en geen staartje hebben? Zou die eenheidsworst invloed hebben op de onderwerpen die huisartsen onderzoeken?

Ik keek in het boek met alle samenvattingen: 20 van de 94 voordrachten gingen expliciet over ouderen. De belangrijke kloof in gezondheid door sociaaleconomische of etnische verschillen in Nederland werd maar 7 keer besproken. Huisartsen staren vaak naar zichzelf: ze onderzochten maar liefst 25 keer hun opvattingen over bijvoorbeeld zorg, e-health, kwaliteit, richtlijnen. Vast zinvol voor henzelf, maar wordt een patiënt daar nu beter of gelukkiger van?

Wereldschokkend is al dat onderzoek niet, maar dat is het onderzoek in zo’n gefuseerd ziekenhuis met een deftig kankerinstituut ook niet. Het merendeel van het klinisch onderzoek is volgens een inmiddels beroemde epidemioloog, John Ioannides, methodologisch fout omdat bijvoorbeeld de onderzochte groep verkeerd is, de uitkomstmaten niet relevant zijn of doordat de uitkomsten niet repliceerbaar zijn. Middelmatig ziekenhuisonderzoek kost ook nog eens veel meer dan onderzoek naar alledaagse problemen. Kanker, dementie en resistente beestjes gaan bij financiers altijd voor; grijze dames en heren houden niet zo van alledaagse problemen.

In de wandelgangen stond er dus een standje van een NHG-collectebusfonds voor kleine luyden, net als ooit voor de VU. Want onderzoek naar uw alledaagse kwalen wordt tegenwoordig opnieuw gefinancierd met ‘dubbeltjes en kwartjes’. 

Meer over