Opinie

Onderzoek meldingen in zedenzaken vaker

Onderzoek in zedenzaken kan niet alleen het verhaal van een slachtoffer onderbouwen maar ook een vals beschuldigde vrij pleiten.

Exterieur van het hoofdbureau van de Nationale Politie. Beeld anp
Exterieur van het hoofdbureau van de Nationale Politie.Beeld anp

In zijn opiniestuk over aangiften van seksueel geweld (O&D, 9 november) verwijt strafrechtadvocaat en rechter-plaatsvervanger Bart Swier mij dat ik mijn standpunten onvoldoende onderbouw en dat ik er niet aan wil dat valse aangiften in zedenzaken voorkomen. Mogelijk heeft Swier mijn rapport Op goede grond uit 2014 niet gelezen. Ik zal daarom mijn standpunt, en de onderbouwing, hier nogmaals uiteenzetten. Dat standpunt luidt: je weet pas of een melding waar is als je haar onderzoekt.

In mijn rapport Op goede grond naar de Nederlandse aanpak van seksueel geweld tegen kinderen in 2014 heb ik ruim achthonderd meldingen van seksueel geweld tegen kinderen bij de politie onderzocht. Hieruit blijkt onder meer dat slechts drie van de tien melders die een informatief gesprek met de politie voeren over het doen van aangifte, uiteindelijk ook besluiten om aangifte te doen.

Feitenonderzoek

Een aangifte is doorgaans de start van het opsporingsonderzoek. Van de mogelijkheid zelf onderzoek te beginnen (ambtshalve onderzoek) blijkt de politie nauwelijks gebruik te maken. Als zeven op de tien personen die de moeilijke stap naar de politie al hebben gezet toch afzien van aangifte, en als de politie ook zelf erg terughoudend is om onderzoek te starten wanneer er geen aangifte komt, concludeer ik dat de drempel tot aangifte en tot onderzoek hoog ligt.

Terwijl feitenonderzoek, ook in zedenzaken, in ieders belang is. Allereerst voor het slachtoffer en voor de veiligheid van de samenleving, maar juist ook voor een eventueel vals beschuldigde. Ik vind het daarom niet alleen belangrijk dat mensen seksueel geweld durven melden, maar ook dat de politie en meldingsinstanties zoals 'Veilig Thuis' vervolgens onderzoeken wat er precies gebeurd is of gaande is. Dit is nodig om slachtoffers en plegers te kunnen identificeren en om voor hen en voor de samenleving de juiste stappen te kunnen zetten.

Valse aangiften

Uiteraard is het informatieve gesprek belangrijk. Voorlichting over het vaak zware strafrechtelijke traject dat op aangifte volgt, is absoluut nodig. Toch lijkt de drempel tot het doen van aangifte nu hoog. Ik wijs in mijn rapport verschillende oorzaken aan voor deze hoge drempel.

Eén mogelijke oorzaak is de grote nadruk op valse aangiften in de werkinstructies van het Openbaar Ministerie en de politie. Ik heb de politie en Openbaar Ministerie dan ook opgeroepen de drempel tot opsporingsonderzoek en dus tot aangifte te verlagen.

Inmiddels hebben de politie en het Openbaar Ministerie hun richtlijnen voor het behandelen van zedenzaken aangepast, mede ter verbetering van het aangiftetraject. De wijzigingen treden in 2016 in werking, het effect hiervan zal uiteraard moeten blijken.

Het klopt dat valse aangiften vóórkomen en de motieven hiervoor kunnen divers zijn, in zedenzaken evenals in andere zaken. Hoe vaak aangiften van zedenmisdrijven vals zijn, is echter nog niet goed onderzocht (zie ook Op goede grond).

Bart Swier verwijst naar een buitenlandse overzichtsstudie waaruit een percentage van ongeveer 5 procent valse aangiftes naar voren komt (zie Engle & O'Donohue 2012 en Merkelbach 2015). Wanneer dit percentage zou kloppen én op de Nederlandse situatie van toepassing zou zijn, is dit niet niks, maar duidelijk ook niet de norm.

Neutrale en onderzoekende benadering

De impact van een valse aangifte op een ten onrechte verdachte persoon mag inderdaad niet worden ontkend. Een te grote nadruk hierop kan er echter toe leiden dat de impact van het niet onderzoeken van een melding op het werkelijke slachtoffer, en op de samenleving, uit het oog verloren wordt.

Juist de angst voor valse aangiften ondersteunt mijn pleidooi om meldingen van zedenmisdrijven vaker te onderzoeken: zonder dat onderzoek blijft de toedracht van een melding onduidelijk. Een onderzoek kan niet alleen het verhaal van een slachtoffer onderbouwen, waarmee vervolging van plegers van seksueel geweld mogelijk wordt, maar kan ook een eventueel vals beschuldigde van alle blaam zuiveren.

Een neutrale en onderzoekende benadering door de politie is daarom in het belang van iedereen: aangever, verdachte en samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden