LezersbrievenMaandag 25 mei

Onderzoek het verband tussen mondhygiëne en corona

De ingezonden lezersbrieven van maandag 25 mei.

Bij de tandarts in tijden van corona.Beeld BSR Agency

Brief van de dag

Zonder te kort te willen doen aan alle inspanningen van het kabinet en het RIVM lijkt het me verstandig een verband te leggen tussen coronabesmetting en mondhygiëne. Mijn voorgevoel, gebaseerd op een halve eeuw tandheelkundige ervaring, is dat een onderzoek daarnaar een verrassende uitkomst zal hebben.

De mond is een uiterst belangrijk orgaan van ons respiratoir systeem. Het is een multifunctionele poort tussen buiten en binnen: ademen, eten, communiceren, enzovoort. Zo’n systeem vergt veel zorg. Als tandarts ervaar ik doorlopend dat de hygiëne nogal eens te wensen over laat. En heel vaak leidt dat tot ontstekingen, meestal licht maar met regelmaat ook ernstiger. Een ontsteking betekent schade van weefsel.

Het zou mij niets verrassen als juist daar een verband ligt met de mate waarin we kwetsbaar zijn voor virussen en pathogene micro-organismen. Plat gezegd: een virus zou zich eenvoudig via beschadigd mondweefsel kunnen verspreiden en de weg naar de longen is kort.

Als ontstekingen in de mondholte een gemakkelijke toegangspoort zijn voor virussen, werpt dat mogelijk ook een nieuw licht op de ernstige verspreiding binnen verpleeg- en verzorgingstehuizen. Gebitsonderhoud bij ouderen (in het bijzonder in verpleegtehuizen) is niet eenvoudig en kwalitatief matig onderhoud heeft vaak ontstekingen in de mondholte tot gevolg.

Bovendien hebben oudere mensen door hun leeftijd slappere mondspieren. Dat maakt dat ongedwongen lipsluiting niet meer vanzelfsprekend is. Niet zelden is mondademhaling daar een logisch gevolg van. Mondademhaling leidt tot meer tandsteen en kan dus meer tandvleesontstekingen veroorzaken. Om die reden vind ik de sluiting van sportscholen – voorlopig tot 1 september – een verstandige maatregel. Iedereen die weleens fanatiek sport, weet dat intensief sporten tot mond-ademhaling leidt. En daarvoor geldt dus hetzelfde.

Als tandarts ben ik werkzaam in een relatief klein gedeelte van het respiratoire systeem: de mond. Maar mijn voorgevoel durf ik wel een educated guess te noemen. Ik veerde van mijn stoel toen ik minister Hugo de Jonge tijdens de recentste persconferentie de term respiratoir systeem hoorde gebruiken. Dat was bij mijn weten de eerste keer dat er expliciet naar werd verwezen. Helaas bleef het daarbij. Maar dat neemt niet weg dat het sowieso verstandig is er alles aan te doen om je eigen respiratoir systeem (mond, neus en luchtwegen) zo gezond mogelijk te houden. Op die manier geef je virussen zo weinig mogelijk gelegenheid je te infecteren.

Met klem pleit ik dus voor een onderzoek naar het verband tussen mondhygiëne en coronabesmetting. Mij zou het niet verbazen als de uitkomst van dit onderzoek is dat preventie in het mondgebied belangrijker blijkt te zijn dan handen wassen of mondkapjes. In het rijtje met de anderhalve meter afstand komt er dan een prominente hygiënemaatregel bij: veel vaker tandenpoetsen.

Jan Cees Baastandarts, Bodegraven

Marktwerking

De geestelijke gezondheidszorg in Nederland is gebaat bij een kritisch debat over de effecten van therapeutische interventies en van marktwerking in de ggz. Het interview met Flip Jan van Oenen en Kirsten Hauber (Opinie Zaterdag, 23 mei) leek er even over te gaan. Helaas werd het een vriendelijk uitwisseling van standpunten.

Dat de ggz in Nederland al jaren in de greep is van de markt werd als een gegeven vastgesteld,terwijl daar het vraaggesprek in de kern over had moeten gaan. Beide professionals zouden hun invloed moeten aanwenden om de marktwerking aan de kaak te stellen. In de (geestelijke) gezondheidszorg en de cliënt altijd op nummer 1. We handelen er echter niet naar. Als Hauber de kritische noten in het boek Het misverstand van psychotherapie van Van Oenen niet had bestempeld als friendly fire maar gezien had als een uitnodiging mee te werken de ggz verder te emanciperen, had ik het interview op het prikbord in de wachtkamer opgehangen. Nu koop ik het boek.

Gerrit Jan Postema, praktijkondersteuner ggz in de huisartspraktijk,Amersfoort

Superieur

Ik ben als de dood voor corona. Ik draag dus zeker een mondkapje in de supermarkt en schaam me toch rot. Hoe bedoel je: superioriteitsgevoel? (Zaterdag Opinie, Massamoralisme, 23 mei). Overigens prik ik al jaren meerdere keren per week mijn buurt schoon van zwerfafval. Ik heb maanden nodig gehad mijn schaamte te overwinnen. Ai, wat voel ík mij superieur zeg.

Miriam Fleuren, Nijmegen

Loonslaaf

Hoe er in het artikel van Sheila Sitalsing (Magazine, 23 mei) over loondienst wordt geschreven, is wel erg oubollig, bijna beledigend en gelukkig in ieder geval niet mijn realiteit. Zoals het stereotype van de zzp’er zal bestaan, bestaat er vast ook het ­stereotype van de ‘loonslaaf’.

Mijn vader was zelfstandige. Ik heb van dichtbij gezien hoe dat werkt. Voor mij mede de reden om heel bewust te kiezen voor loondienst: inderdaad prettig dat ik elke maand weet hoeveel er op mijn rekening gestort wordt, dat ik niet de administratieve rompslomp heb van zelf je pensioen en arbeidsongeschiktheid moeten regelen, en dat ik weet dat mijn salaris (in ieder geval een bepaalde tijd) doorloopt als ik een keer ziek word. Wat niet wil zeggen dat ik thuisblijf als ik kriebel in mijn kleine teen heb. Integendeel.

Yvonne v.d. ReeDordrecht

Drenkelingen

Werkgeversvoorman Hans de Boer vergelijkt (Ten eerste, 23 mei) de zuidelijke EU-landen met drenkelingen en daar roep je ook niet: waarom heb je geen zwemlessen genomen?

Meneer De Boer heeft volkomen gelijk dat je drenkelingen moet redden, het probleem is echter dat een aantal zuidelijke EU-landen al jaren miljarden euro’s zwemlesgeld ontvangen, maar nog steeds geen zin hebben om te leren zwemmen.

Drenkelingen moet je altijd redden, dus ook de zuidelijke EU-landen, maar je kunt nu wel als voorwaarde stellen dat ze eindelijk moeten leren zwemmen.

Ruud van Duijn, Apeldoorn

Boa’s

Onuitgesproken minachting leidt niet alleen tot agressie tegen boa’s (Ten eerste, ‘Waarom heeft de boa geen wapenstok?, 23 mei), maar tot een permanente frustratiecampagne van de politie om te voorkomen dat zij de ‘zwaardmacht’ (het geweldsmonopolie van de overheid) moet delen met in hun ogen goedbedoelende amateurhandhavers.

Rob Jacob van den Hurkvoormalig politieofficier, Den Bosch

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden